van de directie - 2022

Zo… iedereen weer terug van vakantie? 

Mooi. 

Eindelijk.

Welkom thuis zal ik maar zeggen.

Kunnen we allemaal weer welverdiend aan de slag.

Tenminste: straks. Als ik ben uitgesproken.

Wat staat er op m'n briefje? O, ja... 

Sommige dingen gingen goed in 2021. Andere minder.

Enzovoorts. Enzoverder.

Om een lang verhaal in te dikken:

2021 had het jaar moeten zijn waarin De lange adem (herfst 2020) herdruk na herdruk beleefde, bekroning op bekroning binnenhaalde. Vertalingen, bewerkingen voor theater en tv. Dat het allemaal niet zo heeft mogen zijn is niet onze schuld - wij hoefden het boek alleen maar te schrijven, toch? -, het is de schuld van lezers, boekhandels, jury's en filmproducenten. 

Even goede vrienden.

Voor ons zit er niets anders op dan 't bordje gebakken peren zelf weg te snacken en ons aan 't bereiden van de volgende prak te zetten.

Tot zover mijn motivational speech, gewaardeerde innerlijke medewerkers.

Uithuilen en opnieuw beginnen.

Moedig Voorwaarts.

Aan de slag.

Here comes everybody!

Tot slot wens ik onszelf - en iedereen die het afgelopen jaar een boek van ons aanschafte of van plan is dat in 2022 alsnog te gaan doen - een heel mooi en succesrijk 2022!!!

Is getekend,

Martijn Knol - founding owner Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom.

De lange adem (2020) is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

De nieuwe Knol - slowburner der slowburners.

Eerder: niet onbesproken

Soundtrack: Keep coming up with love, but it's so slashed and torn.

---

'Is hij nou zo dom? Of is de rest van Nederland zo slim?'

‘De klant heeft altijd gelijk.’

‘Ook waar. Maar íémand zal ’m toch wel verteld hebben dat 'n boek als De lange adem geen prijzen wint en niet wordt herdrukt? 't Is een fokking nicheboek!’

‘Nee, ja... tuurlijk… Hij houdt zich expres van de domme, geef ik je op een briefje... Schrijvers, kunstenaars, journalisten... 't is allemaal tuig van de onderste richel… boeven… Ze lopen net zo lang zielig te doen totdat je niet meer op je hoede bent… en dan slaan ze toe. BAM! Als je d'r 't minst op bedacht bent.’

‘Hoe dan?’

‘Dat weet je van te voren dus nooit… kan op wel duizend manieren zijn.’

‘Ik vind 't super eng.’

‘Dat is 't ook, gesprekspartner, dat is 't ook!... Persoonlijk zou ik schrijvers en kunstenaars 't liefst allemaal preventief de bak in gooien… dan weet je tenminste wat ze in hun schild voeren.'

'...'

‘Kun je ze 'n beetje in de gaten houden.’

‘Zodra je ze vastzet proberen ze meteen te ontsnappen, denk ik.’

‘Vroeg of laat zal 't daar wel op neerkomen, ja… Eigenlijk moet je ze gewoon tjak, chop: hoppa.’

‘Tjak, chop?’

‘Kop eraf! Korte metten!’

‘Onthoofden die handel!’

‘Gewoon leeg laten bloeden.’

‘Dat zal ze leren!’

‘Maar nooit te vroeg juichen: als je 'n kunstenaar doodmaakt, scheurt z’n buik open en komen d'r meteen allemaal kleine kunstenaars uit gekropen.’

een orkaan is verschrikkelijk

'Ik wil dat hij komt,' zegt Christine, aan de voet van de heuvel zittend, haar hand beschermend over haar ogen gelegd, de hemel is wit en wolkeloos. 'Ik wil dat de orkaan komt, verdomme.'

'Als hij komt dan doe jij het in je broek, verdomme,' zegt Kasper, die achter haar staat, hij kijkt naar haar nek, ze is bruin geworden, de huid op haar schouders is aan het vervellen. 'Jij zult huilen en schreeuwen. Een orkaan is geen sensatie. Een orkaan is verschrikkelijk, jij wilt dat hij alle beslissingen van je overneemt, maar niet ten koste van het eiland, niet ten koste van mij.'

