code geel

Utrecht, donderdag 13 augustus 2026, 16.03 uur, 34 graden Celsius.

De badjuffrouw (bedrijfspolo, zonnepet) scant mijn zwembadpas zonder het eten van haar ijsje, een Solero, te hoeven onderbreken.

'Tjonge,' zeg ik terwijl ik het zweet van mijn voorhoofd wis, 'dat ziet er 's zomers uit: een badjuf met een ijsje!'

'Ja. Ik dacht. Een beetje reclame. Dat kan nooit kwaad.'

'Misschien koop ik er straks ook een bij je.'

'Nou. Dat moet dan. Een andere keer. Want dit was. De laatste.'

(onder)richting

‘Hoe denkt iemand het ooit voor elkaar te krijgen om een literair meesterwerk te schrijven, een roman of een gedicht dat beklijft, als hij of zij niet eens de concentratie kan opbrengen om het aanrecht schoon te maken zonder dat er kruimeltjes blijven liggen?’

Ilja Leonard Pfeijffer, De toekomst van de literatuur (2026;p.25-26).

Een mulischiaans standpunt in een vermakelijk, zwierig en stimulerend boekje, de neerslag van een voordracht, van krap zevenentwintig pagina’s netto over de taak van literatuurliefhebbers.

De typografie van Perfect Service is weer… perfect!

Beeld: de schitterende, licht bewogen, ietwat wankel gekadreerde, enigszins onscherpe, doorschijnende foto bij dit stukje heb ik zelf genomen en bewerkt. Wil je een uitvergrote, ingelijste afdruk van deze plaat bestellen? Aarzel dan niet om me een mailtje te sturen!!!

een schat

‘Aan de Côte d’Azur komen rijke mensen met juwelen. Die verliezen ze bij het zwemmen. Daarom gaat Thomas dagelijks met zijn snorkeltje de Middellandse Zee in op zoek naar goud en parels. Soms komt hij als een blije ekster uit het water. De buit schenkt hij aan Joosje of aan een van zijn dochters. Zij nemen het goud blij in ontvangst, maar weten bijna zeker dat hij de sieraden bij een juwelier gekocht heeft.’

Youp van ’t Hek, Vertrokken vrienden (2026;p.51)

Nabokoviaanse humor. Hoewel. Bij Nabokov zou de held/schurk zijn gezinsleden laten denken dat hij de opgedoken sieraden ergens heeft gekocht, terwijl hij die in werkelijkheid na afloop van een goocheloptreden op een copieus buitenverblijf met eigenhandige vingervlugheid uit de kluis van zijn opdrachtgevers heeft geroofd*. Nog grappiger wordt het als de echtgenote van 'Thomas' doorziet dat hij gestolen goed uitdeelt – en hem aangeeft, niet uit rechtschapenheid, maar omdat ze haar echtgenoot zat is en al langer naar een manier zoekt om van hem af te komen. Toch eindigt ook zij, de echtgenote, schraler dan ze begon, want een vrouw die haar eigen man erbij lapt, daar willen haar dochters niks meer mee te maken hebben. Eind slecht, al slecht.

*Noot: Of misschien wist hij, na een pianorecital te hebben gegeven, het draaislot te openen dankzij zijn fabuleuze, hypergevoelige gehoor. Zie het gedateerde, onderhoudende Tuner(2025).

code rood

Utrecht, vrijdagmiddag, 26 juni 2026, 15.15 uur, 37 graden Celsius. Ik sta in de brandende zon gelezen kranten en tijdschriften in de ondergrondse papiercontainer te deponeren als een vader en zijn dochtertje voorbijfietsen. Hij op een kloek herenrijwiel, zij op een piepklein kinderfietsje. Het meisje roept: ‘Ik moet een ijsje!’

‘Ik moet, ik moet, ik moet,’ zegt haar vader.

‘Ja, ik MOET een ijsje!’

‘En anders?’

‘Anders krijg ik een KINDERBEROERTE!’

moederdag

Film: Father Mother Sister Brother (2025).

Script & regie: Jim Jarmusch.

Jim Jarmusch' reputatie is goed. Zijn films zijn minder. Eigenlijk heb ik nog nooit een echt goeie film van hem gezien.

Coffee and Cigarettes (2003) was geinig, Ghost Dog: The Way of the Samurai (1999) was medium tof. Broken Flowers (2005) een boomerfilm avant la lettre.

De allereerste film die ik van hem zag, Night on Earth (1991), vond ik ronduit slaapverwekkend, maar dat was bijna vijfendertig jaar geleden, dus misschien verdient die een herkansing voor ik er een oordeel over geef.

Jarmusch' films, ik heb er inmiddels een stuk of zeven gezien, zijn tam, statisch en traag. Dat heeft niets te maken met bodycount en ander spektakel, meer met zijn materiaal, dat te weinig substantie heeft in verhouding tot zijn verteltempo. En met een soort belegenheid, vooral in Paterson (2016) en Down by Law (1986).

Anyways. Aangezien ik op vrijdag al met mijn moeder uit eten was geweest, ging ik op zondag in mijn eentje naar de nieuwe Jarmusch. Waarom? Omdat ik hardleers ben. En vergevingsgezind.

Drie families, drie verhalen, drie keer flauwe flauwekul. Wat FMSB wel overtuigend laat zien is dat je van drie losse vertellingen probleemloos een eenheid kan maken. Jarmusch herneemt beelden (skaters, Rolexen), handelingen (autorijden, samen zitten om te eten of te drinken) en uitspraken (klaar is Kees) en varieert erop - zulke echo's volstaan als ordenend principe, de som der drie delen van FMSB wordt overtroffen door het geheel.

