Posts tonen met het label dansen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dansen. Alle posts tonen

Spiegel


Voorstelling: Spiegel (2012).
Genre: bewegingstheater/moderne dans.
Decor: Theun Mosk.
Regie: Boukje Schweigman.

Het eerste deel van Spiegel is magisch, dromerig en romantisch, het tweede aards en dramatisch.

Eindoordeel: mooi vormgegeven, slimme voorstelling, drie rechtopstaande paardenstaarten (3/5).

De speellijst: vind je hier.

Associatie: de finale knokpartij in Bruce Lee's Enter the dragon (1973) (spiegels, spiegels, spiegels).

Eerder over Schweigman: Wiek.

Un peu de tendresse (II, slot)

Ja, nee, ik geloof niet dat ik eerder zo gelachen heb bij een dansvoor-stelling.

Het mo-ment waarop negen blote dansers (mannen) tussen het publiek door over de tribunes klauteren en proberen hun billen in de gezichten van toe-schouwers te duwen is bijvoorbeeld vrij hilarisch (vooral zolang de anderen er het verbouwereerde, participerende slachtoffer van zijn).

Ook leuk: een naakte danser pakt een zonnebril uit het haar van een toeschouwer en zet die (die bril) op zijn blote lul om 'het mannetje' dat hij zo creëert even te laten praten en giechelen.

Het gaat de komende maanden moeilijk worden mensen met zonnebrillen serieus te nemen.

Maar los van de grapjes: holy shit, wat een sterke voorstelling. Hartstochtelijk (een vrouw die een taart neukt), ironisch ('tenderness is so seventies'), atletisch, aards, sexy, ontroerend, poëtisch. Hiervoor ga je naar het theater. En ja: er zitten ook 'echte' dansen in de voorstelling.

De wanhoop waarmee een meisje aan het begin van de avond tevergeefs probeert een jongen die een paar passen van haar af staat naar zich toe te trekken omdat zij hem 'in' haar hart wil stoppen zet de toon. Nog meer dan over tederheid of intimiteit gaat Un peu de tendresse over verlangen - over dat gat in je hart zo groot als de aardbol zelf.

Voorstelling: Un peu de tendresse bordel de merde!
Regie/choreografie: Dave St. Pierre.
Eindoordeel: vier slagroomtaarten (4/5).

Eerder: Un peu de tendresse (I)

Un peu de tendresse - klapstoelkoorts

‘Heb je wel eens van Dave St-Pierre gehoord?’
‘Zeker. Het is één van Frankrijks oudste en meest gereputeerde wijnhuizen, hun kelders zijn nog gegraven met schoppen die Napoleons soldaten mee terugnamen van Waterloo. Maar er is ook een Canadese choreograaf die Dave St-Pierre heet.’
‘Ah, je kent hem echt.’
‘Van reputatie.’
‘Het schijnt een beetje een provocateur te zijn, hè? Wist je dat hij naar Utrecht komt?’
‘Ja.’
‘Ga je er naartoe?’
‘Zonder enige twijfel.’

Verwant: romantisch conceptualisme.

Choreografie

De kelder hier bij Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom staat bomvol fitnesstoestellen. Met die apparaten voorkomen en bestrijden we de rsi van onze mensen. We hebben alles: roeimachines, halterbanken, hometrainers en natuurlijk loopbanden. Van die laatste hebben we er vanmorgen acht bij elkaar gesleept - we: een jongen van plotontwikkeling, een jonge vrouw van stilistiek, een zaterdaghulp van emballage en ikzelf - om die choreografie van Ok Go in te studeren.

Onze conciërge, Kees Nootebrood (foto), is bij de repetities aanwezig om onze verrichtingen te vergelijken met die van de mannen op het filmpje op youtube. Volgens Kees pikken we de bewegingen snel op. Hij steekt regelmatig zijn duim op. 'Ok... go!,' lacht hij dan.

Nu moet ik stoppen, want Kees roept dat de anderen op me staan te wachten.

Here it goes again.

Tot later!

Foto Kees Nootebrood: het personeelsblad.

Solo

Jonge dansers (M/V) kunnen soms iets aandoenlijks hebben. En, in de meest complimenteuze betekenis van het woord, ook iets onnozels. Een jonge danser is de wandelaar die niet ziet dat er daarboven een bloempot uit de vensterbank is gestoten (die nu op weg is naar zijn kruin (correct: die bloempot is de tijd)). Nog tien, twintig jaar meisje/jongetje, denk je soms, en de weekmakers zijn uit je botten verdwenen.