Uit: Orkaan (Something farewell), opgenomen in Judith Hermanns verhalenbundel Zomerhuis, later (1999 [1998];p.39). Vertaling: Joke Gerritsen.

O, ja, dacht ik bij het inkijken van de Nederlandse editie van Lettipark, waarover een andere keer, het debúút van Hermann, dát staat ook al jaren op mijn Te Lezen Lijst.

Bij verschijning werden de verhalen uit Zomerhuis, later 'tijdloos' genoemd. Wie ze, zoals ik, in 2021 pas leest, of las, ervaart het tegendeel: wat een gedateerde (on)modieuze teksten!

De verhalen, kórte verhalen is hier juister, staan - zoals de hele samenleving deed aan het vermeende einde van de geschiedenis - met de rug naar alles wat literatuur in 2022 zo interessant kan maken:  globalisering, commercialisering, digitalisering, discriminatie, vervuiling, consumentisme, liberalisme, privileges, disruptie.

Hermanns verhalen zijn op een berekende manier suggestief, gemaakt 'artistiek', gezocht, geforceerd, wezenloos. Ze kenmerken zich door veel relatiegedoe, eenzaamheid, ontevredenheid en machtsspelletjes uit verveling.

De negen teksten in Zomerhuis, later zijn beknopt en de stijl is sober, dat hoeft natuurlijk geen beletsel voor grote literatuur te zijn, maar hier weerspiegelt de schrale vorm schrale inhoud.

Ik vond het grappig om dankzij Hermanns verhalen weer even in een tijd te verwijlen waarin nog werd gerookt en telefoongesprekken via de vaste lijn werden gevoerd, toch kwam ik bijna niet door het boek heen. Vreemd om te bedenken dat dit boek verscheen in een tijd waarin bijvoorbeeld ook Infinite Jest (1996) al leverbaar was.

De negentiger jaren waren duidelijk niet de tijd van DFW, eerder, zoals Hermanns bundel laat merken, die van auteurs als Bret Easton Ellis.

Zomerhuis, later: de jaren negentig als stilte voor de storm.

schaars

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Goede raad is schaars. Maar schrijver en Trouw columnist Merijn de Boer is, blijkens één van zijn boekentips op de site van de Amsterdamse (Libris)boekwinkel Athenaeum, op een bron van wijsheid gestuit. Lees over zijn leesvoorkeuren in de rubriek Het nachtkastje van...

De laatste zomer in de stad is, net als De lange adem, verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

Niemand is een eiland: mij werd Calligarichs roman aangeraden door Hannah Bezemer.

hermans de permans

‘Ik struikel over een enorme hoeveelheid secundaire literatuur over ‘Hermansiaanse’ thematiek en poëtica. Vooral het dwepen met werkelijkheidsconceptie en mislukking is jarenlang een vruchtbaar startpunt voor reflectie door literatoren en Hermansadepten. Ik ontdek een parallelle wereld van Hermans-instituten, Hermans-literatoren, Hermans-criticasters, Hermans-liefhebbers en Hermans-afkerigen. Bewondering, adoratie en scherpzinnigheid wisselen elkaar af met betweterigheid, pietluttigheid, rancune en competitiedrift. Opvallend detail daarbij: het zijn vaak mannen die zich Hermans toe-eigenen of dwepen met zijn wereldbeeld.’

Martine Folkersma in Ging het mis?, opgenomen in Hermans honderd (2021;p.269), Onder redactie van Jan Wim Derks en René Hesselink

In dezelfde publicatie een interview, Voor mij bleef hij meneer Hermans, afgenomen door Hans Renders en Jeroen Vullings, met Jan Cremer:

‘Van Freddy De Vree hoorde ik dat de Franse regering of een culturele instelling daar op een gegeven moment overwoog Hermans een prijs te geven; ze waren op de hoogte geraakt van Hermans’ aanwezigheid op Franse bodem en van zijn beroemdheid in Nederland. Meer wisten ze niet, dus belden ze het Institut Néerlandais in Parijs, waar op dat moment Nooteboom gratis logeerde. Hij kreeg de taak toebedeeld om uit te leggen wie Hermans was. Dat werd een heel negatief portret. Geef hem vooral geen prijs, want hij heeft een historie van prijzen weigeren, die Hermans. Hem een prijs geven bezorgt Frankrijk een slechte naam. En wie denk jij dat twee jaar later die prijs krijgt?’ Daverend gelach. ‘Ik viel bijna van mijn stoel af toen Hermans overleden was en juist Nooteboom de afscheidstoespraak hield. Wat een hondsbrutale gozer, man.’ (Ibid.;p.227)

Hermans honderd bevat, onder veel meer, ook bijdragen van Elsbeth Etty (over Hermans de criticus), Stephan Enter (over de verfilming van Nooit meer slapen), Marc van Zoggel (over Ik heb altijd gelijk en de voetbalpool) en Peter Kegel (over Uit talloos veel miljoenen).

