Posts tonen met het label cinema. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cinema. Alle posts tonen
'In this car rude manners won't help'* - Inside Llewyn Davis (2013)
Film: Inside Llewyn Davis(2013).
Regie: Ethan & Joel Coen.
Verhaal: nadat de helft van een folk-duo van een brug is gesprongen, is de resterende helft de weg kwijt. Geen fijne basis voor een film die half road movie wil zijn.
The Man Who Wasn't There (2001) en No Country for Old Men (2007) vond ik sterk, om Burn After Reading (2008) heb ik erg gelachen. Maar een meesterwerk hebben de Coen Brothers nog nooit afgeleverd. En ik denk ook niet dat het ooit zal gebeuren. Wat zij maken blijft altijd aan de vlakke, ongevaarlijke kant - hun werk heeft meer gemeen met mainstream graphic novels, entertaiment en kinderfilms dan met volwassen en artistiek volwassen cinema.
'Hoe komt dat?'
'Misschien omdat Ethan Coen en Joel Coen broertjes zijn. Ze weigeren op te groeien - of belemmeren elkaar artistiek volwassen te worden. Het ironische is tegelijkertijd dat ze waarschijnlijk zo bekend zijn geworden omdát ze broertjes zijn.'
Eindoordeel Inside Llewyn Davis: wezenloos filmpje, twee doosjes met onverkochte LP's (2/5).
*Titelverklaring van dit blogje: lompe jazzmuzikant probeert Llewyn Davis manieren bij te brengen. Ik ben geneigd de scène te lezen als onbewuste zelfkritiek van de Coen Brothers. In muziektermen moet hun werk eerder tot de folk dan tot de jazz worden gerekend.
'Merci pourquoi? C'est notre fils.' - La Tendresse
Film: La Tendresse (2013).
Regie: Marion Hänsel.
Verhaal: gescheiden ouders reizen van Brussel naar Zuid-Frankrijk om hun zoon te gaan halen. De jongen heeft een ski-ongelukje gehad en moet terug naar België om te revalideren.
Uitvoering: middelmatig acteerwerk in een middelmatige verfilming van een middelmatig scenario. Aangezien ik van mijzelf al middelmatig genoeg ben, mag ik de film, denk ik, wel afdoen als: overbodig.
Eindoordeel: één in aluminiumfolie verpakt broodje voor onderweg (1/5).
Ik was al gewaarschuwd voor ik naar deze film ging. En jij bent dat nu ook. Als je gaat, neem dan een lekker kussentje mee. En een deken. En iets te eten. En een goed boek. En een zaklampje.
Veel plezier!
‘She's got a lot of stuff’* - The Bling Ring (2013)
Film: The Bling Ring (2013).
Regie: Sofia Coppola.
Genre: eigentijdse fictiefilm.
Coppola: baseerde haar scenario op een Vanity Fair-artikel.
Verhaal: een handjevol rijke tieners breekt in bij celebrities die in de Hollywood Hills (L.A.) wonen. Dankzij hun buit zijn de kinderen in staat zelf een ‘sprookjesleven’ te leiden, net als de twintigers en dertigers die ze bewonderen; ze flaneren in designer clothes (gadgets, accessoires), gaan naar clubs
Lachen trouwens hoe relatief roem is: de meeste Amerikaanse ‘sterren’ die zo belangrijk voor het groepje tieners zijn, kennen wij (ken ik) helemaal niet.
The bling ring (TBR) gaat over leegte, materialisme, glamour en vervreemding – logisch dat ie soms oppervlakkig aandoet. De prijs die de criminele tieners opstrijken voor hun wangedrag – een rechtszaak: boete & gevangenisstraf - had meer aandacht mogen krijgen/een groter deel van de film mogen uitmaken. Met het contrast tussen het luxesprookje en de oranje gevangenisoveralls & penitentiaire schraalte had Coppola minstens haar artistieke voordeel kunnen doen.
Coppola vangt en toont haar beelden in een prettig ritme van handheld en statief, close en totaal, statisch en dynamisch, donker en licht. De soundtrack is lekker schreeuwerig en leeghoofdig – zoals past bij het milieu waarover The bling ring vertelt.
Beste scène: een totaal waarin we – de skyline van L.A. by night op de achtergrond – van grote afstand, en vanuit een hoger gelegen standpunt, volgen hoe Rebecca en Marc, de twee belangrijkste boefjes, door een clandestien betreden huis schuimen. Op de achtergrond auditieve vooruitwijzingen naar hun latere arrestatie: politiesirenes, het roteren van helikopterbladen, hondengeblaf. Het is de meest veroordelende sequentie in TBR. Coppola dwingt ons hier om ons letterlijk van de personages te distantiëren – de afstand verhindert iedere identificatie, alsof de regisseuse zegt: ‘kijk nou waar ze mee bezig zijn’.
Coppola maakt, naast haar arthousefilms, ook toegepast werk: commercials voor Dior en H&M. Daarmee draagt ze, zoals ze zich ongetwijfeld realiseert, bij aan de instandhouding van de mondiale glamourcultuur. De haat-liefde verhouding met 'bling' die TBR ademt, is dus ook Coppola’s eigenliefde & zelfhaat. Roem, rijkdom, schoonheid en vooral kleding, huizen en spulletjes worden verheerlijkt - maar die verheerlijking - en het ongerichte verlangen dat erachter schuilt - wordt ook geloofwaardig geproblematiseerd.
De aanstichtster van/het ‘brein’ achter de celebrity-inbraken, Rebecca, laat haar vrienden vallen zodra ze zijn gearresteerd, in de rechtbank vermijdt ze zelfs oogcontact met haar beste vriend, Marc. Het eigenaardige is dat we in de wandelgang van diezelfde rechtbank hebben gezien, of gehoord, dat Rebecca met haar moeder ‘buitenlands’ praat (Koreaans?). Ik vraag me af of Coppola hier een verband suggereert tussen immigratie en ontworteling/vervreemding/criminaliteit - als dat zo is, dan lijkt het me onzuiver en tricky om dat zo verholen te doen. Maar misschien ben ik te achterdochtig.
Katie Chang speelt ‘Rebecca’ trouwens erg goed, zoals haar partner in crime,Marc, sterk wordt vertolkt door Israel Broussard.
