moederdag

Film: Father Mother Sister Brother (2025).

Script & regie: Jim Jarmusch.

Jim Jarmusch' reputatie is goed. Zijn films zijn minder. Eigenlijk heb ik nog nooit een echt goeie film van hem gezien.

Coffee and Cigarettes (2003) was geinig, Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999) was medium tof. Broken Flowers (2005) een boomerfilm avant la lettre.

De allereerste film die ik van hem zag, Night on Earth (1991), vond ik ronduit slaapverwekkend, maar dat was bijna vijfendertig jaar geleden, dus misschien verdient die een herkansing voor ik er een oordeel over geef.

Jarmusch' films, ik heb er inmiddels een stuk of zeven gezien, zijn tam, statisch en traag. Dat heeft niets te maken met bodycount en ander spektakel, meer met zijn materiaal, dat te weinig substantie heeft in verhouding tot zijn verteltempo. En met een soort belegenheid, vooral in Paterson (2016) en Down by Law (1986).

Anyways. Aangezien ik op vrijdag al met mijn moeder uit eten was geweest, ging ik op zondag in mijn eentje naar de nieuwe Jarmusch. Waarom? Omdat ik hardleers ben. En vergevingsgezind.

Drie families, drie verhalen, drie keer flauwe flauwekul. Wat FMSB wel overtuigend laat zien is dat je van drie losse vertellingen probleemloos een eenheid kan maken. Jarmusch herneemt beelden (skaters, Rolexen), handelingen (autorijden, samen zitten om te eten of te drinken) en uitspraken (klaar is Kees) en varieert erop - zulke echo's volstaan als ordenend principe, de som der drie delen van FMSB wordt overtroffen door het geheel.

De zussen uit het tweede verhaal van FMSB doen lacherig over de boeken die hun moeder schrijft. Des te pijnlijker dat zij zelf personages zijn in een matige film. Jarmusch' script is de grootste zwakte van FMSB. De verhaalstof is oninteressant, de sluimerende conflicten zijn cliché, de humor is oubollig en veel dialogen zijn vlak, onhandig en uitleggerig.

Wat zonde van die prachtige acteurs! Vicky Krieps, Adam Driver, Charlotte Rampling, Cate Blanchett. Wat jammer van het prima camerawerk en de dito montage.

O, ja: in de film vertelt dochter Lilith (Vicky Krieps) haar moeder een grappige grap, een mop, die ik bij thuiskomst meteen doorvertelde aan mijn vriendin en die haar deed schaterlachen. Pure winst. Dus wat mijzelf betreft was die gang naar het filmhuis gerechtvaardigd.

Mijn gedachten gaan wel uit naar al die arme kinderen die hun moeder een plezier dachten te doen door haar mee te nemen naar Jarmusch' jongste.

Eindoordeel: Mwa… Twee officieuze Uberchauffeurpetten (2/5). Of twee doosjes levensmiddelen (2/5). Of twee diepe zuchten in een leeg appartement (2/5).

land, landbouw, landbouwgif

‘If you ruled any modern industrial state absolutely, what would you abolish?’

‘I would abolish trucks and transistors, I would outlaw the diabolical roar of motorcycles, I would wring the neck of soft music in public places. I would banish the bidet from hotel bathrooms so as to make more room for a longer bathtub. I would forbid farmers the use of insecticides and allow them to mow their meadows only once a year, in late August when everyone has safely pupated.’

De vraag kwam, op 8 september 1969, van James Mossman (BBC-2). Het antwoord van Vladimir Nabokov. Strong Opinions (1990 [1973];p.150).

De detoxificatie van de wereld heeft de afgelopen zestig jaar geen hoge vlucht genomen.

Maar gelukkig heeft het individu anno 2026 een handelingsperspectiefje. Je kunt gewoon biologisch geteelde gewassen eten. En die koop je dan niet bij de supermarkt, want wat zouden we het leven van het anonieme aandeelhouderskapitalisme langer rekken, maar gewoon bij kleinere ecologische winkels en op biologische boerenmarkten.

Weg met het agrarisch-industriële complex!

Hou het klein.

Maak het klein.

Krijg ze klein.

Dank u wel.

natuur, cultuur

Met trots (plaatsvervangend, gepast) tip ik: Groen erfgoed in de stad, onder redactie van Natascha Lensvelt (mijn verloofde, full disclosure), verschenen bij NAI010 uitgevers.

Ontwerp voorplat: Koehorst in 't Veld.

Tirade 500

De huidige Tirade redactie viert de verschijning van het vijfhonderdste nummer van het literaire tijdschrift met een Tirade vol bijdragen van nieuwe schrijftalenten en oud-Tirade redacteurs. Ik val in de laatste categorie en schreef voor het jubileumnummer een verhaal(tje): Pionieren.

Tirade 500 is verschenen bij het zelfstandige Uitgeverij van Oorschot.

2025 – de nieuwe Knol











‘Woont u hier?’

‘Nee, hoor… dit is mijn werkruimte.’

‘?’

