Maandag: zondag!
Dinsdag: zondag!
Woensdag: zondag!
Donderdag: zondag!
Vrijdag: zondag!
Zaterdag: zondag!
Zondag: zondag!
Maandag: weer naar huis – jammer.
Posts tonen met het label jammen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jammen. Alle posts tonen
Ys en weder dienende
’s Zomers zwem ik twee keer per week in een Fortgracht net buiten de stad. Omdat de locatie voorkomt in de huidige versie van een toekomstig boek, fietste ik naar het water om een paar details te
‘Wordt 't een erotische passage?’
‘Zou je dat leuk vinden?’
‘…’
‘…’
‘Wat zit je nou te lachen?’
'...'
‘Kut! Het was 'n citaat hè!?’
‘Maar waaruit?’
‘Geef es een hint?’
‘Zou je dat leuk vinden?’
‘???’
‘Het is de laatste regel uit een roman waarin de vrouw van een komiek – ’
‘Hedonia!’
‘Correct! En binnen de tijd. Alsjeblieft: de krultang...is voor jou.’
‘…’
‘Weet je al wat je met je prijs gaat doen?’
‘Mijn haar krullen denk ik.’
‘Goed antwoord! Alsjeblieft... nog een krultang! Bofferd! Dat maken we niet vaak mee hoor, twee krultangen naar één kandidaat. En nog wel eentje met van dat steile haar!'
'...'
'Weet je al wat je met de krultangen gaat doen?’
‘…’
‘Je kunt ze ook op Marktplaats zetten. Dan koop ik ze. En als je dan volgende keer weer een vraag goed hebt, dan krijg je weer een krultang.’
‘Sorry, ik moet even een paar euro in de parkeerautomaat doen.’
‘Weet je nog in welk jaar Hedonia is verschenen?’
‘1984. En achterin het boek staat een artikel dat de auteur van de roman in de jaren zeventig voor de Haagse Post schreef. Het gaat over humor, dat stuk, en het telt 42 voetnoten.’
‘God, ik wou dat ik je nog een krultang kon geven, serieus. Maar ze zijn op.’
‘Wat had ik gekregen als ik kaal was?’
‘Dan had je alleen een krultang gekregen bij foute antwoorden.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha,ha!’
De vrije wil
‘Nog even over die ondertitel van dat stuk in nY… Ik weet niet of je de ontwikkelingen in de wijsbegeerte, de neurologie en de criminologie de afgelopen 150 jaar een beetje hebt gevolgd, maar in alle harde - en ook in de meeste zachte - wetenschappen wordt het bestaan van ‘de vrije wil’ op z’n zachtst gezegd... betwijfeld.’
‘Dat geldt ook voor de ziel, maar binnen tien seconden kan ik zo gemeen op die van jou trappen dat je ’t over dertig jaar nog voelt, Thomas.’
‘Ik ben Cees.’
‘Weet ik, ik bedoelde Thomas hier als verkorting voor Ongelovige Thomas.’
‘Wat betreft die ziel wil ik je nog wel gelijk geven. De ‘vrije wil’ is echt iets anders. En door je stuk ‘Over het benutten van de vrije wil’ te be-ondertitelen heb je die discussie impliciet in je eigen voordeel willen beslechten, een oude, goedkope retorische truc. Zoiets als ‘Waarom staat God leed en onrecht toe?’ waarmee theologen geloofstwijfel willen negeren of ontkennen.’
‘In jouw geval zou ik misschien langs dezelfde lijnen redeneren, maar jij beschikt dan ook niet over The State of the Art laboratoria waarover we hier bij Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom beschikken... wij hebben namelijk ontdekt waar 'de vrije wil' zit.’
‘Waar dan?’
‘Het is een klein spiertje tussen het knobbeltje dat ‘de ratio’ heet en de holte die ‘intuïtie’ wordt genoemd. Net als voor je andere spieren geldt: je moet De Vrije Wil wel af en toe gebruiken, anders krimpt ie… De biografie van de meeste mensen gaat, jammer genoeg,eigenlijk over het verschrompelen en het uiteindelijke afsterven van Het Spiertje van de Vrije Wil.’
‘Ik vind je stukjes over film leuker.’
‘Dat geldt ook voor de ziel, maar binnen tien seconden kan ik zo gemeen op die van jou trappen dat je ’t over dertig jaar nog voelt, Thomas.’