Bij Emma Watson (Nicki) is iets misgegaan met de spelregie. Zij interpreteert haar rol van tiener met glamourhunger zo vet en karikaturaal dat die de thema’s van TBR eerder relativeert dan intensiveert. Het personage van Nicki suggereert dat vooral halve idioten zich laten verlokken door glitter en bling.
Voor aankomend wetsovertreders valt er veel te leren van The bling ring. Voorbeeld: ontdek je een bewakingscamera aan de gevel van een illegaal te betreden woning, sla dan de capuchon van je sweater over je hoofd en loop achterwaarts – met je onherkenbare rug naar de lens – richting pand of pakhuis.
Eindoordeel: prima film. Twee door het kattenluikje in de voordeur van een luxevilla gekropen minderjarige zusjes (2/5).
*Titel van dit stukje: een uitspraak van verteller/protagonist Marc als hij door de inloopkast van Paris Hilton dwaalt.
‘What a tragic waste of life.’ - Stoker (2013)
Film: Stoker.
Genre: psychogriezel.
Regie: Chan-Wook Park.
Verhaal: na het overlijden van haar vader moet tiener India Stoker zijn jongere broer bij haar en haar moeder in huis dulden. Die broer, Charles, lijkt eerst alleen wat vreemd, maar blijkt later zo gestoord als een wc-eend.
Het meisje wordt gaandeweg de film - leuke wending - net zo gek als die oom die bijna zijn hele volwassen leven in een inrichting heeft doorgebracht*. In haar geval betekent het dat ze het kwaad in zichzelf ontdekt en leert botvieren.
In een douchescène die volgt op een moordsequentie zien we hoe India (onder de douche dus) huilt, masturbeert en klaarkomt door een cocktail van angst en opwinding. Het verlangen kwaad te doen/de fascinatie ervoor is voor de personages in Stoker sterk verwant aan seksuele lust.
Door de visuele eloquentie waarmee Stoker tot ons spreekt - zwierige cameravoering, somptueuze decors (piano, bloemen, dure auto’s, houten vloeren), fraaie kostuums – een eloquentie die wordt versterkt door symfonische muziek, sugereert de film een verband tussen ‘het kwaad’ en luxe en decadentie. Een hang naar het kwaad/slechte (of: het onvermogen die hang te beteugelen) lijkt in Stoker bovendien verbonden met scherpe intelligentie en een bijna bovennatuurlijke overgevoeligheid. Verrotting! Schoonheid! Poëzie! Hier bloeien fleurs du mal.
Het hoogtepunt in dit verband: de scène waarin de protagonist vanuit haar cabrio een tuinschaar in de hals steekt van de sheriff die haar heeft aangehouden waarna hij (de sheriff) bloedsproeiend een akker inloopt om daar bloemen en bladeren met zijn bloed te bespatten.
Stoker probeert geen ‘realistische’ cinema te zijn.
En: hysterische scènes ontbreken.
Hoewel we veel gruwelsequenties te verstouwen krijgen - wurgpartij in telefooncel, wurgpartij in bos, wurgpartij in tuinhuis (het lijk wordt in de vrieskist opgeborgen), doodslag (fraticide) met kei in een auto, fraticide in een speeltuin waar een psychopaatje zijn broertje levend begraaft, aanslag met scherpgeslepen potlood, executie met jachtgeweer in slaapkamer… en dan heb ik wellicht nog een decapitatie ‘over het hoofd’ gezien (hahaha!) - is de film toch aan de trage/slome kant.
De mooiste scène uit Stoker: die waarin moeder Kidman, Evelyn Stoker, voor de kapspiegel zit en India, die achter haar staat, haar haren borstelt en we een close up
‘What a tragic waste of life,’ zegt een familielid als na afloop van de begrafenis van de vader van de protagoniste het schieten en opzetten van succesvol bejaagde dieren ter sprake komt. Later in de film begrijpen we dat de vader zijn dochter heeft leren jagen om haar voor te bereiden op het grotere wild dat iedere volwassene in zijn leven moet schieten.
Stoker is niet veel sterker dan de betere televisiefilm. Mooie beelden, weinig substantie. Sommige vondsten zijn te geaffecteerd, te geforceerd ‘beeldend’, zo krijgt India ieder jaar een paar dezelfde blauwwitte schoenen voor haar verjaardag (maar steeds, zonodig, een maatje groter) tot haar uiteindelijke vrouwwording (18e jaar) wordt bevestigd door de ontvangst van een paar schoenen met hakken. Dat is te kunstmatig, te theatraal, zelfs in deze artificiële setting.
Eindoordeel: twee eierdooiergele, aan het hek voor de oprijlaan bungelende paraplu’s. Of, als dat spannender klinkt, twee hemelsblauwe waterpistooltjes (2/5).
P.S. Enigszins ongemakkelijk: de exploitatie (anti-esthetisering) van de verwelkende schoonheid van Nicole Kidman als Evelyn Stoker – alle legendarisch mooie vrouwen zijn blijkbaar een keer aan de beurt. Kim Bassinger (1953) in L.A. Confidential (1995), Sharon Stone (1958) in Jarmusch’ Broken Flowers(2005). Vamptoerisme verworden tot ramptoerisme. Het machtsverlies dat met veroudering gepaard gaat is in ieder geval een subthema in Stoker: moeder Kidman moet aanzien hoe haar dochter met het uitbotten van haar schoonheid machtiger dreigt te worden, en wordt, dan zij. Misschien is de film hier niet wreder dan de werkelijkheid.
*Noot: hij beweert dat hij heeft leren koken in L’institution nabij Toulouse. Het blijkt later verzonnen - net als zijn buitenlandse reizen, als zijn hele leven...
‘Neem ik je mee naar het ondergrondse bos?’ – L’ecume des jours (2013)
Film: L'écume des jours(2013).
Genre: melodramatisch sprookje.
Regie: Michael Gondry.
Verhaal: boys meets girl. Girl dies. EDJ is een roman van Boris Vian, uit 1947.
En effect is EDJ, de film: een lawine van visuele vondsten. De associatieve, a-logische manier van vertellen doet denken aan écriture automatique. Toch stelt de film (ook) dat de lotgevallen van de personages zijn gepredestineerd – ze worden voorgeschreven door de werknemers in een typemachinewerkruimte. De mannelijke protagonist van EDJ, Colin, komt er kort te werken, maar hij kan niet meekomen: mensen kunnen hun lot niet in eigen hand nemen.
