Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen

Vasteland

Vrijdag. De hele ochtend zoet om een regenpijpgrijs stuk kunststof, dat de vorige eigenaar ooit, jaren geleden, als een soort plint heeft vastgespijkerd onder een overbodige, extra afrastering van paaltjes en kippengaas áchter de ligusterhaag, weg te breken. Schuchter zonnetje erbij. Toen het sloopwerk klaar was – en nu egels vrije toegang hebben tot de tuin (voor de gezelligheid natuurlijk, maar ook om zich nuttig te maken als slakkenvreters (woordspeling van de eeuw: Escar-Go!)) – ging ik naar de dichtstbijzijnde viswinkel om een bord kabeljauw te eten. Mooi man.

‘Ik begrijp dit soort stukjes nooit zo goed.’
‘Wat begrijp je er niet aan?’
‘Ik weet niet… ik denk altijd dat er iets áchter zit... dat je met ‘afrastering’ iets anders bedoelt dan wat er staat. Of dat 'een bord kabeljauw' iets heel geheimzinnigs betekent... iets anders dan een bord kabeljauw in ieder geval. Maar misschien zoek ik er teveel achter.’
‘Wat zou het moeten betekenen dan?'
'Weet ik niet.'
'...'
'Maar misschien zoek ik er dus teveel achter.'
‘Ja. Nou. Eerlijk gezegd weet ik, op mijn beurt, niet zo goed wat je met dit soort commentaar beoogt… bedoel je je vragen echt als vragen of zit er achter je vragen iets waar ik de vinger niet op kan leggen?’
‘Nee, ik bedoel mijn vragen echt gewoon als vragen.’
‘Nou, fijn... dit soort 'postjes' zijn ook echt gewoon 'postjes'... onschuldige tussendoorteksten… goedbedoelde rooksignalen.’
‘Rooksignalen? Wat bedoel je daar nou weer mee?’

Topinamboer

Terwijl ik vers opgedolven aardperen schoonspoelde onder het kraantje naast de sloot, dacht ik aan Johan Simons' regie van Aischylos'Oresteia (b.c.457) die ik een jaar of zes geleden zag. Van de marathonvoorstelling herinner ik me veel leem, een sterke Bokma, een indrukwekkende en mooie Heebink en ook, (ahum) vooral, de sublieme topinamboersoep die in één van de pauze's werd geserveerd. Inmiddels kan ik die topinamboersoep zelf ook maken (het zit 'm in de sjalotjes en de bleekselderij). En jij kan het ook. Ook zonder tuin, want aardperen kun je gewoon bij de natuurwinkel kopen. Volg dit recept en culinair geluk wordt jouw deel.

'Tyn?'
'Vragen?'
'Opmerkingen. Ik vind het een beetje een saai stukje geworden, eerlijk gezegd. Die natuurlyriek vind ik wel leuk, je schrijft altijd fijn over je tuin en over planten en bloemen enzo, maar alles bij elkaar vind ik dit stukje zo… ik weet niet… geremd. Correct.’
‘Dat neem je terug, klootzak!’
‘Hahaha! Dat is al beter.’
‘Ha,ha!’
‘…’
‘Zal ik ’t opnieuw doen, maar dan als TV-kok?’
‘Je kunt ’t proberen.’
‘Begin maar.’
‘Nou, Tyn… wat ga je vandaag voor ons koken? Die rare aardappels die je hier hebt liggen beloven alvast weinig goeds… het lijken wel mislukte oliebollen met al die griezelige uitsteeksels.’
‘Dit zijn topinamboers. Uit eigen tuin.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha!’
‘Tik ‘m aan!’
'...'

[ high five: kats! ]

‘Topinamboer dus. Wat ga je d’r mee doen? Ze zijn vast niet bedoeld om aan fraaie linten in je woonkamer op te hangen?’
‘Haha!, neeee! We gaan ze opeten.’
‘Opeten? Dat komt goed uit in een kookprogramma, hahaha!’
‘We gaan er soep van maken. Topinamboersoep. Kijk, hier heb ik alle ingrediënten klaargelegd… die flikkeren we zo… huppakee in een grote pan en klaar is je soep! Hier proef maar.’
‘Dat doe je snel!’
‘Ik had het al een beetje voorbereid.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha,ha! Proef maar.’
‘Haha! Lekker zeg! Mmm! Dat smaakt goed.’
‘…’
‘Tyn?’
‘Mmm?’
‘Dit is TÓPinamboersoep. Hahahaha!’
‘Hahahahahahahahahahahaha!’
‘Wat kun je eigenlijk goed koken. Daar zou je iets mee moeten doen, haha. Zou je geen TV-kok willen worden? Hahahaha!’
‘Haha, goed idee, hahaha. En wat kan jij eigenlijk goed kletsen! Zou je geen sidekick willen worden? Hahahaha.’
‘Sidekick? Hoe kom je op het idee? Hahahaha.’
‘Tik ‘m aan!’

