geweerd van amelisweerd

Pas op! Geen toegang! Achter dit hek staan allemaal overal bomen waar je tegenaan kunt lopen! Levens-gevaarlijk!

Let vooral ook op de ostentatieve manier waarop de ‘gevallen tak’ op het pad is gedrapeerd. Hahaha!

Je mag ook helemaal niks meer in dit land!

Nee, ja… pardonnetjes… ik zal deze plotse, populistische toon terstond afleggen, en wel terstond. Het is natuurlijk al erg genoeg dat, ten gevolge van als gevolg van een opwarmende aarde, het ecosysteem, vrij letterlijk, instort. Ik zeg: hoog tijd om een hek om de hele aardbol te plaatsen om zo de menselijke soort totaal uit de natuur te kunnen weren. Preventie verdient de voorkeur boven herstel.

Foto: M.K. (Ikkeltje).

het instinct van een dier

‘Eén keer belde mijn vader op vanuit het psychiatrisch ziekenhuis, en ik las aan de telefoon, die in de keuken naast het fornuis aan de muur hing, fluisterend twee alinea’s aan hem voor, terwijl bij hem op de achtergrond de gekken op pannen leken te slaan en gilden. Hij zei, wat een ramp, dat kun je wel vergeten, en ik zei, bel me nooit meer op. Bel me geen enkele keer meer op. Ik wist dat het schrijven van mij was. Ik begreep het met het instinct van een dier – het was van mij. Ik wist ook dat het me kennelijk van alles afscheidde, dat het me isoleerde. Maar ik was het eens met dit isolement, en dat ben ik, met restricties, tot op de dag van vandaag.’

Judith Hermann, Kiezels (2024 [Wir hätten uns alles gesagt (2023)];p.107). Vertaald uit het Duits door Herman Vinckers.

En:

‘Then and there, I decided to abandon the pen. I told myself that I would release the leveret in a few weeks anyway. At worst, I would need to replace the bedroom carpet – a sacrifice that already seemed worth it for the sake of this charming creature. But to keep it penned up for even a moment longer felt unbearable. I knocked down the side of the pen, removed all evidence of it, and put the leveret’s box back on the floor, leaving open both the door into the rest of the house and the one leading into the garden. Its behaviour immediately changed. From that moment on, it never left droppings indoors.’

Chloe Dalton, Raising Hare (2024;p.38-39).

Später Ruhm, Late roem, Late Fame

‘Saxberger werd een geregeld bezoeker van het koffiehuis. Elke avond tussen zes en zeven kwam hij binnen en schoof hij aan bij zijn jonge vrienden, en al nam hij zelf niet zeer levendig aan het gesprek deel, hij luisterde toch met aandacht, zelfs met welgevallen. Hij voelde zich gewoon jonger worden. Er leek een nieuwe periode in zijn leven aangebroken te zijn en soms dacht hij met een zekere bevreemding aan de lege laatste jaren, die opeens heel ver achter hem leken te liggen. Al na een paar dagen voelde hij zich bij de jongelieden zo goed thuis alsof hij al maanden met hen omging. Ja, ze hadden gelijk – hij hoorde bij hen, hij begreep alles wat ze zeiden en stond eigenlijk nog op dezelfde manier in de wereld als zij: hij had iets geschapen en zocht de waardering die hem tot dusver was onthouden. Nu had hij die tenminste voor een deel gevonden, op een tijdstip waarop hij al bijna was vergeten dat hij die waard was. Nu viel daar niet meer aan te twijfelen en als hij, zoals af en toe gebeurde, in zijn werk zat te bladeren, stond hij met een zekere ontroering bij het ene of het andere gedicht stil en was hij verbaasd dat de wereld zo achteloos aan die verzen voorbij was gegaan.’

Arthur Schnitzler, Late roem (2015 [2014];p.36-37). Später Ruhm werd vertaald uit het Duits door Elly Schippers.

Er bewegen rijtuigen, trekschuiten en stoomtrams door de wereld van ex-dichter Eduard Saxberger. Schnitzler schreef Late roem dan ook eind 19e eeuw. Het is een heerlijke, wrang-ironische tekst over een ambtenaar die meent dat hij late erkenning krijgt voor zijn decennia oude gedichten.