Verontrustend, al heb ik het vaker gehoord, ook in de echte wereld, is deze uitspraak van de dokter van Cloé: wie na zijn zestigste geen pijntjes voelt als hij wakker wordt, is waarschijnlijk dood.Blijkbaar wordt het leven met het vorderen der jaren almaar geiniger.
Beklemmend: naarmate de tijd verstrijkt, krimpt het huis van Colin & Chloé en laten de vensters steeds minder daglicht door. Schoonmaken heeft volgens Colin geen zin: het donker zit in het huis.
De eindeloze grappen over Jean-Paul Sartre (Jean-Sol Partre in de film) zijn: flauw. Toch maakt EDJ aannemelijk dat het leven meer op eenonbeheersbaar surrealistisch melodrama lijkt dan op een vrij te vullen pak schrijfpapier. Vrijheid is een illusie zoals surrealisten en Freudianen 'weten'. Net als zelfkennis of beheersing van het zelf. In die zin is EDJ net zo polemisch als Sarte zegt sorry. Misschien is een opleving van het existentialisme aanstaande - en wordt die op voorhand bestreden.
Wie was Jean-Paul Sarte ook alweer? Lezers van P.F Thomése’s Het bamischandaal (2012; p.113) herinneren zich deze dialoog:
‘Jean-Paul Sartre. Die kon op een kruispunt met één blik twee straten tegelijk in de gaten houden. Hij woonde op de hoek van de rue Bonaparte en de rue de Seine, meen ik. Op de bovenste etage.’
‘En toch is ie overreden,’ raadde Peer.
‘Nee, hij is niet overreden,’ antwoordde ik geërgerd. ‘Hij is eerst communistisch geworden en toen dement.’
‘Was-ie ook een pornoacteur?’
Ik dacht aan L’Être et le Néant en haalde mijn schouders op. ‘Niet dat ik weet.’
Lachen: de geestelijke die het huwelijk van Cloé & Colin inzegent wenst hen een toekomst toe die zal zijn ‘gevrijwaard van familie en werk’.
Ziek worden. Doodgaan. Als ik zo om me heen kijk: biedt de plot van EDJ een heel geinige metafoor voor volwassen worden.
‘Hahaha, schitterend!’
Eindoordeel: na Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004) kon L’ecume des jours alleen maar tegenvallen. Die teleurstelling heeft Gondry dus mooi waargemaakt. Evengoed: geen onaardige film. Twee afgeknipte oogleden* (2/5).
*Die oogleden vallen al vroeg in de film in Colins wasbak. Ik vermoed dat de scène een ‘knipoog’ is naar de iconische scheermes-oogbol sequentie uit Bunuel/Dali’s surrealistische kortfilm Un chien andalou (1928). Het beeld roept ook dit beroemde shot uit Kubrick’s A clockwork orange (1971) in herinnering.
Genre: melodramatisch sprookje.
Regie: Michael Gondry.
Verhaal: boys meets girl. Girl dies. EDJ is een roman van Boris Vian, uit 1947.
En effect is EDJ, de film: een lawine van visuele vondsten. De associatieve, a-logische manier van vertellen doet denken aan écriture automatique. Toch stelt de film (ook) dat de lotgevallen van de personages zijn gepredestineerd – ze worden voorgeschreven door de werknemers in een typemachinewerkruimte. De mannelijke protagonist van EDJ, Colin, komt er kort te werken, maar hij kan niet meekomen: mensen kunnen hun lot niet in eigen hand nemen.
Verontrustend, al heb ik het vaker gehoord, ook in de echte wereld, is deze uitspraak van de dokter van Cloé: wie na zijn zestigste geen pijntjes voelt als hij wakker wordt, is waarschijnlijk dood.
Beklemmend: naarmate de tijd verstrijkt, krimpt het huis van Colin & Chloé en laten de vensters steeds minder daglicht door. Schoonmaken heeft volgens Colin geen zin: het donker zit in het huis.
De eindeloze grappen over Jean-Paul Sartre (Jean-Sol Partre in de film) zijn: flauw. Toch maakt EDJ aannemelijk dat het leven meer op een
Wie was Jean-Paul Sarte ook alweer? Lezers van P.F Thomése’s Het bamischandaal (2012; p.113) herinneren zich deze dialoog:
‘Jean-Paul Sartre. Die kon op een kruispunt met één blik twee straten tegelijk in de gaten houden. Hij woonde op de hoek van de rue Bonaparte en de rue de Seine, meen ik. Op de bovenste etage.’
‘En toch is ie overreden,’ raadde Peer.
‘Nee, hij is niet overreden,’ antwoordde ik geërgerd. ‘Hij is eerst communistisch geworden en toen dement.’
‘Was-ie ook een pornoacteur?’
Ik dacht aan L’Être et le Néant en haalde mijn schouders op. ‘Niet dat ik weet.’
Lachen: de geestelijke die het huwelijk van Cloé & Colin inzegent wenst hen een toekomst toe die zal zijn ‘gevrijwaard van familie en werk’.
Ziek worden. Doodgaan. Als ik zo om me heen kijk: biedt de plot van EDJ een heel geinige metafoor voor volwassen worden.
‘Hahaha, schitterend!’
Eindoordeel: na Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004) kon L’ecume des jours alleen maar tegenvallen. Die teleurstelling heeft Gondry dus mooi waargemaakt. Evengoed: geen onaardige film. Twee afgeknipte oogleden* (2/5).
*Die oogleden vallen al vroeg in de film in Colins wasbak. Ik vermoed dat de scène een ‘knipoog’ is naar de iconische scheermes-oogbol sequentie uit Bunuel/Dali’s surrealistische kortfilm Un chien andalou (1928). Het beeld roept ook dit beroemde shot uit Kubrick’s A clockwork orange (1971) in herinnering.
‘The old man is ill, the old man is out.’ – A Late Quartet (2013)
Film: A Late Quartet(2013).
Genre: museaal middenklassendrama.
Regie: Yaron Zilberman.
Verhaal: als de cellist van een kwartet Parkingson ‘krijgt’, raken ook de levens van zijn jongere collega-musici, twee mannen en een vrouw, uit evenwicht. De mannen zoeken, en vinden, baat bij jonge vrouwen, de vrouw vindt geen baat (maar misschien zoekt ze die ook niet). Aan het einde van ALQ komt alles helemaal goed. Tenminste: die gast met Parkingson gaat uiteindelijk natuurlijk hartstikke dood, maar dan is de film gelukkig allang voorbij. Maar ja… je zorg is toch gezaaid. Hopelijk komt er een sequel waarin blijkt dat de artsen zich hebben vergist in de diagnose! Niemand mag ziek worden, niemand mag sterven.
