revolutie

'Wat politiek betreft, moet ik zeggen dat ik niets precies over mezelf weet. Het enige dat ik met absolute zekerheid weet, is dat ik van politiek niets begrijp. In mijn leven ben ik twee keer ingeschreven geweest bij partijen. Een keer was het de 'partij van actie'. De andere keer was het de Communistische partij. Beide keren waren een vergissing.

(...)

   Wat de twee partijen betreft waartoe ik behoorde en waarvan een al lang geleden is opgehouden te bestaan, komt het me voor dat ik daar innerlijke, duistere en onderaardse banden mee heb behouden, die ik niet met woorden zou kunnen verduidelijken, die geen enkele basis vinden in de rede, die geen enkele relatie hebben met de keuzes van de rede, maar die vanuit de diepte opborrelen als genegenheden. Ik zou nog willen zeggen dat, als er op een dag een revolutie was en ik een politieke keuze zou moeten maken, ik dan veel liever gedood zou willen worden dan zelf iemand doden. En dat is een van de zeer weinige politieke gedachten die mijn geest ooit kan formuleren.'

Natalia Ginzburg, Twee communisten, uit: Mensen om mee te praten (1990;p.130/132), een boekje met een keuze uit teksten die Ginzburg bundelde in Le piccolo virtu (1962) en Mai devi domandarmi (1970). Vertaald uit het Italiaans door Etta Maris.

De passage is nog indrukwekkender als je ook de andere autobiografische teksten van Ginzburg kent.

Afbeelding: voorplat Le piccole virtù.

mooi

‘RICHARD

Wat mooi was

Op koninginnedag

Was een jongetje

Een jaar of zeven

En dat lag daar

Op straat

Tamelijk geïsoleerd

Spijkerbroekje t-shirt

Oranje zonnebrilletje

Oranje petje naast zich

Daar kon je je kwartjes in kwijt

Hij lag daar

Doodstil

Doodstil

Als dood

Hij kreeg zelfs guldens

Dat is al vaak…

 

RITA

Mooi

 

RICHARD

Je zegt nu ’s niet

‘Jij’?

 

RITA

Jij zou alleen maar denken

‘Rijden ze nu over me heen’?

 

RICHARD

Het was mooi

 

RITA

Natuurlijk

Net als dat overreden jongetje

Kwetsbare jongetjes

Zijn altijd mooi

Het kan zelfs een terreur worden

Al die o zo kwetsbare jongetjes

Die maar meteen gaan liggen’

 

Gerardjan Rijnders, Mooi, in: Ecstasy/Mooi (1995;p. 189-190)

dikke boeken - niet onbesproken (VII)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nobelprijzen, eredoctoraten, boekverfilmingen...

Ik ben 'r niet vies van.

Toch tel je als schrijver pas echt mee als je werkstuk opduikt in een podcast. Een eer die mij met De lange adem nu ook eindelijk ten deel is gevallen.

In hun aflevering van 23 oktober 2021 - een special over dikke boeken - bespreken Sara Logghe en Trees Accou, leden van de Vlaamse podcast De bende van het boek, Wolkenstad (2021) van Anthony Doerr, Regeneratie (2021) van Eva Coolen en De lange adem (2020) van, ik doe het even in de derde persoon, Martijn Knol.

Het oordeel over mijn productie: ‘Een hilarische, wilde, dwarse, ernstige, Grote Nederlandse roman, staat er op de kaft. Dat klopt wel.’

De podcast valt onder meer te beluisteren via de website van De bende van het boek en op soundcloud.

De nieuwe Knol – vet goed.

Eerdere reacties op De lange adem: Tzum, De Groene Amsterdammer, De Limburger, Literair NL (interview), NRC Handelsblad, De Reactor. Op Zin verscheen een vraaggesprek.

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

In het recente verleden maakte schrijver Niels ’t Hooft trouwens al een podcast over mijn kleine roman Elders (2014)

Ook Elders is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

Bestel: het oeuvre.

Beeld©: De bende van het boek (Instagram).

meer bomen, minder asfalt (VIII)

‘Op dat moment vroeg ik me af hoe oud deze man was. Hij was zichtbaar ouder dan vijftig. Vijfenvijftig, zo zei hij mij. Hij heette Elzéard Bouffier. Hij was eigenaar van een boerderij op de vlakte geweest. Daar had hij zijn leven opgebouwd. Hij had zijn enige zoon verloren en daarna zijn vrouw. Hij had zich teruggetrokken in de eenzaamheid waar hij het genoegen smaakte van een traag leven met zijn schapen en zijn hond. Hij had vastgesteld dat dit land ten onder ging door gebrek aan bomen. Hij voegde eraan toe dat hij, omdat hij niets belangrijks te doen had, het besluit had genomen iets aan die stand van zaken te doen.’

Jean Giono, De man die bomen plantte (2001 [1953];p.17). Vertaald uit het Frans door Ernst van Altena. Het schitterende verhaal is nog gewoon leverbaar.

Ook prachtig: Giono’s roman Heuvel (2020 [1929]), verschenen bij Uitgeverij Vleugels.

En nu publiceert Uitgeverij IJzer De huzaar op het dak (2021 [1951]).

hard core modernisten

‘De auteur schildert zijn eigen tijd en sluit daarmee deels aan bij de realistische schrijfwijze die in het Europese proza op dat moment en vogue was. Het unieke van Tsjechovs verhalen ligt in de onbeslistheid van de dilemma’s die worden getoond en in de raadselachtigheid. Daarmee loopt hij vooruit op het modernisme dat vanaf het eerste decennium van de twintigste eeuw opgang maakt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hard core modernisten als Virginia Woolf en Thomas Mann in hun essays Tsjechov een plaats hebben gegeven.’