‘Ik ben Cees.’
‘Weet ik, ik bedoelde Thomas hier als verkorting voor Ongelovige Thomas.’
‘Wat betreft die ziel wil ik je nog wel gelijk geven. De ‘vrije wil’ is echt iets anders. En door je stuk ‘Over het benutten van de vrije wil’ te be-ondertitelen heb je die discussie impliciet in je eigen voordeel willen beslechten, een oude, goedkope retorische truc. Zoiets als ‘Waarom staat God leed en onrecht toe?’ waarmee theologen geloofstwijfel willen negeren of ontkennen.’
‘In jouw geval zou ik misschien langs dezelfde lijnen redeneren, maar jij beschikt dan ook niet over The State of the Art laboratoria waarover we hier bij Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom beschikken... wij hebben namelijk ontdekt waar 'de vrije wil' zit.’
‘Waar dan?’
‘Het is een klein spiertje tussen het knobbeltje dat ‘de ratio’ heet en de holte die ‘intuïtie’ wordt genoemd. Net als voor je andere spieren geldt: je moet De Vrije Wil wel af en toe gebruiken, anders krimpt ie… De biografie van de meeste mensen gaat, jammer genoeg,
‘Ik vind je stukjes over film leuker.’
Vrolijke horror - exercices de style (XVI)
NACHTMERRIE IN DE IEPENLAAN
Het is al laat.
Man komt thuis.
Heeft een praatje gehouden
In de provincie, Zevenaar,
Of Veghel, Uden, Steenwijk,
Iets in die geest.
Stapt de slaapkamer in.
Weet niet dat
In de tussentijd
Elders in huis
Waar hij niet gaat kijken
Want het is al laat
Vrouw en kinderen
Op brute wijze
Zijn afgeslacht
En doodgebloed.
Weet ook niet
Dat moordenaar
In echtelijk bed
Is gaan liggen.
Merkt het pas
Als hij in het donker
Tegen het lichaam
Dat hij voor dat van zijn vrouw houdt
Aan kruipt
Als met de geur
Het besef komt
Dat het
Als het
Al te laat is.
Boven: Nachtmerrie in de iepenlaan(uit Erik Bindervoets De mond van de waarheid (je weet toch: La Bocca della Verità), De Harmonie (2013, p.53).
Onder: 'Wil je me voeren?… aan krokodillen?... in Costa Rica?' (Janne Schra & Goslink).
(On)voltooid - in Toomler
Je weet dat dit weblog uiteindelijk dient om de verkoop van de boeken van Martijn Knol verder aan te jagen, hè? Ik bedoel: ik ben niet jouw persoonlijke inlichtingendienst of zo. Dus als je wilt weten hoe het er precies aan toegaat op zo’n middag in Toomler, dan moet je de volgende keer zelf maar een kaartje kopen. Of zelf naar Toomler gaan om een onvoltooid liedje te zingen. Of om een onvoltooide tekst voor te dragen.
‘Dat gezegd hebbende…’
Dat gezegd hebbende: het was wel superleuk hoor, Amir Swaabs Onvoltooide zondagmiddag. Alsof je in een repetitieruimte was waar musici elkaar laten horen waar ze mee bezig zijn. Terwijl, in volgorde van opkomst, Ernst van der Pasch, Renske Taminiau, Martijn Knol, [pauze], Paul de Graaf, Janne Schra en Spinvis optraden, tekenden Ilse van der Laan en Marijke ten Caat, van wie ook onvoltooide werken in de zaal hingen, portretten die door de korte duur van de liedjes en teksten niet anders dan onvoltooid konden blijven (zie foto).
Ik had er rekening mee gehouden dat het Toomler publiek uit doorbijtende kannibalen zou bestaan (in de kofferbak van m’n auto lag een zak transfusiebloed klaar) – maar in werkelijkheid leek het wel of we daar in het gezellige keldercafé bij elkaar waren om de verjaardag van een lieve negentigjarige oma te vieren o.i.d., zo gemoedelijk en ontspannen en vriendelijk ging het er allemaal aan toe.
‘Maar die tekening… heb je die meegekregen?’