De zwakste tekst in deze gedenkbundel is Honderd jaar Willem Frederik Hermans over honderd jaar waarin ‘hoogleraar Geschiedenis en Theorie van de Biografie aan de Rijksuniversiteit Groningen’ Hans Renders – ik kende hem vooral van zijn tuttige, ‘enthousiasmerende’ biografie besprekingen in het Radio 1 programma Met het oog op morgen, die hij gelukkig niet vaker dan één zondagavond per maand mag afsteken – zich aan een satirisch bedoelde - wellicht op Hermans' dystopische kortverhaal De laatste roker geïnspireerde -, maar in feite reactionaire en kinderachtige poging tot fictie waagt.

Een kleinigheid nog: in de minibiografieën waarmee de bundel besluit, wordt Stephan Enter mijn geboortejaar toegedicht; nou is hij wel jong, maar zó jong… Ik weet 't: schrijvers zijn tovenaars. En zestig is het nieuwe vijftig. Toch moet iemand maar eens een scriptie wijden aan het verband tussen Enters fluïde geboortejaar en het grote thema van de vergankelijkheid...

Hermans’ hegemonie is voorbij – toch is het bepaald geen straf weer eens wat van en over hem te lezen.

ruis

‘Veel dingen niet zien, niet horen, niet op zich af laten komen – elementaire intelligentie, eerste bewijs voor het feit dat je geen toevalligheid maar een noodzaak bent. Het gangbare woord voor dit instinct van zelfverdediging is smaak. Zijn imperatief beveelt niet alleen nee te zeggen waar het ja ‘onzelfzuchtigheid’ zou betekenen, maar ook zo weinig mogelijk nee te zeggen. Zich isoleren, zich afzonderen van alles wat steeds maar weer opnieuw het nee nodig zou maken.’

Friedrich Nietzsche, Ecce homo (2005 [1888];p.48). Vertaald uit het Duits door Pé Hawinkels/Paul Beers, onder eindredactie van Hans Driessen.

Als je verstandig bent – wat je niet bent, want dan zat je nu wel een papieren boek te lezen – verricht je geen onbetaald werk voor de aandeelhouders van ondernemingen die ons ‘de’ ‘sociale’ ‘media’ hebben gebracht en blijf je daarentegen, net als Martijn Knol en Friedrich Wilhelm Nietzsche, ver uit de buurt van beeldschermen die als onzalige ruismachines fungeren.

Een tip Tynerzijds. Zomaar.

Soundtrack: I don't care if being with you / Is meaningless and ridiculous / If it's wrong or right. / I'm gonna give you my love tonight / And tomorrow night 'cause / You're my, baby, you're my favourite waste of time. / My, baby, you're my favourite waste of time.

revolutie

'Wat politiek betreft, moet ik zeggen dat ik niets precies over mezelf weet. Het enige dat ik met absolute zekerheid weet, is dat ik van politiek niets begrijp. In mijn leven ben ik twee keer ingeschreven geweest bij partijen. Een keer was het de 'partij van actie'. De andere keer was het de Communistische partij. Beide keren waren een vergissing.

(...)

   Wat de twee partijen betreft waartoe ik behoorde en waarvan een al lang geleden is opgehouden te bestaan, komt het me voor dat ik daar innerlijke, duistere en onderaardse banden mee heb behouden, die ik niet met woorden zou kunnen verduidelijken, die geen enkele basis vinden in de rede, die geen enkele relatie hebben met de keuzes van de rede, maar die vanuit de diepte opborrelen als genegenheden. Ik zou nog willen zeggen dat, als er op een dag een revolutie was en ik een politieke keuze zou moeten maken, ik dan veel liever gedood zou willen worden dan zelf iemand doden. En dat is een van de zeer weinige politieke gedachten die mijn geest ooit kan formuleren.'