Sophie Levie, Nawoord Tsjechovs verhalen, in: Anton Tsjechov, De dertig beste verhalen, Vertaald door Hans Boland, Met een nawoord van Sophie Levie (2021;.p.752)

grote vakantie - vrijheid (VI)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste Grote Vakantie sinds het verschijnen van De lange adem

'Ik ga op reis en ik neem mee...'

De nieuwe Knol – daar neem je vrij voor.

De lange adem (2020) is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

kleren van kunstenaars

‘Who is art for? And who is excluded? ‘I grew up a 45-minute train ride from New York,’ Perry [kunstenares Sondra Perry, M.K.] said. ‘I never went to galleries, I never went to museums until I started going to art school. It was a discomfort. I didn’t know what that world was. I couldn’t imagine going in with my ill-fitting jeans and ill-fitting bra, and just a T-shirt and a dusty-ass sweater that had holes in it and going into a gallery in Chelsea?’ She was talking of the neighbourhood in New York that’s home to the most monied commercial galleries. ‘This world revolves so much around class and money and status and access.’

    By contrast, Perry has her work available to view for free on her website.’

Charlie Porter, What Artists Wear (2021;p.314-315).

Een leuk, warm, meeslepend, zij het soms ook wat al te modieus journalistiek modieus/journalistiek/politiek/gemakzuchtig/hagiografisch/eenduidig* boek. Het belandde op mijn nachtkastje dankzij een enthousiaste boekhandelaarsbespreking op de website van de hoofdstedelijke (keten)boekhandel Athenaeum

*Noot

Doorhalen wat niet van toepassing is/Omcirkel wat je van toepassing acht.

engagement

Na het succes van De lange adem wil ik graag iets terugdoen voor de samenleving. Daarom heb ik me laten fotograferen met dit T-shirt. 

Graag gedaan, Nederland!

Wil jíj jezelf naar de goede kant van de geschiedenis consumeren? Steun dan de auteur die het goede steunt: koop De lange adem!

nagedachte

Ik dacht een post te maken, een geintje, waarin ik spot met commercialisering in de letteren, met cultureel ondernemerschap, met opportunistisch engagement van Bekende Nederlanders en Nederlanders met de ambitie dat te worden, en een beetje met mijzelf. Maar snap ik mijn eigen ironie* wel?

Mmm.

Misschien niet.

Bij nader inzien lijkt mijn spot met de literaire wereld me een voorwendsel om lucht te kunnen geven aan mijn ernstige zorg om de natuur. Nostalgie speelt ook een rol: ik verlang terug naar de tijd dat onze milieuproblemen zo overzichtelijk waren schenen als het Waddengebied.

Ironie is een instrument dat zich lastig laat bespelen. Soms klinkt je trompetje opeens als een elektrische gitaar.

In de vijfde klas van de lagere school had ik een bebaarde meester die, boven zijn spijkerbroek en sandalen, een T-shirt van de Waddenvereniging droeg. Hij studeerde biologie en is later een klusbedrijf begonnen. Moge Gods zegen op zijn werken rusten én op de werken van zijn nageslacht. Ik begreep destijds, in de vijfde, weinig van activisme en veronderstelde dat je schone lucht, eerlijke welvaartsverdeling en veiligheid gerust aan de grote mensen kon overlaten. Wees wijs met de Waddenzee. Misschien was mijn dwarse schoolmeester de eerste die me, terecht, dankzij de tekst op zijn T-shirt, aan het twijfelen bracht.

*noot

'Dat ironie niet altijd door iedereen wordt begrepen, is een van de charmes van het stijlmiddel. Ironie spreekt over de hoofden van de naïevelingen heen tot een groepje van connaisseurs. Met een geslaagde ironische opmerking bevestig je je lidmaatschap van de kliek van uitverkorenen ten koste van de anderen, wier anders-zijn en passant nog maar eens ten overvloede wordt gedemonstreerd, hetgeen de goede verstaanders bevestigt in hun saamhorige uitzonderlijkheid en in hun culturele verfijning. Sympathiek is het allemaal niet, maar daarvoor is taal ook niet bedoeld.'

Ilja Leonard Pfeijffer, Ondraaglijke lichtheid, over het nut en nadeel van de ironie voor het leven, (2019;p.43)

’n allemachtig mooi stukje werk

‘Toen roeiden we rustig en op ons gemak naar het eiland waar m’n vlot lag; en we konden ze horen schreeuwen en brullen naar mekaar de hele oever stroomop en stroomaf, tot we zo ver weg waren dat de geluiden vervaagden en wegstierven. En toen we op het vlot stapten, zeg ik: ‘Ziezo, ouwe Jim, je bent weer een vrije man, en ik wed dat je nooit geen slaaf meer zal zijn.’

      ‘En ’n allemachtig mooi stukje werk was ’t ook, Huck. ’t Was prachtig bedacht en ’t was prachtig gedaan, en d’r is geen mens nie wat zo’n verdraaid en fantastisch plan op touw kan zetten.’

      We waren allemaal zo blij als wat, maar Tom was het allerblijst, want die had een kogel in z’n kuit.’

Mark Twain, De avonturen van Huckleberry Finn (2019 [1885];p.351-352). Vertaald uit het Engels door Eugène Dabekaussen en Tilly Maters.

De vroegste Great American Novel uit de literatuurgeschiedenis is een pleidooi voor vrijheid: slavernij moet worden afgeschaft, niemand zou zich moeten laten opsluiten in de beschaving. De natuurbeschrijvingen zijn verrukkelijk.

eerder: de avonturen van tom sawyer.