Cesc Gelabert, en dat is uitzonderlijk voor een podiumdanser, is een vijftiger. Alleen dat maakte me al nieuwsgierig naar Schwarz Weiss Zeigen (1983), een solo van Gerhard Bohner.

Annabel was er met twee Spaanse vriendinnen. Ik zag de danshistorica van de VAVW met haar man. En mijn verloofde en ik waren er dus ook. Plaats van handeling: theater Kikker (daar kijken ze niet op van een sprongetje meer of minder). In de foyer klonk Mozart.

Gelabert danste op muziek van G.F. Händel en Glenn Branco. Het tweede deel van de voorstelling met een mensgrote tekenpop (donkerbruin hout met karamelkleurige gewrichten van kunststof), in het eerste deel van de voorstelling helemaal solo.

Bohners choreografie wordt hier en daar ‘minimalistisch’ genoemd. Daar kan ik me wel in vinden. De dans is eigenlijk een bewegende compositie in zwart en wit.

Ik had verwacht dat de avond een hooggestemde ‘posting’ zou opleveren over sterfelijkheid, discipline en de eeuwige opdracht je eigen beperkingen te overstijgen. Maar de eerlijkheid gebiedt me af te sluiten met de bevinding dat ik de voorstelling erg mooi vond, en van een bijna meditatieve ernst, maar dat ik toch ook dacht: godsamme, lekker je energie verbrassen, dat heeft toch ook wel wat (ik zou het hele filmpje kijken – het einde is té cool).

Ja, mijn eigen danslessen gaan ook hartstikke goed, donderdag mag het gips eraf.

Foto: Springdance.

Druk

C. en ik kwamen elkaar tegen op de stoep voor de VAVW. De zon scheen schitterend. We hadden elkaar weken niet gesproken. Ze was de avond daarvoor teruggekomen uit Barcelona waar ze op verjaardagsbezoek bij haar vader was geweest. Ze droeg een boodschappentas vol sinaasappels.
‘Uit Spanje?’
‘Nee, van de Albert Heijn, ha,ha. Maar misschien hebben zij ze wel uit Spanje. Hoe gaat het?’
‘Goed. Goed. Met jou?’
‘Ook goed.’
‘Lang niet gezien.’
‘Ja, nee. Zeker.’
‘Druk?’
‘Druk? Ja. Heel druk.’
‘Ik ook. Verschrikkelijk druk.’
‘Wat drinken?’
‘Leuk.’
We begonnen in de richting van de Voorstraat te wandelen. C. vroeg of ik wel eens van Cesc Gelabert had gehoord.

Black Swan

Meisje, meisje, nog een meisje en nog meer meisjes. En een paar jongens. Artistiek leider met Frans accent. New York.Nieuwe enscenering van Het Zwanenmeer (Tsjaikovski). Moordende competitie om de hoofdrol. Nina (Natalie Portman) moet op zoek naar het duister in zichzelf. Veel gedoe, ook met haar moeder, maar... het lukt!

Film: Black Swan.
Regie: Darren Aronofsky.
Genre: zwart sprookje.

Algemeen: arthouse voor beginners, hartstikke leuke en enge film voor meisjes in de categorie 16-25 jaar. In alle opzichten schematisch en zwart-wit (karaktertekening, art direction, plotontwikkeling, conflict), alleen de rol van Vincent Cassel als artistiek leider van het dansgezelschap heeft wat grijstinten.

Spoiler: aan het einde gaat Nina dood.

Irritant: de score, of eigenlijk de hele soundtrack is zo dominant, dwingend en eendimensionaal dat je deze film ook prima kunt bekijken met je ogen dicht. Wat je ziet is wat je hoort, je hoort wat je ziet.

Grappig: mooi camerawerk tijdens het dansen en ondanks alle spiegels zie je nooit een snoertje, camera of stagiair in beeld, dat voetenwerk van de cameramensen moet een choregrafie op zichzelf zijn geweest.

Leuk voor Freudianen: let op de vorm van het stuk hout waarmee Nina (Natalie Portman) de deur van haar slaapkamer barricadeert. De leden van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap in de rij achter mij hebben zich kostelijk geamuseerd.