[ high five: kats! ]

[ por ]

‘Is dit trouwens een speciale horecakeuken?’
‘Nee hoor, dit is gewoon een huis-, tuin en keukenkeuken.’
‘Dus Badr Hari mag hier wel een broodje komen happen?’
‘Van mij wel, haha.’
‘Hahahaha!’
‘En als ik zou zeggen dat ie ’t niet zou mogen zou ie ’t ook doen, denk ik haha.’
‘Hahahaha!’
‘…’
‘Ik had ’m vanmortgen nog aan de telefoon.’
‘Badr Hari? Serieus?’
‘Ja. Ik zeg: hoe is het? Hij zegt: alive and, vooral, kicking.’
‘Haha!’
‘Hahahaha!’
‘Tik ‘m aan ouwe!’

[ high five: kats! ]

‘Nou die Estelle Gullit-Cruijff is in ieder geval consequent: ze valt stelselmatig op mannen die goed kunnen trappen.’
‘Eerst topscoorder Ruud Gullit en nu die Battle Harder.’
‘Haha!’
‘Hahahaha!’

‘En cut! Het staat erop, jongens. Goed gedaan. Flikker die soep maar weg, we hebben pizza’s besteld.’

‘Ging goed.’
‘Ja, ging lekker.’
‘Lekker, haha! Toepasselijk in een kookprogramma. Hahahaha!’
‘Hahahahaha!
‘We zijn gewoon echt grappig samen, misschien moeten we volgend jaar het boekenbal openen?’
‘Een tennisballenkanon met negerzoenen vullen, loop op de zaal richten en dan al die bleekscheten vol in hun bek blaffen.’
‘En met scherp schieten op het tuig van concernuitgeverijen.’
‘…’
‘Grapje!’
‘O, gelukkig… Ha,ha.’
‘Ha,ha,ha,ha!’
‘Hahahahahahaha!’

Natuurwerkdag

Bladeren harken. Wagens met onkruid, gistend gras en halfvergane appels naar de gemeenschappelijke composthoop kruien. En een lange, tweeledige aluminium ladder beklimmen om, verspreid over het terrein, tien, vijftien nestkastjes te legen. Uit de meeste vogelhuisjes komt een droog, stevig, vierkant bedje, een tegeltje van mos en paardenhaar. De fijne haartjes van achtergebleven veertjes trillen in de wind. In één kastje ligt nog een minuscuul eitje. Nestkastje, doodkistje. Dat lijkt tragischer dan het is, want tegenover die ene, bespikkelde belofte die niet is nagekomen, staan tientallen eieren die wel zijn uitgebroed. De vogels die afgelopen voorjaar uit hun schalen zijn gebroken, zitten nu ergens in Spanje of Afrika relaxed een cocktail te drinken.

'Wat hebben jullie met die nestjes gedaan?'
'Een tentoonstellinkje van gemaakt op een tafel in het verenigingsgebouw.'

Vorig jaar november: mahonia.

Blogverlof

Maar neem voor literaire zaken (schrijven, voor-lezen, tegen-spreken) vooral contact op met Uitgeverij Wereld-bibliotheek – of met mij.

To autumn


Bouwbedrijf Kesting

Deze blogpost – ik refereer aan de houten klos onder in beeld – is mede mogelijk gemaakt dankzij de onoplettendheid van medewerkers van Bouwbedrijf Kesting b.v. (De klos komt weer terug als de bloemen zijn uit-gebloeid, echt – en die groene kabel heb ik zolang tussen die gele container en de Dixi gelegd).

Soundtrack (ter begeleiding van de bloei): One day we will be old.

Een tooi van Crocosmia

Ik knip de peulen uit de lathyrus die daardoor, hoop ik, nog even doorbloeit. De lindebomen geuren niet meer, gierzwaluwen lijken vertrokken. Achterin de tuin een tooi van crocosmia - daar, achter het riet, onder de es, hurkt een Indiaan. Hij blijft daar zitten, al gaat het sneeuwen, al breekt er een kleine ijstijd aan.

Vrijdag

Vuur eten

Van de takken die we in het najaar van de appelbomen hadden gezaagd stookten we een vuurtje. Rooster erover en toen de vlammen klein genoeg waren legden we er kwarten paprika, stukken rundvlees en repen courgette op. Asdeeltjes. Verkoolde randjes. Om je onsterfelijk te voelen moet je vuur eten.