‘Ik werk aan een boek.’

‘Aha! Vandaar al dat papier!’

‘…’

‘En bent u al ver?’

‘Het vordert.’

‘O, gelukkig! Nou, succes ermee! Ik hoop dat veel mensen uw boek gaan lezen! U zit in ieder geval goed hier! Fijne dag verder!’

‘Veel dank. Fijne wandeling.’

---

De nieuwe Knol – vort, vort, vorderen

Soundtrack: No Time 2 Waste/I've Gotta Move With Haste (T-spoon).

Foto: M.K.

gremlins

Een paar flarden, meer kende ik niet van Gremlins (1984). Een lacune. Gelukkig belegde het afgetrapte Rembrandt aan de Oudegracht een vertoning op groot doek. Zaal 2, rij 9.

Film: Gremlins (1984).

Genre: horrorkomedie. En dan binnen dat genre het sub-genre van de niet enge, on-grappige horrorkomedie.

Regie: Joe Dante. Dante, mooie naam voor iemand in de horror-business.

Verhaal: lief diertje krijgt kwaadaardige nakomelingen die op kerstavond een dorp terroriseren.

Brutaal: Gremlins knipoogt middels een kleine keukentelevisie naar Robert Capa’s, nee Frank Capra’s It's a Wonderful Life (1946). Ambieerde Gremlins het om die klassieker op te volgen als kerstfilm der kerstfilms? Go f*** yourself!

Eindoordeel: leeg en lawaaiig. Twee door de keukenmachine vermalen Gremlins (2/5). Gelukkig duurt Gremlins een uur korter dan Wim Wender’s pretentieuze en sentimentele Paris, Texas (1984) dat dit jaar ook z’n veertigste verjaardag viert en waarvan eigenlijk alleen het camerawerk van Robby Müller om over naar huis te schrijven is (bij deze).

Overigens ben ik van mening dat bioscopen hun medewerkers niet tot het dragen van bedrijfskleding mogen verplichten. En dat alle bedrijven hun zelfscankassa’s en bestelmonitoren moeten afvoeren. Wat is er mis met intermenselijke handel?

the angry light of ambition

‘Survival does not depend on the exorbitance of art or fashion, on the extravagance of erotic fetish or the copiousness of carnival. But we are too greedy to settle for survival.’

Becca Rothfeld, All Things Are Too small, Essays in Praise of Excess (2024;p.217)

En:

‘Aesthetic culture as a whole would improve if audiences had the time and the education to cultivate their tastes.’ (Ibid. p. 9)

Haar referentiekader – Flaubert, Proust, Austen, Melville, Rilke, Johan Huizinga, Barthes, Bataille, Bergman, Rohmer, Chandler, Cronenberg – is wat belegen (geen wonder dat de bejaarde James Wood en de hoogbejaarde Cynthia Ozick een blurb voor het achterplat wilden leveren…), haar essays zijn conventioneel van vorm, haar progressieve ideeën zijn, in Europese ogen, tamelijk conservatief en ze waagt zich herhaaldelijk aan thema’s (ont-spullen, mindfulness, tv-series, Sally Rooney) die eigenlijk een gewichtsklasse te laag voor haar zijn, toch verveelt Becca Rothfeld geen minuut met de stukken die ze heeft gebundeld in All things are too small.

Ik heb althans erg genoten van haar welluidende, beheerste zinnen, van haar sarcasme – van haar gevoel voor humor tout court - en van haar apodictische energie. Het lijkt misschien wat paradoxaal om op te merken over het werk van een tamelijk agressieve auteur, maar al met al vind ik All things are too small vooral ontwapenend. Dat komt, denk ik, doordat Rothfeld af en toe iets over haar eigen leven vertelt – bovendien blijkt er in het laatste essay van de bundel een warmbloedige romantica in de harde, verstandelijk onderlegde critica te schuilen.

All things are too small is een revitaliserend pleidooi voor overgave, hechting, maximalisme en autonomie. Wie kan daar nou tegen zijn?

We want more! We want more!

Dankzij Rothfelds uitzinnige aanstekelijke enthousiasme over de romans van Norman Rush (1933) zal ik die niet lang ongelezen laten. Zijn debuut, de verhalenbundel Whites (1986), komt via boekwinkeltjes alvast mijn kant op.

Van de gebonden editie van All things are too small bestaat zowel een Amerikaanse als een Britse variant – ook hier geldt: hoe meer, hoe beter. De duurdere, Amerikaanse is veel fraaier dan de modieuze, decoratieve Europese uitvoering.

Willen jullie meer of minder Rothfeld?

‘Wacht effe… dus jij verkiest een stofomslag met een schilderij van Hieronymus Bosch boven een modern, abstract voorplat?’

‘Klopt.’

‘Dan heb je zelf een belegen referentiekader!’

‘Misschien is dat hele lezen inmiddels hopeloos belegen.’

‘Dat lijkt me niet… Zelf lees ik bijvoorbeeld bij voorkeur nadat ik net uit een vliegtuig ben gesprongen en bungelend aan mijn parachute door de lucht zweef.’