‘Ja, vanmorgen heb ik ’m meteen meegenomen naar kantoor… Had ik beter niet kunnen doen trouwens… Mijn stagiaires begonnen elkaar onmiddellijk in ’t gezicht te krabben en elkaar aan de haren trekken. Ík wil ’m!… Nee, hij is van míj! Ik moest er GVD zelf tussen springen om te voorkomen dat het werk werd beschadigd… ’
‘…’
‘Nu hangt ie op een prominente plek inde kantine het bedrijfsrestaurant van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom, de tekening… op die manier kunnen we er allemaal van genieten.’
‘En op langere termijn?’
‘Op 5 december 2013 komt sinterklaas natuurlijk weer naar kantoor. En dan gaat hij ook bekendmaken welke stagiaire in 2013 het allerzoetst is geweest.’
‘En die krijgt de tekening?’
‘Je haalt sinterklaas de woorden uit de mond.’
‘Geëmancipeerde tijden bij Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom.’
‘?’
Gefotografeerde tekening (detail): Ilse van der Laan.
‘Dat gezegd hebbende…’
Dat gezegd hebbende: het was wel superleuk hoor, Amir Swaabs Onvoltooide zondagmiddag. Alsof je in een repetitieruimte was waar musici elkaar laten horen waar ze mee bezig zijn. Terwijl, in volgorde van opkomst, Ernst van der Pasch, Renske Taminiau, Martijn Knol, [pauze], Paul de Graaf, Janne Schra en Spinvis optraden, tekenden Ilse van der Laan en Marijke ten Caat, van wie ook onvoltooide werken in de zaal hingen, portretten die door de korte duur van de liedjes en teksten niet anders dan onvoltooid konden blijven (zie foto).
Ik had er rekening mee gehouden dat het Toomler publiek uit doorbijtende kannibalen zou bestaan (in de kofferbak van m’n auto lag een zak transfusiebloed klaar) – maar in werkelijkheid leek het wel of we daar in het gezellige keldercafé bij elkaar waren om de verjaardag van een lieve negentigjarige oma te vieren o.i.d., zo gemoedelijk en ontspannen en vriendelijk ging het er allemaal aan toe.
‘Maar die tekening… heb je die meegekregen?’
‘Ja, vanmorgen heb ik ’m meteen meegenomen naar kantoor… Had ik beter niet kunnen doen trouwens… Mijn stagiaires begonnen elkaar onmiddellijk in ’t gezicht te krabben en elkaar aan de haren trekken. Ík wil ’m!… Nee, hij is van míj! Ik moest er GVD zelf tussen springen om te voorkomen dat het werk werd beschadigd… ’
‘…’
‘Nu hangt ie op een prominente plek in
‘En op langere termijn?’
‘Op 5 december 2013 komt sinterklaas natuurlijk weer naar kantoor. En dan gaat hij ook bekendmaken welke stagiaire in 2013 het allerzoetst is geweest.’
‘En die krijgt de tekening?’
‘Je haalt sinterklaas de woorden uit de mond.’
‘Geëmancipeerde tijden bij Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom.’
‘?’
Gefotografeerde tekening (detail): Ilse van der Laan.
Imbecielen - I will rise up with fists
‘Iemand die denkt dat het maar het beste zou wezen voor eeuwig en altijd de lasteraars, de leugenaars, de bedriegers en de imbecielen het hoogste woord te laten voeren zonder ze belachelijk te maken, die kan beter heroïnespuiter worden of zich dood drinken.’
Willem Frederik Hermans onderwijst Frans A. Janssen en Freddy de Vree in Door gevaarlijke gekken omringd (1988).
'Dat citaatje heb je twee jaar geleden ook al gebruikt.'
'Niet iedereen heeft zo'n goed geheugen als jij, Frits.'
'Ik ben Cees.'
'Niet iedereen heeft zo'n goed geheugen als jij, Cees.'
Soundtrack: I still believe/ And I will rise up with fists/ And I will take what's mine.
Willem Frederik Hermans onderwijst Frans A. Janssen en Freddy de Vree in Door gevaarlijke gekken omringd (1988).
'Dat citaatje heb je twee jaar geleden ook al gebruikt.'
'Niet iedereen heeft zo'n goed geheugen als jij, Frits.'
'Ik ben Cees.'
'Niet iedereen heeft zo'n goed geheugen als jij, Cees.'
Soundtrack: I still believe/ And I will rise up with fists/ And I will take what's mine.
Dirk
‘Hé… zag ik jou vanmiddag op de Prins Hendrikkade?’
‘In Amsterdam?’
‘Ja.’