Wat was je vraag ook alweer? O, ja… A Late Quartet…
De stukken staan keurig opgesteld… de plot wordt volgens het boekje afgewikkeld – zoals je verwacht bij een film die een uitvoerende kunst tot onderwerp heeft (zie ook: Amour).
Wat, op aarde, gaat er boven: Beethoven kwartetten? Veel. Toch kut dat die Philip Seymour Hoffman en z’n collega’s er de hele tijd doorheen lopen te acteren.
Is Philip Seymour Hoffman: een groot acteur? Ja en nee. Ook in ALQ toont hij dat zijn psychologische reikwijdte die van de allermeervoudigst gestoorde persoonlijkheid verre overtreft, het vreemde is alleen dat hij zo vaak zo lekker aan het acteren is dat zijn personage achter het spel verdwijnt.
Paradoxaal maar waar.
Ook in ALQ weet Hoffman een paar keer echt te raken – vooral als hij zijn woede en frustratie of verdriet toont aan zijn vrouw (‘Do you really love me? Or am I only convenient?’) Maar: ook nu de acteur een tweede violist moet vertolken, zit het talent van de eerste violist die hij als acteur nu eenmaal is hem in de weg. Met andere woorden: je kijkt de hele film naar PSH die een violist vertolkt, geen moment naar een violist.
‘Ja, nou weten we het wel.’
‘Sorry, ik dacht dat ik een heel nieuw inzicht verwoordde.’
‘Integendeel. Tik maar weer door.’
De bijnaam die de gedreven eerste violist van zijn leerling/minnares krijgt: Mr. Perfection. Niet heel origineel, maar daardoor draagt zo’n detail bij aan een sense of realism. Je gelooft het meteen, zogezegd.
De film bevat twee of drie huiveringwekkend sexy close ups van: Imogen Poots.
A Late Quartet is speciaal bedoeld: voor een publiek van 85 jaar en ouder. Dus een groot voordeel van deze film is dat motieven, gedachten en bedoelingen steeds worden uitgelegd in de dialogen… je hoeft geen moment zelf na te denken! Best lekker. Dankzij de soundtrack (veel strijkmuziek, natuurlijk) weet je ook steeds precies wat je geacht wordt te voelen. En ook dat scheelt een hoop energie… energie die je natuurlijk goed kunt gebruiken als je je met je looprek een weg naar de bushalte moet banen. Zelfs een visioen van Peter/Christopher Walken (een toevallige echo van een vergelijkbare scène in Amour) is in de dialoog aangekondigd als symptoom van de ziekte van Parkinson. De kijker vooral niet verwarren.
Te irritant: dat oudste kwartetlid (de man met Parkinson: Parkinson Peter) is het archetype van de wijze leraar, evenwichtige muzikant, goede vriend, bescheiden kunstenaar. Het schone, het ware en het goede. Gaap, gaap. En vooral: om je gezicht open te krabben van ergernis. Huichelaar! Schijnheil! Oppervlakkige, geremde clichélul!
Eindoordeel: prima verpozing. Twee bij je minnares achterlaten vioolkoffers (en als je thuis staat te douchen vraagt je vrouw waar je viool is (‘o, shit!’)… terugroepen dat je die zo gaat ophalen in het café waar je hem vannacht bent vergeten), (2/5).
Tweede violist tegen de eerste:
‘Unleash your passion. What are you afraid of?’
De nieuwe wereld – Ingezonden Mededeling
Weet je wie een goeie gast is? Jaap van Heusden.
Zijn haar is een beetje lang en jammer genoeg is hij soms wat grof in de mond, maar hij maakt sterke, oorspronkelijke films die een groot en serieus publiek verdienen.
Zijn jongste film, De nieuwe wereld (2013), komt op zaterdag 20 april om 20:20 uur op Nederland 2.
Of je het even in je agenda zet.
Merci.
‘Het zal nooit meer regenen, nooit.’ – Thérèse Desqueyroux (2012)
Film: Thérèse Desqueyroux (2012).
Regie: Claude Miller (1942 – 2012).
Genre: emancipatiedrama/boekverfilming van François Mauriacs gelijkgetitelde roman (1927).
Verhaal: ‘La famille avant tout.’ Of de prijs die je betaalt voor oud geld. In gezinnen waar macht/aanzien/de goede naam tellen, ontbreekt warmte. En: in een verstandshuwelijk verandert de Ander vroeg of laat in de hel.
De film heeft het aangenaam trage tempo dat past bij klassieke romans uit de periode 1850-1950. De adaptatie maakt nieuwsgierig naar de roman van Mauriac (loze opmerking: de komende dertig jaar maak ik toch geen tijd voor dat boek).
André Waardenburg schreef in de NRC van afgelopen woensdag dat de twee protagonisten van TD, Thérèse en haar man Bernard, ‘je weinig kunnen schelen’. Dat ben ik toch niet met hem eens. De kilte tussen de twee is vaak komisch en doet in een paar sequenties bovendien echt pijn. TD toont dat rijkdom en comfort niet kunnen compenseren wat een huwelijk aan liefde tekort komt.
‘Wat weet jij dat toch mooi te verbaliseren!’
‘Dat is m’n vak, schatje, dat is m’n vak.’
Audrey Tautou is veel beter dan in: La délicatesse(2012).
Eindoordeel: mooie actrices, mooie kostuums, mooie locaties. Montere plotwending tegen ’t slot. Ik had een prima Boeuf Bourguignon gegeten dus de meter stond, eerlijk gezegd, al op ‘dik tevreden’ voor de film begon te lopen. Drie dreigend op de bosgrond liggende glasscherven (zonnekracht!, bosbrand!) – (3/5).
Jammer genoeg ben ik wel vergeten hoe je die achternaam van Thérèse ook alweer uitspreekt.
De komende weken ga ik oefenen op een hautaine uitroep die Thérèse’s vader slaakt aan de dis van zijn schoonzoon: ‘Potage… jamais!’
Ironische soundtrack bij dit stukje: High On Your Love.
'Since when do cops have cards?' - Silver Linings Playbook(2012)
Film: Silver Linings Playbook (2012).
Regie: David O. Russell.
Genre: psychiatrisch sprookje/romantische komedie.
'Ik ben gek op je,' klonk nog nooit zo grappig.