Eindoordeel: twee Grand Battements (2/5)

Bijzonderheden: na zijn come back in het wat matte (no pun intended) The Wrestler (ook van Darren Aronofsky) overtuigt Mickey Rourke als Erica Sayers, de moeder van ballerina Nina.

Wat blijft hangen: het harde, kille mens- en wereldbeeld van Aronofsky. De film doet in dat opzicht, ondanks het sprookjesachtige onderwerp, niet onder voor Requim for a Dream dat stilistisch veel interessanter was.

Dat is ook toevallig: er zat een meisje, mevrouw, in de zaal die bij mij op dansles zit. De volgende dag kwam ik haar ook nog tegen in de supermarkt.

Alternatieven: Het Nationale Ballet, Introdans, Uw Plaatselijke Balletschool.

Ultieme alternatief: Rosas.

Mini-college: klassiek ballet neigt naar de hemel, dansers proberen de zwaartekracht te overstijgen. In moderne dans spelen de aarde en de zwaartekracht een grotere rol.

Als je twijfelt tussen Biutiful en Black Swan, zou ik naar True Grit gaan. Van de broertjes Coen.

Koolmezen

Ergens na vijven stonden we in de foyer van het Novotel afscheid te nemen van Judith. Er glinsterde nog een lachtraan in haar wimpers. Carolina, Bart en ik gingen te voet naar het station. Ondanks de kou en de regen was er nog wat tuig op straat, maar dat was eerder gezellig dan dreigend.

In de hal van het Centraal Station stonden een vrouw en een man met een theelepeltje de binnenkant van hun wangen te bestrijken met gemalen cocabladeren. Ze schepten steeds wat poeder uit een glazen potje. Het leek me een secuur klusje - ik zou mijn wijsvinger hebben gebruikt.

Bart at kaasstengels. Carolina dronk cola. Ik propte dropduo's naar binnen. We wachtten tot onze treinen zouden vertrekken, vergaten dat we stonden te wachten en zagen opeens C & B's trein, die naar Amsterdam, vertrekken. Niet grappig, zei Carolina. Mmm, oordeelde Bart.

Om een uur of zeven was ik thuis. Ik maakte thee en deed alsof ik net was opgestaan. Even later moest ik naar ballet. Zonder nachtrust is het grappig dansen: springen hoeft niet meer, je zweeft vanzelf de ruimte door. Vandaag hebben we geleerd hoe je bij het lopen moet proberen neer te komen op de bal van je voet. In de korte pauzes tussen de oefeningen door leek het verschil tussen bar en barre minimaal. Maar eenmaal weer aan het buigen en stappen, bleek het ook wel praktisch om een beetje rozig te zijn - bij het bewegen staan je hersenen eigenlijk alleen maar in de weg. Steeds als Beethoven even stilviel, hoorde je de koolmezen in de bomen op het speelplein achter de school. Aan het einde van de les applaudisseerden we voor onszelf.

Hoge ramen, spiegels en een vloer van hout

Gisteren mijn eerste dansles gehad. Het was SUPERLEUK. Maar nu een bekentenis. Eigenlijk had ik me het volgende voorgesteld: we zouden ons opwarmen, maar daarna - na een paar luchtsprongen en werveldraaien - zou de lerares zich even verwijderen om een dringend telefoontje te plegen met Vlaanderen, met Anne Teresa De Keersmaeker ('Anne Teresa, ik heb nu een leerling, een jongen, zó talentvol... je moet metéén komen kijken.'). De tweede bekentenis is dat die dansbewegingen allemaal net iets lastiger zijn uit te voeren dan ik vooraf had ingeschat en dat ik voorlopig al lang blij ben dat ik de andere leerlingen geen lichamelijk letsel heb toegebracht (er is iets mis met mijn timing: na iedere enthousiaste draai sta ik in de verbouwereerde gezichten van de anderen te kijken). Mijn nieuwe doel: de zomer halen zonder voortijdig van school te worden getrapt. Sorry dat dit verslag een beetje kort is, maar ik kan me nog niet zo goed bewegen. Fokking spierpijn.

Anne Teresa De Keersmaeker (II)

Ik ga op ballet.

NO SHIT.

Op 15 januari heb ik mijn eerste les.