Vorige maand ging in de VS een filmadaptatie van Später Ruhm in roulatie waarin de handeling van het 19e eeuwse Wenen is verplaatst naar hedendaags New York. Mocht Late Fame de NL’se bioscopen halen, dan ga ik zeker kijken. Vanwege hoofdrolspeler Willem Dafoe, maar natuurlijk vooral vanwege dankzij Schnitzler.

---

Beeld (filmposter): Magnolia Pictures.

code geel

Utrecht, donderdag 13 augustus 2026, 16.03 uur, 34 graden Celsius.

De badjuffrouw (bedrijfspolo, zonnepet) scant mijn zwembadpas zonder het eten van haar ijsje, een Solero, te hoeven onderbreken.

'Tjonge,' zeg ik terwijl ik het zweet van mijn voorhoofd wis, 'dat ziet er 's zomers uit: een badjuf met een ijsje!'

'Ja. Ik dacht. Een beetje reclame. Dat kan nooit kwaad.'

'Misschien koop ik er straks ook een bij je.'

'Nou. Dat moet dan. Een andere keer. Want dit was. De laatste.'

(onder)richting

‘Hoe denkt iemand het ooit voor elkaar te krijgen om een literair meesterwerk te schrijven, een roman of een gedicht dat beklijft, als hij of zij niet eens de concentratie kan opbrengen om het aanrecht schoon te maken zonder dat er kruimeltjes blijven liggen?’

Ilja Leonard Pfeijffer, De toekomst van de literatuur (2026;p.25-26).

Een mulischiaans standpunt in een vermakelijk, zwierig en stimulerend boekje, de neerslag van een voordracht, van krap zevenentwintig pagina’s netto over de taak van literatuurliefhebbers.

De typografie van Perfect Service is weer… perfect!

Beeld: de schitterende, licht bewogen, ietwat wankel gekadreerde, enigszins onscherpe, doorschijnende foto bij dit stukje heb ik zelf genomen en bewerkt. Wil je een uitvergrote, ingelijste afdruk van deze plaat bestellen? Aarzel dan niet om me een mailtje te sturen!!!

een schat

‘Aan de Côte d’Azur komen rijke mensen met juwelen. Die verliezen ze bij het zwemmen. Daarom gaat Thomas dagelijks met zijn snorkeltje de Middellandse Zee in op zoek naar goud en parels. Soms komt hij als een blije ekster uit het water. De buit schenkt hij aan Joosje of aan een van zijn dochters. Zij nemen het goud blij in ontvangst, maar weten bijna zeker dat hij de sieraden bij een juwelier gekocht heeft.’

Youp van ’t Hek, Vertrokken vrienden (2026;p.51)

Nabokoviaanse humor. Hoewel. Bij Nabokov zou de held/schurk zijn gezinsleden laten denken dat hij de opgedoken sieraden ergens heeft gekocht, terwijl hij die in werkelijkheid na afloop van een goocheloptreden op een copieus buitenverblijf met eigenhandige vingervlugheid uit de kluis van zijn opdrachtgevers heeft geroofd*. Nog grappiger wordt het als de echtgenote van 'Thomas' doorziet dat hij gestolen goed uitdeelt – en hem aangeeft, niet uit rechtschapenheid, maar omdat ze haar echtgenoot zat is en al langer naar een manier zoekt om van hem af te komen. Toch eindigt ook zij, de echtgenote, schraler dan ze begon, want een vrouw die haar eigen man erbij lapt, daar willen haar dochters niks meer mee te maken hebben. Eind slecht, al slecht.

*Noot: Of misschien wist hij, na een pianorecital te hebben gegeven, het draaislot te openen dankzij zijn fabuleuze, hypergevoelige gehoor. Zie het gedateerde, onderhoudende Tuner(2025).

code rood

Utrecht, vrijdagmiddag, 26 juni 2026, 15.15 uur, 37 graden Celsius. Ik sta in de brandende zon gelezen kranten en tijdschriften in de ondergrondse papiercontainer te deponeren als een vader en zijn dochtertje voorbijfietsen. Hij op een kloek herenrijwiel, zij op een piepklein kinderfietsje. Het meisje roept: ‘Ik moet een ijsje!’

‘Ik moet, ik moet, ik moet,’ zegt haar vader.

‘Ja, ik MOET een ijsje!’

‘En anders?’

‘Anders krijg ik een KINDERBEROERTE!’

moederdag

Film: Father Mother Sister Brother (2025).

Script & regie: Jim Jarmusch.