‘Ja.’
‘Bij De Appel?’
‘Correct. Ik was naar de tentoonstelling van Dirk Braeckman.’
‘Duimpje omhoog of duimpje omlaag?’
‘Duimpje omhoog.’
‘Wat vind je ervan dat het café onder de APPEL de MOES heet?’
‘Lachen. ’
‘…’
‘In de Donald Duck van deze week ligt - zie het laatste kadertje van pagina 14 (2013-nr 4) - een tijdschrift in een supermarkt met de titel: Elegans.’
‘?’
‘…’
‘Het wachten is op de D.D. waarin Guus Geluk FinneGans Kwaak leest. Maar fijn dat je me even herinnert aan je referentiekader.’
'FinneGans Gak.'
‘In Amsterdam?’
‘Ja.’
‘Ja.’
‘Bij De Appel?’
‘Correct. Ik was naar de tentoonstelling van Dirk Braeckman.’
‘Duimpje omhoog of duimpje omlaag?’
‘Duimpje omhoog.’
‘Wat vind je ervan dat het café onder de APPEL de MOES heet?’
‘Lachen. ’
‘…’
‘In de Donald Duck van deze week ligt - zie het laatste kadertje van pagina 14 (2013-nr 4) - een tijdschrift in een supermarkt met de titel: Elegans.’
‘?’
‘…’
‘Het wachten is op de D.D. waarin Guus Geluk FinneGans Kwaak leest. Maar fijn dat je me even herinnert aan je referentiekader.’
'FinneGans Gak.'
Kadaver
Niet dat ik alles weet, maar in de trein zaten drie meisjes waarvan twee en drie het woord ‘kadaver’ niet bleken te kennen toen dat door één werd gebruikt in een overigens grammaticaal correcte zin.
‘Kadaver? Ik dacht dat dat een groente was,’ zei nummer 2 giechelend.
‘Ik weet niet wat het volgens júllie betekent,’ zei 3, ‘maar het is óók een plaatsnaam – een oom en tante van mij hebben er een boerderijtje waar ze twee keer per jaar naar toegaan. Dus.’
‘Kadaver? Ik dacht dat dat een groente was,’ zei nummer 2 giechelend.
‘Ik weet niet wat het volgens júllie betekent,’ zei 3, ‘maar het is óók een plaatsnaam – een oom en tante van mij hebben er een boerderijtje waar ze twee keer per jaar naar toegaan. Dus.’
‘Lantgenôwten!’ – cadet Baudet kiest voor K.U.T.
Zo, zo. Wel, wel. Ghh, ghh. Een paar maanden nadat hij is begonnen met zijn tweewekelijkse parodieën op de achterlijke praatjes van Hans Janmaat en Wimpie Bosboom is mensenrechtenactivist Thierry Baudet alweer vertrokken bij de NRC omdat hij het te druk zou hebben met zijn werk aan de KUT (Katholieke Universiteit Tilburg). Dat, het afhaken, zal papa Heldring een stuk minder grappig vinden dan ik. Je vindt toch nog wel tijd om te twitteren, Thierry? Interessant trouwens dat Baudet volgens zijn Twitterprofiel nog gewoon is verbonden aan de Universiteit van Leiden en, als columnist, aan de NRC.
Gelukkig heeft Baudet zijn best gedaan om, vorige week vrijdag (28/12/12, p.16, Opinie: Oikofobie), in stijl afscheid te nemen van de NRC: ‘dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland – hoe lang zal dat er nog zijn?’ Volgens Terry wordt ‘ons’ Holland ‘stukgemaakt’ door: ‘het multiculturalisme en de open grenzen’, door ‘de Europese Unie’ en ‘door de kunsten.’ Nou, wat betreft dat derde punt: graag gedaan.
Schrijvers en kunstenaars zijn slopers. En in het ideale geval geldt hetzelfde voor politici en immigranten. Wat ze slopen: leugens, onrecht, misverstanden, conventies.
Om zijn ongelijk te verdoezelen, kleineert Baudet zijn zelfgemaakte opponenten, blaast hij zijn cultuurkritische projecties op tot karikaturen, leunt hij op een vermeende autoriteit als het reactionaire klootzakje Roger Scruton. Wie anders over de wereld denkt dan Baudet en zijn voorbeelden is niet ‘kritisch’ of ‘progressief’ of ‘ambitieus’ of voor mijn part kaalweg ‘anders’… nee: een andersdenkende is… ziek… ‘er is sprake van een pathologie’:
‘Een ziekelijke afkeer van de geborgenheid van ons thuis; van de eigen gewoontes en gebruiken; van de natie; van de schoonheid en harmonie van de traditionele kunsten en architectuur.’