Heb me meer dan drie weken het hoofd gebroken over 3Abschied. Maar met denken kom ik er niet uit. Zelf dansen, dat is het enige antwoord op De Keersmaeker.

Binnenkort het hele verhaal.

Zie ook: Anne Teresa De Keersmaeker (I) en 3Abschied.

Anne Teresa De Keersmaeker (I)

Al sinds ik een hokje huurde op de Van Asch van Wijcks, vroeg ik me af wie onze buurvrouw was. Haar man kon ik, dat dacht ik althans, ik had hem nooit gesproken, misschien deed ik hem veel te weinig eer, meteen redelijk goed plaatsen: vriendelijk, ontwikkeld. Links van het midden. Waarschijnlijk een hobbykoker, misschien ook natuurliefhebber.

De buurvrouw was geheimzinniger. Gelaagder misschien. Als ik haar langs zag lopen, stond ik vlug op om een beetje aan de touwtjes van mijn luxaflex te frummelen, zodat ik haar beter kon opnemen. Ze was altijd in het zwart gekleed. Ze had een vriendelijk, wijs gezicht, lang zilver haar, grijze ogen.

Daar gaat zij, zong Clouseau. Maar dit was platonisch, verheven. Ik vroeg me altijd af waar ze met haar gedachten was wanneer ik haar zag lopen of staan.

Ze liep meestal op platte, zwarte schoenen en leek in natuurlijk evenwicht met de wereld om haar heen - met de stenen, het gras, de hemel. Ze liep altijd mooi rechtop. En ze leek altijd vriendelijk en mild – niet alleen voor andere mensen, maar ook voor de huizen en de geparkeerde auto's die ze passeerde, voor de tas die ze in haar hand hield.

Het was, ondanks de zon, een ongelooflijke klotezomer, maar steeds als de buurvrouw voorbij kwam, voelde ik me op een vreemde manier getroost en opgetild. Ze emaneerde innerlijke beschaving.
Zij was –
Zij had –
Als je haar zag dan –
Het woord dat haar moest omschrijven, samenvatten, karakteriseren wilde me al die weken maar niet te binnen schieten – de roze contouren van het woord hingen in mijn achterhoofd, ik zag zijn zwarte pakje en de rimpels in zijn maillot, ik kon zelfs het aantal lettergrepen tellen (drie), maar het woord zelf bleef me net zo hinderlijk ontglippen als de gezichtloze wezens in zondagochtenddromen.

Op een doordeweekse morgen had ik geluk.

Terwijl ik met het voorwiel van mijn opafiets (géén sexy woord, opafiets, maar de fiets waarop ik fiets is nu eenmaal een opafiets), terwijl ik met dat voorwiel de zware deur aan de Van Asch van Wijckskade openduwde, zag ik de VPRO gids op de mat liggen. De zomergastenspecial. Op 28-30 heeft niemand een abonnement op een televisiegids; het blad bleek geadresseerd aan onze buren.

Ik wilde eerst koffie drinken en wat met Menno kletsen, of met Jaap, en daarna aanbellen. Maar toen ik in de keuken stond te wachten tot de koffie doorgelopen was, zag ik dat de buurvrouw wat bloemen uit planten stond te knippen.

Klop, klop, glimlach, zwaai, zwaai.

‘De VPRO –gids! Die is vast voor jullie?!’

Blijdschap op het gezicht van de buurvrouw. Zo’n knappe jongen. En dan ook nog zo attent.

‘Momentje!’

Even later liep ik het trapje naar de kade af. Met twee mokken koffie en de VPRO Gids. De zon deinde op het water van de Singel. De buurvrouw en ik raakten in een lang gesprek. Ik stelde een paar keer voor om te gaan zitten, maar ze vond het prettiger om te staan, ze zei dat ze altijd al graag gestaan had.

Handig als je vaak in de spits met de trein moet reizen, dacht ik, die voorkeur.

Ik vertelde wat ik wel en niet deed en wat sommigen van de anderen op de VAVW’s doen, deden. Toen zei zij wat ze was en deed. Ze was danshistorica. Ze onderwees jonge dansers over dansgeschiedenis en danstheorie.

Natuurlijk! Danseres. Het woord dat me al die weken maar niet te binnen wilde schieten, daalde nu in tutu en maillot (roze!) aan onzichtbaar dunne draden uit de hemel naar de kade. De buurvrouw was een danseres! Ook al sta je niet meer iedere dag aan de barre of zweef je niet meer om de avond over het toneel: danseres ben je voor het leven.