'Maar je kleding gaat er wel van stinken, van zo'n kampvuur. En je haren ook.'
'Waar.'
'...'
'Grappig trouwens dat je 'kleding' zegt. Ik zeg altijd: kleren.'
'Krijg toch allemaal de.'
'Als je de 'n' uitspreekt voorkom je misverstanden, toch?'
'Misschien. Maar ik neem het risico liever niet. Waar zijn we trouwens?'
'Hoe bedoel je?'
'Ik hoor je stem, maar ik zie je nergens. Alles is wit. Overal licht. Net of we midden in de zon zitten. Of staan. Of zweven.'
'...'
'En ben je een man of een vrouw? Jong of oud? Zwart of blank? Groot of klein? Dik of dun? Verlegen of stoer?'
'Kun je dat niet aan mijn stem horen?'

Zomer



Fruitbomen, rozenstruiken, liguster-haag

Ik stond de ligusterhaag te knippen. Over de paden, tussen de tuinen, wandelde een oudere mevrouw. Onder de duindoorn bleef ze staan. Ze zei iets vriendelijks over de honderden bloemen in de boerenjasmijn van mijn overburen en we praatten wat over het voorjaar en over de strenge winter. De mevrouw vertelde dat vrienden van haar vorig jaar een huis met een boomgaard hebben gekocht. In Odijk. Een deel van de fruitbomen die er stonden hebben ze laten kappen om er rozenstruiken voor in de plaats te planten, alleen zijn die afgelopen winter bijna allemaal kapotgevroren. Toen de mevrouw even later groette en weer verder wandelde, bleef ik nog een tijdje staan nadenken over die mensen in Odijk.

‘Want?’
‘Ik weet niet... Ik denk dat die anekdote doet wat literatuur altijd doet: de raadselachtigheid van het leven uitdrukken. En dát komt dan weer doordat in het handjevol woorden dat de vrouw gebruikte de nieuwe eigenaren van die boerderij werden geïntroduceerd. Ook zonder erover na te denken veronderstel je dat ze vol dromen, wensen en verwachtingen naar hun boerderijtje zijn verhuisd – en na de eerste winter beleven ze dan meteen dat drama met die kapotgevroren rozen. Het verhaal gaat dus niet over vernietiging, maar over verlies.'
'...'
'Wat zijn die mensen nog meer kwijt met het sterven van die struiken? Worden ze in wezen afgestoten door de grond waar ze zich net hebben gevestigd? Of zijn ze alleen maar gestraft voor het rooien van die fruitbomen? Of betekent het sterven van de rozen dat hun liefde niet zal kunnen gedijen op nieuwe grond?'
'De kapitale rozenstruiken zijn het offer waarna het stel kan wortelen... tenzij het doodvriezen nog veel groter ramspoed inluidt?'
'Ja, precies!'
'...'
'Het leven geeft tekens en wij proberen die te duiden.’
'...'
'Een verhaal, zelfs in haar allerkleinste vorm, drukt waarheden en mogelijkheden en gelijktijdigheden uit die het niet-verhaal onmogelijk kan overbrengen.'
'Oewaaaaaaaaaaaaaaaa. Sorry, ik vind het súperinteressant wat je allemaal vertelt, maar ik geloof dat ik de afgelopen dagen een beetje teveel sport heb gekeken.'

Speciaal voor iedereen – blooper

‘Je staat verkeerd om, eikel.’
‘Sorry.’
‘Dat mos op de bast is wel mooi trouwens.’
‘Alleen het allermooiste mos is goed genoeg voor de gasten van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom.’

Wreed

Bijna zes jaar geleden nam ik een mispelpit mee van Sardinië. De pit verdween in een pot, er kwam een boompje op. Die boom verplantte ik naar de tuin, hij werd groter en groter – en deze winter is hij doodgevroren. Ook de grote rozemarijnstruik lijkt de vriesperiode niet te hebben overleefd. Maar gisteren vond ik bij de post een envelop met zaadjes voor artisjok, gouden tomaat, oranje patisson, gele courgette, kamille (‘echte kamille') en dropplant. March is the cruellest month.

Soundtrack bij dit stukje: Friedrich Nietzsche & Kelly Clarks.

Speciaal voor iedereen - de laatste oogst van 2011

















Cosmea, goudsbloem, kamperfoelie.

Dit is echt de allerlaatste oogst van 2011,
gisteren geknipt.

Nu is het wachten op de ijsbloemen.

'Hé, dat rood is dat de mouw van je badjas?'
'Ja.'
'Vadsige hond.'