Verhaal: twee afwijkers ontmoeten elkaar op een vrienden-dinertje, ze gaan samen hardlopen en samen dansen. En min keer min? Is plus. In sprookjes genees je geestesziekten met liefde.
Eindoordeel: lekkere publieksfilm, iets te lang, tikje lawaaiig. En hardlopen met een vuilniszak aan is mij te symbolisch. Twee door het slaapkamerraam geflikkerde exemplaren van Ernest - fucking - Hemingways A Farewell to Arms (2/5). Zie trailer.
En maak je geen zorgen: aan het einde krijgen ze elkaar.
'Wie? Pat en Jennifer? Of Pat en Nikki?'
'Zeg ik niet.'
Regie: David O. Russell.
Genre: psychiatrisch sprookje/romantische komedie.
'Ik ben gek op je,' klonk nog nooit zo grappig.
Verhaal: twee afwijkers ontmoeten elkaar op een vrienden-dinertje, ze gaan samen hardlopen en samen dansen. En min keer min? Is plus. In sprookjes genees je geestesziekten met liefde.
Eindoordeel: lekkere publieksfilm, iets te lang, tikje lawaaiig. En hardlopen met een vuilniszak aan is mij te symbolisch. Twee door het slaapkamerraam geflikkerde exemplaren van Ernest - fucking - Hemingways A Farewell to Arms (2/5). Zie trailer.
En maak je geen zorgen: aan het einde krijgen ze elkaar.
'Wie? Pat en Jennifer? Of Pat en Nikki?'
'Zeg ik niet.'
De nacht is een eindeloze zee
Film: Io e te (2012).
Gebaseerd op een boek van: Niccolò Ammaniti.
Regie: Bernardo Bertolucci.
Verhaal: twee in zichzelf gekeerde pubers keren zich in elkaar.
Eindoordeel: Bertolucci voert je, zoals altijd, mee op het avontuur van het kijken en observeren. Deze keer blijft het wel wat vlak. Io e te speelt zich bijna helemaal af in een ingerichte kelderbox, claustrofobisch wordt het niet. Eerder: lethargisch. Jacopo Olmo Antinori is uitstekend gecast als protagonist Lorenzo - 'een lief griezeltje' om de woorden van een andere bioscoopbezoeker aan te halen. Twee lezende conciërges (2/5).
Gebaseerd op een boek van: Niccolò Ammaniti.
Regie: Bernardo Bertolucci.
Verhaal: twee in zichzelf gekeerde pubers keren zich in elkaar.
Eindoordeel: Bertolucci voert je, zoals altijd, mee op het avontuur van het kijken en observeren. Deze keer blijft het wel wat vlak. Io e te speelt zich bijna helemaal af in een ingerichte kelderbox, claustrofobisch wordt het niet. Eerder: lethargisch. Jacopo Olmo Antinori is uitstekend gecast als protagonist Lorenzo - 'een lief griezeltje' om de woorden van een andere bioscoopbezoeker aan te halen. Twee lezende conciërges (2/5).
Knollywood
De Ysbreeker. De vriendin die weleens op dit blog kijkt slikte een hapje omelet door, wierp een blik op de Amstel en zei toen: 'Je schrijft zo vaak over film... je kunt je blog beter Knollywood noemen.' Ik neem het in beraad.
‘Zonder zwaard kun je ook vechten.’ – Saya-zamurai (2010)

Film: Scabbard Samurai/ Saya-zamurai (2010).
Genre: sprookje.
Regie: Hitoshi Matsumoto.
‘Wie?’
‘Hitoshi Matsumoto.’
'Oké dan.'
Verhaal: een wegens verdriet om zijn gestorven vrouw (ziekte) gedeserteerde samurai, Nomi, wordt gevangen en krijgt dertig kansen om een vadsig prinsje, dat verdrietig is omdat zijn moeder (ziekte) is overleden, aan het lachen te maken. Het grootste deel van de film bestaat uit een verslag van die pogingen. Variété, mime, slapstick.
Doordat de protagonist – geholpen door zijn dochtertje en zijn bewakers – materialen gebruikt als hout, riet en jute doen zijn optredens denken aan voorstellingen van het Haagse toneelgezelschap de Appel. De grote verrassing – een dikke middelvinger naar de conventies van het sprookje – is dat de samurai blijft falen en na de laatste mislukte poging dikprins te laten grinniken, ten overstaan van zijn eigen dochtertje, het volk, prins en gevolg, zijn buik opensnijdt. De sequentie die daarop volgt, waarin een dichter aan de rivier een boodschap voorleest (en voorzingt) die Nomi (de vader van het meisje dus) voor zijn dochtertje heeft achtergelaten is echt ontroerend. Nomi is blij, vertelt het gedicht, dat hij nu bij de moeder van het meisje is en ooit zal hij naar de aarde terugkeren als de zoon van het meisje (als de zoon van zijn dochter dus - Hans Kazán, lees je mee?). Of het genoeg is om de kinderhand van het meisje duurzaam te vullen is de vraag, ze is nu immers 100% wees, dan en daar werkt het.
Pitch: dertig dagen, dertig grappen. ‘There’s nothing like a countdown for building suspense,’ zegt de verteller van Salman Rushdie's Midnight's Children (1981) ergens.
Leuk: de film bevat een paar bijna surrealistische, comic-achtige bewustzijns- en fantasiesequenties.
‘Waarom lopen die kinderen aan het slot van de film om die boom heen?’
‘Bij die grafsteen?’
‘Ja.’
‘Het verbeeldt de
‘Een beetje een dode-mus-redenering.’
‘Wie zelf zonder dode mussen kan werpe de eerste vogel.’
Eindoordeel: mooie film. Drie door je rechterneusgat opgeslurpte noedelslierten (3/5).
Bovendien een uitgelezen kans om op een ontspannen en onderhoudende manier je Japans weer eens lekker op te frissen.
Affiche: filmfreaks.
‘We gaan Pinochet aan de kant zetten’ of: ‘Chili, het geluk komt eraan’ - NO (2012)
Film: NO (2012). Het lijkt me niet nodig de filmtitel af te korten tot ‘N’ of iets dergelijks, dat zou maar heel weinig tijds- en ruimtebesparing opleveren… ‘N’ of ‘NO’… het scheelt precies één (1) letter… en zou je die geschrapte ‘O’ vervangen door, bijvoorbeeld, een punt (‘.’), dan zou dat in karakters uitgedrukt zelfs helemaal geen ruimtewinst opbrengen en ik vind dat het afkorten van een film- of boektitel echt alleen zin heeft als het een serieuze besparing oplevert anders lijkt het alleen een trucje, een maniertje, om je tekst een beetje een hip aanzien te geven, terwijl we in deze crisistijden echt allemaal onze uiterste best moeten doen zo economisch mogelijk met onze tijd en ruimte - sorry, flauw.