Jim Jarmusch' reputatie is goed. Zijn films zijn minder. Eigenlijk heb ik nog nooit een echt goeie film van hem gezien.

Coffee and Cigarettes (2003) was geinig, Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999) was medium tof. Broken Flowers (2005) een boomerfilm avant la lettre.

De allereerste film die ik van hem zag, Night on Earth (1991), vond ik ronduit slaapverwekkend, maar dat was bijna vijfendertig jaar geleden, dus misschien verdient die een herkansing voor ik er een oordeel over geef.

Jarmusch' films, ik heb er inmiddels een stuk of zeven gezien, zijn tam, statisch en traag. Dat heeft niets te maken met bodycount en ander spektakel, meer met zijn materiaal, dat te weinig substantie heeft in verhouding tot zijn verteltempo. En met een soort belegenheid, vooral in Paterson (2016) en Down by Law (1986).

Anyways. Aangezien ik op vrijdag al met mijn moeder uit eten was geweest, ging ik op zondag in mijn eentje naar de nieuwe Jarmusch. Waarom? Omdat ik hardleers ben. En vergevingsgezind.

Drie families, drie verhalen, drie keer flauwe flauwekul. Wat FMSB wel overtuigend laat zien is dat je van drie losse vertellingen probleemloos een eenheid kan maken. Jarmusch herneemt beelden (skaters, Rolexen), handelingen (autorijden, samen zitten om te eten of te drinken) en uitspraken (klaar is Kees) en varieert erop - zulke echo's volstaan als ordenend principe, de som der drie delen van FMSB wordt overtroffen door het geheel.

De zussen uit het tweede verhaal van FMSB doen lacherig over de boeken die hun moeder schrijft. Des te pijnlijker dat zij zelf personages zijn in een matige film. Jarmusch' script is de grootste zwakte van FMSB. De verhaalstof is oninteressant, de sluimerende conflicten zijn cliché, de humor is oubollig en veel dialogen zijn vlak, onhandig en uitleggerig.

Wat zonde van die prachtige acteurs! Vicky Krieps, Adam Driver, Charlotte Rampling, Cate Blanchett. Wat jammer van het prima camerawerk en de dito montage.

O, ja: in de film vertelt dochter Lilith (Vicky Krieps) haar moeder een grappige grap, een mop, die ik bij thuiskomst meteen doorvertelde aan mijn vriendin en die haar deed schaterlachen. Pure winst. Dus wat mijzelf betreft was die gang naar het filmhuis gerechtvaardigd.

Mijn gedachten gaan wel uit naar al die arme kinderen die hun moeder een plezier dachten te doen door haar mee te nemen naar Jarmusch' jongste.

Eindoordeel: Mwa… Twee officieuze Uberchauffeurpetten (2/5). Of twee doosjes levensmiddelen (2/5). Of twee diepe zuchten in een leeg appartement (2/5).

land, landbouw, landbouwgif

‘If you ruled any modern industrial state absolutely, what would you abolish?’

‘I would abolish trucks and transistors, I would outlaw the diabolical roar of motorcycles, I would wring the neck of soft music in public places. I would banish the bidet from hotel bathrooms so as to make more room for a longer bathtub. I would forbid farmers the use of insecticides and allow them to mow their meadows only once a year, in late August when everyone has safely pupated.’

De vraag kwam, op 8 september 1969, van James Mossman (BBC-2). Het antwoord van Vladimir Nabokov. Strong Opinions (1990 [1973];p.150).

De detoxificatie van de wereld heeft de afgelopen zestig jaar geen hoge vlucht genomen.

Maar gelukkig heeft het individu anno 2026 een handelingsperspectiefje. Je kunt gewoon biologisch geteelde gewassen eten. En die koop je dan niet bij de supermarkt, want wat zouden we het leven van het anonieme aandeelhouderskapitalisme langer rekken, maar gewoon bij kleinere ecologische winkels en op biologische boerenmarkten.

Weg met het agrarisch-industriële complex!

Hou het klein.

Maak het klein.

Krijg ze klein.

Dank u wel.

natuur, cultuur

Met trots (plaatsvervangend, gepast) tip ik: Groen erfgoed in de stad, onder redactie van Natascha Lensvelt (mijn verloofde, full disclosure), verschenen bij NAI010 uitgevers.

Ontwerp voorplat: Koehorst in 't Veld.