Natalia Ginzburg, Twee communisten, uit: Mensen om mee te praten (1990;p.130/132), een boekje met een keuze uit teksten die Ginzburg bundelde in Le piccolo virtu (1962) en Mai devi domandarmi (1970). Vertaald uit het Italiaans door Etta Maris.

De passage is nog indrukwekkender als je ook de andere autobiografische teksten van Ginzburg kent.

Afbeelding: voorplat Le piccole virtù.

mooi

‘RICHARD

Wat mooi was

Op koninginnedag

Was een jongetje

Een jaar of zeven

En dat lag daar

Op straat

Tamelijk geïsoleerd

Spijkerbroekje t-shirt

Oranje zonnebrilletje

Oranje petje naast zich

Daar kon je je kwartjes in kwijt

Hij lag daar

Doodstil

Doodstil

Als dood

Hij kreeg zelfs guldens

Dat is al vaak…

 

RITA

Mooi

 

RICHARD

Je zegt nu ’s niet

‘Jij’?

 

RITA

Jij zou alleen maar denken

‘Rijden ze nu over me heen’?

 

RICHARD

Het was mooi

 

RITA

Natuurlijk

Net als dat overreden jongetje

Kwetsbare jongetjes

Zijn altijd mooi

Het kan zelfs een terreur worden

Al die o zo kwetsbare jongetjes

Die maar meteen gaan liggen’

 

Gerardjan Rijnders, Mooi, in: Ecstasy/Mooi (1995;p. 189-190)

dikke boeken - niet onbesproken (VII)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nobelprijzen, eredoctoraten, boekverfilmingen...

Ik ben 'r niet vies van.

Toch tel je als schrijver pas echt mee als je werkstuk opduikt in een podcast. Een eer die mij met De lange adem nu ook eindelijk ten deel is gevallen.

In hun aflevering van 23 oktober 2021 - een special over dikke boeken - bespreken Sara Logghe en Trees Accou, leden van de Vlaamse podcast De bende van het boek, Wolkenstad (2021) van Anthony Doerr, Regeneratie (2021) van Eva Coolen en De lange adem (2020) van, ik doe het even in de derde persoon, Martijn Knol.

Het oordeel over mijn productie: ‘Een hilarische, wilde, dwarse, ernstige, Grote Nederlandse roman, staat er op de kaft. Dat klopt wel.’

De podcast valt onder meer te beluisteren via de website van De bende van het boek en op soundcloud.

De nieuwe Knol – vet goed.

Eerdere reacties op De lange adem: Tzum, De Groene Amsterdammer, De Limburger, Literair NL (interview), NRC Handelsblad, De Reactor. Op Zin verscheen een vraaggesprek.

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

In het recente verleden maakte schrijver Niels ’t Hooft trouwens al een podcast over mijn kleine roman Elders (2014)

Ook Elders is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

Bestel: het oeuvre.

Beeld©: De bende van het boek (Instagram).

meer bomen, minder asfalt (VIII)

‘Op dat moment vroeg ik me af hoe oud deze man was. Hij was zichtbaar ouder dan vijftig. Vijfenvijftig, zo zei hij mij. Hij heette Elzéard Bouffier. Hij was eigenaar van een boerderij op de vlakte geweest. Daar had hij zijn leven opgebouwd. Hij had zijn enige zoon verloren en daarna zijn vrouw. Hij had zich teruggetrokken in de eenzaamheid waar hij het genoegen smaakte van een traag leven met zijn schapen en zijn hond. Hij had vastgesteld dat dit land ten onder ging door gebrek aan bomen. Hij voegde eraan toe dat hij, omdat hij niets belangrijks te doen had, het besluit had genomen iets aan die stand van zaken te doen.’

Jean Giono, De man die bomen plantte (2001 [1953];p.17). Vertaald uit het Frans door Ernst van Altena. Het schitterende verhaal is nog gewoon leverbaar.

Ook prachtig: Giono’s roman Heuvel (2020 [1929]), verschenen bij Uitgeverij Vleugels.

En nu publiceert Uitgeverij IJzer De huzaar op het dak (2021 [1951]).