Genre: Fictie.
Regie: Pablo Larraín.
Based: on a true story (een ‘story’ is natuurlijk by definition not ‘true’, maar you begrijpt what er wordt bedoeld).
Verhaal: onthechte reclamemaker, René Saavedra, laat zich inhuren voor een campagne tegen Augusto Pinochet. Hij begint eraan, die René dus, om zijn activistische ex-vrouw, de moeder van zijn zoon, terug te winnen, wat niet lukt, maar raakt zelf zo gegrepen door ‘de goede zaak’ dat hij van adviseur (van de oppositie) evolueert tot architect van de luchtige campagne die(het team van) Pinochet verslaat. Dit alles speelt zich af in 1988.
‘Een verkiezingscampagne in een dictatuur? Lijkt me sterk.’
‘Dat is historisch: Pinochet schreef die verkiezingen uit onder druk van de internationale gemeenschap. En hij dacht dat hij zou gaan winnen.’
‘Grappig.’
De film, NO, laat opvallend goed zien hoe ‘creatieven’ op ideeën komen: hangen, liggen, dromen, staren, eten.
Stijl: plezierige, nostalgische – hooguit wat al te zelfbewust historiserende – cameravoering en art direction. Perfect gecaste hoofdrolspeler (Gael Garcia Bernal). Fijne soundtrack.
Strekking: een democratie is aangenamer dan een dictatuur.
Sympathiek. Mee eens.
Eindoordeel: lekker filmpje, 2 handgepelde sinaasappelen (2/5).
Maar hé… laten we nog drie seconden langer over de betekenis van NO nadenken…
3,2,1…
Bezingt NO werkelijk (alleen) de triomf van de democratie/vrijheid over de dictatuur/onvrijheid? Of is het eerder/ook een lofzang op de macht, de hegemonie van de massamedia en specifiek op ‘de semiotiek’ van de reclamespot en daarmee dus op haar ouders het kapitalisme & materialisme?
We zijn, zo’n beetje, allemaal tegen staatsterreur en dictatoren. Denk ik. Maar wat is vrijheid als je die alleen gebruikt om een film te maken die het Hollywoodsjabloon ‘David velt Goliath’ volgt?Is Pinochet de dictator die anno 2012/2013 het meest urgent uit de macht moet worden gezet?
NO vertelt een mooi verhaal. Het is fijn en veilig om met z’n allen aan de goeie kant te staan en met onze volle buikjes gebroederlijk naar de nederlaag van Pinochet te kijken, maar PiNOchet is al best een tijdje uit beeld hè? Qua macht. En dat maakt het ook wel een beetje makkelijk voor ons. Toch? Zijn er in onze tijd en onze wereld niet een paar urgenter dingetjes om NO tegen te zeggen? Kun je het aandeelhouderskapitalisme vergelijken met een dictatuur? Vertoont de markt van vraag en aanbod overeenkomsten met staatsterreur? Brengen de massamedia een dynamiek van uitsluiting met zich mee die zich laat vergelijken met censuur?
Just asking.
Voor de band met ‘NO’ werd gestart, vertoonde het witte doek, overigens uitstekende, spotjes voor Amnesty International en Triodos Bank (voice over: Jacob Derwig) – ik denk dat ik tot een bepaalde doelgroep hoor.
Ondanks die 2 sinaasappeltjes hierboven kan ik je ‘NO’ zeker aanbevelen. Ik pleit alleen voor iets meer distantie dan de blije beroepskijkers van de NRC en De Volkskrant opbrachten (met hun 4 respectievelijk 5 balletjes).
Verwant: Alejandro Zambra, Manieren om naar huis terug te keren.
Affiche: filmfreaks.
Genre: Fictie.
Regie: Pablo Larraín.
Based: on a true story (een ‘story’ is natuurlijk by definition not ‘true’, maar you begrijpt what er wordt bedoeld).
Verhaal: onthechte reclamemaker, René Saavedra, laat zich inhuren voor een campagne tegen Augusto Pinochet. Hij begint eraan, die René dus, om zijn activistische ex-vrouw, de moeder van zijn zoon, terug te winnen, wat niet lukt, maar raakt zelf zo gegrepen door ‘de goede zaak’ dat hij van adviseur (van de oppositie) evolueert tot architect van de luchtige campagne die
‘Een verkiezingscampagne in een dictatuur? Lijkt me sterk.’
‘Dat is historisch: Pinochet schreef die verkiezingen uit onder druk van de internationale gemeenschap. En hij dacht dat hij zou gaan winnen.’
‘Grappig.’
De film, NO, laat opvallend goed zien hoe ‘creatieven’ op ideeën komen: hangen, liggen, dromen, staren, eten.
Stijl: plezierige, nostalgische – hooguit wat al te zelfbewust historiserende – cameravoering en art direction. Perfect gecaste hoofdrolspeler (Gael Garcia Bernal). Fijne soundtrack.
Strekking: een democratie is aangenamer dan een dictatuur.
Sympathiek. Mee eens.
Eindoordeel: lekker filmpje, 2 handgepelde sinaasappelen (2/5).
Maar hé… laten we nog drie seconden langer over de betekenis van NO nadenken…
3,2,1…
Bezingt NO werkelijk (alleen) de triomf van de democratie/vrijheid over de dictatuur/onvrijheid? Of is het eerder/ook een lofzang op de macht, de hegemonie van de massamedia en specifiek op ‘de semiotiek’ van de reclamespot en daarmee dus op haar ouders het kapitalisme & materialisme?
We zijn, zo’n beetje, allemaal tegen staatsterreur en dictatoren. Denk ik. Maar wat is vrijheid als je die alleen gebruikt om een film te maken die het Hollywoodsjabloon ‘David velt Goliath’ volgt?