Ons. Eigen. Speak for yourself, samenzwerende spruitkool. En verkoop geen verdachtmakingen voor argumenten of feiten.
Uit Baudets wereld- en mensbeeld, ik wees er al eerder op, spreekt vooral angst, verstarring. Hij heeft de opvattingen van een jongen die de traditie hard nodig heeft voor het construeren van een identiteit. Verandering is eng en moet bezworen en bestreden worden. De opkomst van het conservatisme is een paniekaanval in slow motion.
Te grappig dat Baudet problemen heeft met economische, culturele en amoureuze gelukszoekers (‘open grenzen’), terwijl hij zich wel probeert op te trekken aan Engelse en Franse voorbeelden, hij in zijn laatste stukje een tweedeling eigen/vreemd presenteert die uit een Oud-Griekse context is gerukt en hij - blijkens een regeltje onderaan zijn afscheidscursiefje – voortaan al zijn tijd hard nodig heeft om met zijn schoenmaat 46 door Brazilië, China en India te gaan banjeren – dat laatste waarschijnlijk om straks met corporale lulverhalen z’n conservatieve luchtkastelen te kunnen schragen. Alleen arme mensen moeten blijven zitten waar ze zitten - anders krijgen ze misschien de kans om zich te ontwikkelen en zich uit te spreken. En wie weet waar dat eindigt, vrienden. Misschien leidt het wel tot veranderingen! Ik wil geen veranderingen! Ik wil het niet, ik wil het niet!
Exit Baudet – ik ben blij dat ‘we’ van hem af zijn. Zie je nou dat ‘verandering’ soms ‘verbetering’ betekent?
T.B. duikt vast wel weer eens op als columnist van De Telegraaf, als amateurmodel voor de Marie Claire, als lijsttrekker voor de Spruitjespartij of als interviewer van grote, integere denkers als Hans Wiegel en Frits Bolkestein – in ieder geval blijven we hem rustig volgen hier op de radar van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom.
Lees ook de column (getiteld Homo) die Bas Heijne afgelopen zaterdag in de NRC publiceerde.
Goedmakertje: een mooi, serieus gesprek met Herman Brusselmans.
Gelukkig heeft Baudet zijn best gedaan om, vorige week vrijdag (28/12/12, p.16, Opinie: Oikofobie), in stijl afscheid te nemen van de NRC: ‘dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland – hoe lang zal dat er nog zijn?’ Volgens Terry wordt ‘ons’ Holland ‘stukgemaakt’ door: ‘het multiculturalisme en de open grenzen’, door ‘de Europese Unie’ en ‘door de kunsten.’ Nou, wat betreft dat derde punt: graag gedaan.
Schrijvers en kunstenaars zijn slopers. En in het ideale geval geldt hetzelfde voor politici en immigranten. Wat ze slopen: leugens, onrecht, misverstanden, conventies.
Om zijn ongelijk te verdoezelen, kleineert Baudet zijn zelfgemaakte opponenten, blaast hij zijn cultuurkritische projecties op tot karikaturen, leunt hij op een vermeende autoriteit als het reactionaire klootzakje Roger Scruton. Wie anders over de wereld denkt dan Baudet en zijn voorbeelden is niet ‘kritisch’ of ‘progressief’ of ‘ambitieus’ of voor mijn part kaalweg ‘anders’… nee: een andersdenkende is… ziek… ‘er is sprake van een pathologie’:
‘Een ziekelijke afkeer van de geborgenheid van ons thuis; van de eigen gewoontes en gebruiken; van de natie; van de schoonheid en harmonie van de traditionele kunsten en architectuur.’
Ons. Eigen. Speak for yourself, samenzwerende spruitkool. En verkoop geen verdachtmakingen voor argumenten of feiten.
Uit Baudets wereld- en mensbeeld, ik wees er al eerder op, spreekt vooral angst, verstarring. Hij heeft de opvattingen van een jongen die de traditie hard nodig heeft voor het construeren van een identiteit. Verandering is eng en moet bezworen en bestreden worden. De opkomst van het conservatisme is een paniekaanval in slow motion.