‘Ja? Ik lees altijd ’t liefst terwijl ik over de Afrikaanse savanne struin en de wilde dieren met trapbewegingen op afstand houd.’

‘Lezen is een avontuur!’

---

De titel van dit stukje is gelicht uit een zin in Rothfelds stuk over Sally Rooney: ‘I like Rooney when she gloats and strives, when she is limned with the angry light of ambition.’ (Ibid. p.229). Moet je horen wie  ’t zegt! Look who’s talking!

Afbeelding: van ’t internet geplukt.

Soundtrack: MORE, MORE, MORE.

kat, vlinder, haan

‘Buiten brak een laagstaand oktoberzonnetje door, dat recht in de kamer scheen. Marike ving het in haar spiegel, waarvan ze de steel telkens een beetje draaide, zodat er een lichtvlek door de kamer kwam te dansen. Heel even betreurde Albert het dat zij geen kat bezat om erachteraan te springen en te proberen het rondvlinderende stukje weerkaatste zon met zijn poot tegen het behang te pletten. Het ontbreken van een kat werd goedgemaakt door het ontijdige kraaien van de haan in de achtertuin van de buren.’

A.F. Th. van der Heijden, Kastanje a/d Zee (De Tandeloze Tijd 7) (2024[2016];p.214)

De Tandeloze Tijd doet inmiddels denken aan dat ladekastje van Tejo Remy, You Can't Lay Down Your Memory (1991), waarbij de bezweringen van Van der Heijden de riem vormen die de boel bij elkaar moet houden.

Doet er niet toe. Van der Heijden lees je niet om zijn evenwichtige composities, en trouwens ook niet om de filosofietjes van zijn personages, Van der Heijden lees je om te genieten van de zintuiglijkheid van zijn proza, vooral zijn stofuitdrukking is fabuleus.

Het summum van Kastanje a/d Zee, een prachtige, dubbele perspectiefwisseling, vind je in het laatste hoofdstuk van de roman. Het personage Marike de Swart verandert hier, in de laatste paragraaf, van object in subject. Bovendien speelt zien, en dit in een tekst van een uiterst visueel ingestelde auteur, plotseling een ondergeschikte rol.* Doordat Marike’s minnaars, Albert en Hans, voor haar deur, buiten haar zicht, met elkaar in gevecht raken, moet zij zich een voorstelling van hun schermutselingen maken middels de geluiden die ze produceren en veroorzaken: ‘Nu hoorde Marike het gebonk en geroffel van een zak aardappelen die van een kale houten trap af roetsjte, begeleid door een langgerekte pijnkreet.’ (Ibid. p.227).

Het is een soort mirakel, dat schrijverschap van A. F. Th. van der Heijden.

Ondanks echte teleurstellingen, zoals De helleveeg (DTT, deel 5), laat iedere serieuze lezer van boven de veertig vijftig alles uit z’n poten vallen zodra er een nieuw deel van De Tandeloze Tijd, of van Homo Duplex, verschijnt. Dus of de heer Van der Heijden een beetje kan voortmaken met al die delen die nog in voorbereiding heten te zijn die we nog tegoed hebben. Heel graag.

*Noot

Kenners zien overeenkomsten met passages in Het Schervengericht (2007) en in Vallende ouders (De Tandeloze Tijd 1) (1983).

Afbeelding: Wikipedia.

22 november 2023

uithollen

'Betaalbare huisvesting moet niet alleen beschikbaar zijn voor mensen met een cruciaal beroep, zoals leraren, politieagenten en verpleegkundigen, maar ook voor kritische denkers, schrijvers, activisten, krakers, muzikanten en kunstenaars, die wat mij betreft ook cruciale beroepen hebben. Zij maken het namelijk de moeite waard om in de stad te wonen. Zij maken de stad tot een emancipatoire plek waar mensen zich kunnen ontplooien. Een stad met alleen maar bankiers, consultants en makelaars - daar is geen ruk aan.'

Cody Hochstenbach, Uitgewoond, Waarom het hoog tijd is voor een nieuwe woonpolitiek (2022;p.282)

Eerder in hetzelfde boek:

'Het stimuleren van woningbezit creëert, kortom, burgers die vijandig of op zijn minst onverschillig staan ten opzichte van sociale vangnetten, die zich als calculerende investeerders gedragen, en die beleid dat hun belangen als woningeigenaar niet direct dient in de kiem smoren. Woningbezit cultiveert een mindset waarin individuele belangen domineren. Het vormde de afgelopen decennia vruchtbare grond waarin een neoliberale politiek gericht op het uithollen van collectieve voorzieningen zoals de volkshuisvesting kon gedijen.' (p. 71)

Hochstenbach, net als bijvoorbeeld Marjolein Moorman en Claire Baglin een navolger van Didier Eribon en Édouard Louis, is geen groot stilist. Wel weet hij je woede over de uitwassen van het neoliberalisme flink op te stuwen.