De buurvrouw was een danseres! Het geluk van wetenschappers die een nieuwe ster ontdekken. De blijdschap van een puber die voor het eerst de hermetische staartdeling op het ruitjespapier voor hem tot een goed einde weet te brengen. Daarom ook was ze zo opvallend slank.

We hadden het over het experimentele vuur dat eind negentiende, begin twintigste eeuw was ontstoken en dat nog steeds in bijna alle kunsten de hoofdweg verlichtte. De hoofdweg in kwalitatieve zin. We kwamen te praten over het modernisme en over dansvernieuwers. We kwamen op Anne Teresa De Keersmaeker.

‘Stom genoeg heb ik nog nooit een voorstelling van haar gezien,’ zei ik, ‘het is er gewoon nog nooit van gekomen. Maar ik zag dat ze in december hier in de schouwburg staat.’
‘Ja,’ zei de buurvrouw bijna hongerig – het was voor het eerst dat ze haar kalmte even leek te verliezen, ‘ze komt 3Abschied dansen!’
‘O, ja... ja, ik denk dat ik daar wel even naartoe ga.’
‘Ja,’ zei de buurvrouw, ze was alweer rustig, ‘doe dat maar.’

Wordt vervolgd…

Klapstoelkoorts

De mooiste buitenvoorstelling die ik ooit heb gezien, tot op heden, en dus tot nader order - en voorstellingen in Epidaurus uitgezonderd, Epidaurus is hors concours – die mooiste buitenvoorstelling is wiek van Boukje Schweigman. Ik zag de voorstelling vorig jaar in een natuurgebied aan de Dinkel (Twente). Bij zonsondergang, zoals het hoort. Drie danseressen namen het in een piste vol zand op tegen de bladen van een wentelwiek. Er werd niet gesproken, alleen bewogen, geademd, gezweet – en Schweigman raakte dieper dan ze met woorden van Shakespeare, Tsjechov of Kane had kunnen doen. En als je je afvraagt of kunst nut heeft: tot vier of vijf dagen na het zien van wiek was ik voorkomender, geduldiger en hoffelijker dan dat ik zonder die esthetische ervaring zou zijn geweest. Nu heb ik gisteren kaartjes gehaald voor 3Abschied, een voorstelling van Anne Teresa de Keersmaeker en ik verwacht dat haar choreografie net zo veel indruk gaat maken als die van Schweigman - ook al vindt de Keersemaekers voorstelling binnen plaats, hier in de grote zaal van de Stadsschouwburg. Gek genoeg ben ik nu al een tikje zenuwachtig. Het is een soort omgekeerde plankenkoorts. Hoe noem je dat? Klapstoelkoorts.

P.S. Ja, ik vind dat 'Epidaurus uitgezonderd' ook parmantig en snobby en Cees - laat-ik-vandaag-mijn-lamswollen-trui-eens-vlot-met-de-mouwen-over-mijn-schouders-hangen-Nooteboomachtig. Maar weglaten is erger.


Twee reacties:

1) Toevallig was de heer Nooteboom vorig jaar bij ons te gast voor een lezing in de bibliotheek en ik moet zeggen dat ik het erg naar vind dat u hier grapjes maakt ten koste van deze aimabele man/belangrijke naoorlogse schrijver. Bovendien – en dat lijkt u zich óók niet te realiseren – behoort de heer Cees Nooteboom samen met bijvoorbeeld de heer Willem Jan Otten tot het selecte groepje vaderlandse schrijvers dat ‘het spirituele’ nog een plek durft te geven in hun respectievelijke oeuvres, iets dat bij grote groepen lezers veel weerklank vindt, maar blijkbaar óók in de Utrechtse Grachtengordel alleen op spot en hoon kan rekenen. Ik wens u voor de toekomst veel wijsheid toe met het bijhouden van uw digitale dagboek. Mevrouw W.K.H. den Otter-den Reepjes, bezoldigd bibliothecaresse te Veenbroek.

2) Weet u zeker dat de heer Nooteboom een naoorlogse schrijver is? En over welke oorlog hebben we het dan? Die tegen de hertog van Alva? De Actieve Lezer.