Te grappig dat Baudet problemen heeft met economische, culturele en amoureuze gelukszoekers (‘open grenzen’), terwijl hij zich wel probeert op te trekken aan Engelse en Franse voorbeelden, hij in zijn laatste stukje een tweedeling eigen/vreemd presenteert die uit een Oud-Griekse context is gerukt en hij - blijkens een regeltje onderaan zijn afscheidscursiefje – voortaan al zijn tijd hard nodig heeft om met zijn schoenmaat 46 door Brazilië, China en India te gaan banjeren – dat laatste waarschijnlijk om straks met corporale lulverhalen z’n conservatieve luchtkastelen te kunnen schragen. Alleen arme mensen moeten blijven zitten waar ze zitten - anders krijgen ze misschien de kans om zich te ontwikkelen en zich uit te spreken. En wie weet waar dat eindigt, vrienden. Misschien leidt het wel tot veranderingen! Ik wil geen veranderingen! Ik wil het niet, ik wil het niet!
Exit Baudet – ik ben blij dat ‘we’ van hem af zijn. Zie je nou dat ‘verandering’ soms ‘verbetering’ betekent?
T.B. duikt vast wel weer eens op als columnist van De Telegraaf, als amateurmodel voor de Marie Claire, als lijsttrekker voor de Spruitjespartij of als interviewer van grote, integere denkers als Hans Wiegel en Frits Bolkestein – in ieder geval blijven we hem rustig volgen hier op de radar van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom.
Lees ook de column (getiteld Homo) die Bas Heijne afgelopen zaterdag in de NRC publiceerde.
Goedmakertje: een mooi, serieus gesprek met Herman Brusselmans.
Rede
Hedenmiddag. In de kantine het bedrijfsrestaurant van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom:
'Uit solidariteit met hen die door de cultuurbezuinigingen zijn getroffen - hoor: door hun medeburgers, want door wie zijn de bezuinigers gekozen? - heb ik besloten het vandaag sober te houden. Nieuwjaarswensen, goede voornemens en feestrede laten zich dit jaar combineren tot een concies: gelukkig 2013!
Dat was 'm.
Integraal.
Zometeen geeft Thomas voor diegenen die wat al te enthousiast met hun vuurwerk hebben gestunt nog een demonstratie negenvingerig typen. Maar nu eerst de traditionele wedstrijd oliebollen eten... en daarvoor wil ik Marieke naar voren vragen die even gaat laten zien hoe je met een oliebol in je linker- en een oliebol in je rechterwang een derde oliebol of appelflap wegwerkt. Marieke? Mag ik je vragen naar voren te komen?'
'Uit solidariteit met hen die door de cultuurbezuinigingen zijn getroffen - hoor: door hun medeburgers, want door wie zijn de bezuinigers gekozen? - heb ik besloten het vandaag sober te houden. Nieuwjaarswensen, goede voornemens en feestrede laten zich dit jaar combineren tot een concies: gelukkig 2013!
Dat was 'm.
Integraal.
Zometeen geeft Thomas voor diegenen die wat al te enthousiast met hun vuurwerk hebben gestunt nog een demonstratie negenvingerig typen. Maar nu eerst de traditionele wedstrijd oliebollen eten... en daarvoor wil ik Marieke naar voren vragen die even gaat laten zien hoe je met een oliebol in je linker- en een oliebol in je rechterwang een derde oliebol of appelflap wegwerkt. Marieke? Mag ik je vragen naar voren te komen?'
Charlatan
‘Ik heb heel vaak het gevoel dat ik een keer door de mand ga vallen. Weet je wat ik bedoel? Dat iedereen ziet dat ik veel dommer ben dan ik me voordoe. Bijna iedere dag voel ik me wel een keer een intellectuele bedrieger. Een charlatan. Heb jij dat ook? Herken je dat?’
‘Zeker weten. De eerste keer dat ik je zag maakte je meteen al een heel erg onbetrouwbare, onwaarachtige indruk op me.’
‘Nee, ik bedoel: heb jij – ’
‘Kom op, man… dat verhaal over de angst om door de mand te vallen zoals je het zo sleets uitdrukt heb ik al zo vaak gehoord dat jij het ook wel van iemand anders zal hebben. Je hebt het gewoon gepikt, gek. Zelfs je angsten zijn niet-authentiek. Vintage charlatanerie dat labiele gebabbel van jou.’