NO vertelt een mooi verhaal. Het is fijn en veilig om met z’n allen aan de goeie kant te staan en met onze volle buikjes gebroederlijk naar de nederlaag van Pinochet te kijken, maar PiNOchet is al best een tijdje uit beeld hè? Qua macht. En dat maakt het ook wel een beetje makkelijk voor ons. Toch? Zijn er in onze tijd en onze wereld niet een paar urgenter dingetjes om NO tegen te zeggen? Kun je het aandeelhouderskapitalisme vergelijken met een dictatuur? Vertoont de markt van vraag en aanbod overeenkomsten met staatsterreur? Brengen de massamedia een dynamiek van uitsluiting met zich mee die zich laat vergelijken met censuur?
Just asking.
Voor de band met ‘NO’ werd gestart, vertoonde het witte doek, overigens uitstekende, spotjes voor Amnesty International en Triodos Bank (voice over: Jacob Derwig) – ik denk dat ik tot een bepaalde doelgroep hoor.
Ondanks die 2 sinaasappeltjes hierboven kan ik je ‘NO’ zeker aanbevelen. Ik pleit alleen voor iets meer distantie dan de blije beroepskijkers van de NRC en De Volkskrant opbrachten (met hun 4 respectievelijk 5 balletjes).
Verwant: Alejandro Zambra, Manieren om naar huis terug te keren.
Affiche: filmfreaks.
Auf Wiedersehen!... in the bullseye
Film: Django Unchained(2012).
Genre: Wildwestopera.
Regie: Quentin Tarantino.
Verhaal: zie IMDB.
Strekking: vergelden van onrecht - het verdelgen van vijanden - vraagt moed. En loont soms.
Eindoordeel: slimme mengeling van entertainment en engagement, knap gereproduceerde filmhistorie en - voor zover ik datvanuit mijn perspectief kan inschatten - een serieuze bijdrage aan de emancipatie van zwart Amerika. Als film net niet zo goed als Tarantino's Kill Bill (2003 (I), 2004 (II)). Drie flauwvallende Broomhilda's (3/5).
Verwant: True Grit (2010).
Genre: Wildwestopera.
Regie: Quentin Tarantino.
Verhaal: zie IMDB.
Strekking: vergelden van onrecht - het verdelgen van vijanden - vraagt moed. En loont soms.
Eindoordeel: slimme mengeling van entertainment en engagement, knap gereproduceerde filmhistorie en - voor zover ik dat
Verwant: True Grit (2010).
De nieuwe wereld - klapstoelkoorts
Jaap van Heusden heeft een nieuwe, lange speelfilm gemaakt: De nieuwe wereld.
Ik kijk ernaar uit.
Verwant: Win/win (2010).
Affiche: IJswater films.
Ik kijk ernaar uit.
Verwant: Win/win (2010).
Affiche: IJswater films.
‘Hier ben ik geboren, dus hier blijf ik.’ - Italy: Love It or Leave It (2011)
Film: Italy: Love It or Leave It (2011 (!!!)), (verder: ILIOLI).
Genre: documentaire.
Verhaal: Een (homo)stel twijfelt: in Italië blijven wonen… of Rome verruilen voor Berlijn, Duitsland?
De twee rijden een half jaar door Italië, in een Fiat 500 die telkens van kleur verspringt, om argumenten vóór en tégen blijven/ vertrekken te verzamelen.
Net als M. Februari’s God, een collage: volgt de documentaire de opzet van de Summa Theologiae (‘Op iedere vraag geven twee auteurs een antwoord: een Ja doorkruist een Neen en een Neen een Ja.’ (M. Februari, God, een collage, Prometheus, (1994; p.11))). Zij het dat God hier (het acceptabele) Italië heet.
De Italiaan die in Italië wil blijven, Luca, zweert, via de voice over, samen met de kijker. Ondanks de (afval)maffia, populistische media, infantiele en corrupte politici, vrouwen- en homodiscriminatie en de uitbuiting van illegalen (m.n. in de tuinbouw) én Italiaanse arbeiders (in de industrie (Fiat...)), blijkt Italië toch te fijn om te verlaten. Of zoals het wordt geformuleerd op een T-shirt dat Luca zich herinnert: ‘Het leven is veel te kort om geen Italiaan te zijn.’
ILIOLI is een lichte, ironische documentaire. Vooral dankzij de speelse vormgeving: diavoorstellingen, archiefbeelden, interviews, straatinterviews, discussies, animaties en prachtige landschapsbeelden wisselen elkaar prettig af. Ook de score is goed: de lichte muziek versterkt de luchtige toon van de protagonisten en de ironie waarmee zij hun op zich toch zware verhaal hebben verbeeld.
Alle terechte kritiek die je op Italiëkunt moet hebben, wordt steeds mooi en geloofwaardig in perspectief geplaatst. Zoals een geïnterviewde monnik zegt: ‘Het omvallen van één boom maakt meer geluid dan het groeien van een heel bos.’
En misschien is de portie wijsheid die Andrea Camilleri in pacht heeft nog groter: hij zegt tegen Luca en zijn vriend Gustav dat je niet moet vluchten (non di fuggire), maar moet blijven zitten waar je zit (restare sul posto), want vertrek je... dan wordt je plek ingenomen door de boeven die je vertrek hebben veroorzaakt.
Eindoordeel: leuke, lichte film. Oorspronkelijker dan de trailer doet vermoeden. Drie op het voorpand van bordeauxrode T-shirts afgebeelde 3D-brillen (3/5).
In Utrecht nog te zien in: 't Hoogt.
Titel van dit stukje: uitspraak van een ondernemer (in de docu) die (de ondernemer) is opgenomen in een beschermingsprogramma van justitie omdat hij (nog steeds die ondernemer) wordt bedreigd door afpersers (maffia) die hij weigerde te betalen.
Affiche: politicamentescorretto.
Genre: documentaire.
Verhaal: Een (homo)stel twijfelt: in Italië blijven wonen… of Rome verruilen voor Berlijn, Duitsland?
De twee rijden een half jaar door Italië, in een Fiat 500 die telkens van kleur verspringt, om argumenten vóór en tégen blijven/ vertrekken te verzamelen.
Net als M. Februari’s God, een collage: volgt de documentaire de opzet van de Summa Theologiae (‘Op iedere vraag geven twee auteurs een antwoord: een Ja doorkruist een Neen en een Neen een Ja.’ (M. Februari, God, een collage, Prometheus, (1994; p.11))). Zij het dat God hier (het acceptabele) Italië heet.