De zussen uit het tweede verhaal van FMSB doen lacherig over de boeken die hun moeder schrijft. Des te pijnlijker dat zij zelf personages zijn in een matige film. Jarmusch' script is de grootste zwakte van FMSB. De verhaalstof is oninteressant, de sluimerende conflicten zijn cliché, de humor is oubollig en veel dialogen zijn vlak, onhandig en uitleggerig.

Wat zonde van die prachtige acteurs! Vicky Krieps, Adam Driver, Charlotte Rampling, Cate Blanchett. Wat jammer van het prima camerawerk en de dito montage.

O, ja: in de film vertelt dochter Lilith (Vicky Krieps) haar moeder een grappige grap, een mop, die ik bij thuiskomst meteen doorvertelde aan mijn vriendin en die haar deed schaterlachen. Pure winst. Dus wat mijzelf betreft was die gang naar het filmhuis gerechtvaardigd.

Mijn gedachten gaan wel uit naar al die arme kinderen die hun moeder een plezier dachten te doen door haar mee te nemen naar Jarmusch' jongste.

Eindoordeel: Mwa… Twee officieuze Uberchauffeurpetten (2/5). Of twee doosjes levensmiddelen (2/5). Of twee diepe zuchten in een leeg appartement (2/5).

land, landbouw, landbouwgif

‘If you ruled any modern industrial state absolutely, what would you abolish?’

‘I would abolish trucks and transistors, I would outlaw the diabolical roar of motorcycles, I would wring the neck of soft music in public places. I would banish the bidet from hotel bathrooms so as to make more room for a longer bathtub. I would forbid farmers the use of insecticides and allow them to mow their meadows only once a year, in late August when everyone has safely pupated.’

De vraag kwam, op 8 september 1969, van James Mossman (BBC-2). Het antwoord van Vladimir Nabokov. Strong Opinions (1990 [1973];p.150).

De detoxificatie van de wereld heeft de afgelopen zestig jaar geen hoge vlucht genomen.

Maar gelukkig heeft het individu anno 2026 een handelingsperspectiefje. Je kunt gewoon biologisch geteelde gewassen eten. En die koop je dan niet bij de supermarkt, want wat zouden we het leven van het anonieme aandeelhouderskapitalisme langer rekken, maar gewoon bij kleinere ecologische winkels en op biologische boerenmarkten.

Weg met het agrarisch-industriële complex!

Hou het klein.

Maak het klein.

Krijg ze klein.

Dank u wel.

natuur, cultuur

Met trots (plaatsvervangend, gepast) tip ik: Groen erfgoed in de stad, onder redactie van Natascha Lensvelt (mijn verloofde, full disclosure), verschenen bij NAI010 uitgevers.

Ontwerp voorplat: Koehorst in 't Veld.

Tirade 500

De huidige Tirade redactie viert de verschijning van het vijfhonderdste nummer van het literaire tijdschrift met een Tirade vol bijdragen van nieuwe schrijftalenten en oud-Tirade redacteurs. Ik val in de laatste categorie en schreef voor het jubileumnummer een verhaal(tje): Pionieren.

Tirade 500 is verschenen bij het zelfstandige Uitgeverij van Oorschot.

2025 – de nieuwe Knol











‘Woont u hier?’

‘Nee, hoor… dit is mijn werkruimte.’

‘?’

‘Ik werk aan een boek.’

‘Aha! Vandaar al dat papier!’

‘…’

‘En bent u al ver?’

‘Het vordert.’

‘O, gelukkig! Nou, succes ermee! Ik hoop dat veel mensen uw boek gaan lezen! U zit in ieder geval goed hier! Fijne dag verder!’

‘Veel dank. Fijne wandeling.’

---

De nieuwe Knol – vort, vort, vorderen

Soundtrack: No Time 2 Waste/I've Gotta Move With Haste (T-spoon).

Foto: M.K.

gremlins

Een paar flarden, meer kende ik niet van Gremlins (1984). Een lacune. Gelukkig belegde het afgetrapte Rembrandt aan de Oudegracht een vertoning op groot doek. Zaal 2, rij 9.

Film: Gremlins (1984).

Genre: horrorkomedie. En dan binnen dat genre het sub-genre van de niet enge, on-grappige horrorkomedie.

Regie: Joe Dante. Dante, mooie naam voor iemand in de horror-business.

Verhaal: lief diertje krijgt kwaadaardige nakomelingen die op kerstavond een dorp terroriseren.

Brutaal: Gremlins knipoogt middels een kleine keukentelevisie naar Robert Capa’s, nee Frank Capra’s It's a Wonderful Life (1946). Ambieerde Gremlins het om die klassieker op te volgen als kerstfilm der kerstfilms? Go f*** yourself!

Eindoordeel: leeg en lawaaiig. Twee door de keukenmachine vermalen Gremlins (2/5). Gelukkig duurt Gremlins een uur korter dan Wim Wender’s pretentieuze en sentimentele Paris, Texas (1984) dat dit jaar ook z’n veertigste verjaardag viert en waarvan eigenlijk alleen het camerawerk van Robby Müller om over naar huis te schrijven is (bij deze).

Overigens ben ik van mening dat bioscopen hun medewerkers niet tot het dragen van bedrijfskleding mogen verplichten. En dat alle bedrijven hun zelfscankassa’s en bestelmonitoren moeten afvoeren. Wat is er mis met intermenselijke handel?