‘Tss.’
‘Hoor ik gebakken lucht ontsnappen of is dit het begin van een heuse tegenwerping?’
‘…’
‘En wat zie jij eigenlijk voor je als je de uitdrukking ‘door de mand vallen’ gebruikt? Niks, wedden? Omdat je geen verbeelding hebt. Omdat je oplicht.’
‘Zeker weten. De eerste keer dat ik je zag maakte je meteen al een heel erg onbetrouwbare, onwaarachtige indruk op me.’
‘Nee, ik bedoel: heb jij – ’
‘Kom op, man… dat verhaal over de angst om door de mand te vallen zoals je het zo sleets uitdrukt heb ik al zo vaak gehoord dat jij het ook wel van iemand anders zal hebben. Je hebt het gewoon gepikt, gek. Zelfs je angsten zijn niet-authentiek. Vintage charlatanerie dat labiele gebabbel van jou.’
‘Tss.’
‘Hoor ik gebakken lucht ontsnappen of is dit het begin van een heuse tegenwerping?’
‘…’
‘En wat zie jij eigenlijk voor je als je de uitdrukking ‘door de mand vallen’ gebruikt? Niks, wedden? Omdat je geen verbeelding hebt. Omdat je oplicht.’
Geheim
We zaten in Café Springhaver. Buiten haastten mannen en vrouwen zich door het grauwe daglicht. Ik staarde naar mijn glas verse muntthee. Net een kamerplant in een aquarium. Lente op sterk water. Ik dacht aan wiegend zeewier, aan zand, zee, zon en zomer – de aanvechting om op te staan om elders sprookjes te gaan vertellen was bijna onbedwingbaar. Aan de lichte, quasi terloopse toon waarop Tom mijn naam zei, voelde ik dat er iets ging komen dat hem al heel lang bezighield. (Dus: ‘Tyn?’).
‘Yo?’
‘Weet je wat wij ons afvroegen?’
‘Niet als je het me niet vertelt.’
‘Hè?’
‘En wie bedoel je met ‘wij’? Ben je godverdomme de Koninklijke Tom Tom geworden?’
‘…’
‘…’
‘Ik had ’t er laatst over met Teun en Marleen… over X… het viel ons gewoon op dat… nou ja, kom op: zij is véél knapper dan jij, ze is slimmer, ze verdient waarschijnlijk meer, ze is véél aardiger... oorspronkelijker… moediger… Als jullie ergens binnenkomen, kijkt iedereen meteen naar haar, niet naar jou. Geef toe.’
‘Wat is je vraag?’
‘Hoe kan dat nou?’
‘Wat?’
‘Waarom is ze met jou? Waarom met jóu?’
‘…’
‘Hoe doe je dat?’
‘Gewoon.’
‘Kom op. Je hebt er zelf ook weleens over nagedacht? Toch?’
‘Jawel.’
‘Hoe verklaar je het zelf dan?’
‘…’
‘Kom op. Wat is je geheim?’
‘Zal ik ’t zeggen?’
‘?’
‘Het is m’n gevoel voor humor.’
Hij schoot in de lach.
Meer geheimen: JANUARI WINTERNACHTEN DEN HAAG.
‘Yo?’
‘Weet je wat wij ons afvroegen?’
‘Niet als je het me niet vertelt.’
‘Hè?’
‘En wie bedoel je met ‘wij’? Ben je godverdomme de Koninklijke Tom Tom geworden?’
‘…’
‘…’
‘Ik had ’t er laatst over met Teun en Marleen… over X… het viel ons gewoon op dat… nou ja, kom op: zij is véél knapper dan jij, ze is slimmer, ze verdient waarschijnlijk meer, ze is véél aardiger... oorspronkelijker… moediger… Als jullie ergens binnenkomen, kijkt iedereen meteen naar haar, niet naar jou. Geef toe.’
‘Wat is je vraag?’
‘Hoe kan dat nou?’
‘Wat?’
‘Waarom is ze met jou? Waarom met jóu?’
‘…’
‘Hoe doe je dat?’
‘Gewoon.’
‘Kom op. Je hebt er zelf ook weleens over nagedacht? Toch?’
‘Jawel.’
‘Hoe verklaar je het zelf dan?’
‘…’
‘Kom op. Wat is je geheim?’