De Italiaan die in Italië wil blijven, Luca, zweert, via de voice over, samen met de kijker. Ondanks de (afval)maffia, populistische media, infantiele en corrupte politici, vrouwen- en homodiscriminatie en de uitbuiting van illegalen (m.n. in de tuinbouw) én Italiaanse arbeiders (in de industrie (Fiat...)), blijkt Italië toch te fijn om te verlaten. Of zoals het wordt geformuleerd op een T-shirt dat Luca zich herinnert: ‘Het leven is veel te kort om geen Italiaan te zijn.’
ILIOLI is een lichte, ironische documentaire. Vooral dankzij de speelse vormgeving: diavoorstellingen, archiefbeelden, interviews, straatinterviews, discussies, animaties en prachtige landschapsbeelden wisselen elkaar prettig af. Ook de score is goed: de lichte muziek versterkt de luchtige toon van de protagonisten en de ironie waarmee zij hun op zich toch zware verhaal hebben verbeeld.
Alle terechte kritiek die je op Italië
En misschien is de portie wijsheid die Andrea Camilleri in pacht heeft nog groter: hij zegt tegen Luca en zijn vriend Gustav dat je niet moet vluchten (non di fuggire), maar moet blijven zitten waar je zit (restare sul posto), want vertrek je... dan wordt je plek ingenomen door de boeven die je vertrek hebben veroorzaakt.
Eindoordeel: leuke, lichte film. Oorspronkelijker dan de trailer doet vermoeden. Drie op het voorpand van bordeauxrode T-shirts afgebeelde 3D-brillen (3/5).
In Utrecht nog te zien in: 't Hoogt.
Titel van dit stukje: uitspraak van een ondernemer (in de docu) die (de ondernemer) is opgenomen in een beschermingsprogramma van justitie omdat hij (nog steeds die ondernemer) wordt bedreigd door afpersers (maffia) die hij weigerde te betalen.
Affiche: politicamentescorretto.
‘We were born and raised on hot pavement.’ – West Side Story (1961)
Film: West Side Story (WSS).
Genre: musical/ romantische tragedie.
Verhaal: (voor-beeldige) adaptatie van William Shakespeare's Romeo & Julia (1591).
Modernisering (van Shakespeare’s toneelstuk bedoel ik dus) is hier ook: narratieve, verbale en psychologische versimpeling, maar dat betekent dat je, popcornkauwend, al je hersencapaciteit kunt inzetten voor het ‘processen’ van alle visuele en auditieve informatie. Prettig.
De film, WSS, is gerestaureerd en daarom, door EYE, weer in roulatie gebracht. Grijp de kans de klassieker, opnieuw, op mammoetdoek te genieten,bijvoorbeeld in de heerlijke tweede zaal van ’t Hoogt, met beide ogen aan.
Interessant vind ik: om te merken dat een genre dat me op z’n best volslagen onverschillig laat (lees: ik spuug erop), namelijk: de musical, eenmaal in celluloid gegoten in zo’n andere verhouding tussen vorm en inhoud/sentiment resulteert, dat er een nieuw genre ontstaat: de kunstmusical.
Állemáál: It’s alarming how charming I féééééél…
Filmed in Panavision 70.
‘Dus dan weet je ’t wel!’
‘Visueel genot van de allerbovenste topplank!’
Eindoordeel: 4 lavendelkleurige nachtjaponnen (4/5).
Affiche: IMDB.
Genre: musical/ romantische tragedie.
Verhaal: (voor-beeldige) adaptatie van William Shakespeare's Romeo & Julia (1591).
Modernisering (van Shakespeare’s toneelstuk bedoel ik dus) is hier ook: narratieve, verbale en psychologische versimpeling, maar dat betekent dat je, popcornkauwend, al je hersencapaciteit kunt inzetten voor het ‘processen’ van alle visuele en auditieve informatie. Prettig.
De film, WSS, is gerestaureerd en daarom, door EYE, weer in roulatie gebracht. Grijp de kans de klassieker, opnieuw, op mammoetdoek te genieten,
Interessant vind ik: om te merken dat een genre dat me op z’n best volslagen onverschillig laat (lees: ik spuug erop), namelijk: de musical, eenmaal in celluloid gegoten in zo’n andere verhouding tussen vorm en inhoud/sentiment resulteert, dat er een nieuw genre ontstaat: de kunstmusical.
Állemáál: It’s alarming how charming I féééééél…
Filmed in Panavision 70.
‘Dus dan weet je ’t wel!’
‘Visueel genot van de allerbovenste topplank!’
Eindoordeel: 4 lavendelkleurige nachtjaponnen (4/5).
Affiche: IMDB.
‘Love was never a game to us.’ – Anna Karenina (2012)
Film: Anna Karenina (verder: AK).
Scenario: Tom Stoppard.
Regie: Joe Wright.
Verhaal: verfilming van Tolstoi’s roman (1877).
Al vroeg in AK valt een verwijt dat ik in 2013 kwistig hoop te gaan quoten: ‘You look like a capitalist!’
Verder is deze film een softdrink met zo’n hoog koolzuurgehalte dat de fles vanzelf van je wegzweeft.
Eindoordeel: overbodige, phoney, zeer vergetelijke, tuttige boekverfilming. Loze emo-show.Bij mij zat de zaal (met alle respect) vol knisperkutten en hanglullen: de doelgroep stroomt weer gehoorzaam toe. Twee struikelende witte renpaarden (2/5).
‘Ik vond die papieren slingers van uitvergrote ijskristallen wel leuk.’
‘In dat buitenhuis? Ja, die vond ik ook mooi. Zonder die slingers was het AK-eindoordeel bij één renpaard blijven steken.’
De titel van dit stukje is een uitspraak van Vronsky.
Scenario: Tom Stoppard.
Regie: Joe Wright.
Verhaal: verfilming van Tolstoi’s roman (1877).
Al vroeg in AK valt een verwijt dat ik in 2013 kwistig hoop te gaan quoten: ‘You look like a capitalist!’
Verder is deze film een softdrink met zo’n hoog koolzuurgehalte dat de fles vanzelf van je wegzweeft.
Eindoordeel: overbodige, phoney, zeer vergetelijke, tuttige boekverfilming. Loze emo-show.
‘Ik vond die papieren slingers van uitvergrote ijskristallen wel leuk.’
‘In dat buitenhuis? Ja, die vond ik ook mooi. Zonder die slingers was het AK-eindoordeel bij één renpaard blijven steken.’
De titel van dit stukje is een uitspraak van Vronsky.