‘Zal ik ’t zeggen?’
‘?’
‘Het is m’n gevoel voor humor.’
Hij schoot in de lach.
Meer geheimen: JANUARI WINTERNACHTEN DEN HAAG.
Magisch denken
‘Nee joh. Laat liggen.’
‘Waarom?’
‘…’
‘Het is een bic. Hij is helemaal schoon. Vast uit een tas gevallen. Als dat geen teken is dat ik naar huis moet om weer lekker te gaan schrijven, dan weet ik ’t ook niet meer.’
‘Denk je?’
‘…’
‘Zie je dat blikje? Nee, daar, links… onder de afvalbak. Frisdrank. Beduidt dat niet eerder dat we nog ergens gezellig iets moeten gaan drinken?’
‘Leuk geprobeerd.’
‘Dank je.’
‘Ik ga naar huis.’
‘Werkze.’
‘Jij?’
‘Film.’
‘Enjoy.’
‘Schrijfze.’
‘Waarom?’
‘…’
‘Het is een bic. Hij is helemaal schoon. Vast uit een tas gevallen. Als dat geen teken is dat ik naar huis moet om weer lekker te gaan schrijven, dan weet ik ’t ook niet meer.’
‘Denk je?’
‘…’
‘Zie je dat blikje? Nee, daar, links… onder de afvalbak. Frisdrank. Beduidt dat niet eerder dat we nog ergens gezellig iets moeten gaan drinken?’
‘Leuk geprobeerd.’
‘Dank je.’
‘Ik ga naar huis.’
‘Werkze.’
‘Jij?’
‘Film.’
‘Enjoy.’
‘Schrijfze.’
De raad ’t = kwizzz
‘Gedrongen postuur, een behoorlijk rond gezicht en dan droeg ie een donkerblauwe, gebreide muts met omgeslagen rand die tot op z’n wenkbrauwen hing. Grijze snor. En dan zo’n… hoe noem je dat ook alweer dat je onderkaak zo naar voren staat?’
‘Een centenbak.’
‘Ja! En dan had ie dus zo’n centenbak.’
‘En wat is nou je vraag?’
‘Wat voor hond had ie bij zich?’
‘…’
‘Drie, twee, één.’
‘…’
‘Ik wil NU een antwoord.’
‘Een boxer.’
‘Goed!’
‘Haha.’
‘Hahahaha... Tien punten!’
‘Volgende vraag.’
‘Een centenbak.’
‘Ja! En dan had ie dus zo’n centenbak.’
‘En wat is nou je vraag?’
‘Wat voor hond had ie bij zich?’
‘…’
‘Drie, twee, één.’
‘…’
‘Ik wil NU een antwoord.’
‘Een boxer.’
‘Goed!’
‘Haha.’
‘Hahahaha... Tien punten!’
‘Volgende vraag.’
Het lekkere wijf – van kwart voor vijf
Het is afgelopen zomer uitgegroeid tot een ware traditie hier bij Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom. Om vier uur vierenveertig stormt iedereen zijn hokje uit – gangen door, trappen af/liften in… naar beneden, naar de kantine, ik bedoel: naar het bedrijfsrestaurant. De laatste lunchers zijn dan natuurlijk allang vertrokken, de koks en schoonmakers zitten samen uit te puffen (bakkie, peukje) en op de achtergrond klinkt De Grote Middagshow van Jeroen van Inkel en Patricia van Liemt. Om de één of andere reden hebben al mijn mensen de behoefte om gezamenlijk naar ‘Het lekkere wijf – van kwart voor vijf’ te luisteren, een rubriek die bestaat uit een telefoongesprekje met een mevrouw of juffrouw die het danmalige vandaag in het nieuws is of zou moeten zijn. Luister zelf maar een keer. Om een beetje bij te blijven ren ik altijd met iedereen mee om in de kantine naar HLWVKVV te luisteren. De beste aflevering tot op heden was die met de nummer 2 van het Christen-Democratisch Appèl – Mona Keijzer – die zich duidelijk niet op haar gemak voelde met de titel ‘lekker wijf’ – maar ja: campagnetijd, meespelen maar. Is het vrolijke interviewtje voorbij, dan praten Van Inkel en Van Liemt nog even na en zodra ze dan een hitsingle inzetten, klap ik in mijn handen met de bedoeling iedereen subtiel weer tot buffelen te manen. ‘Zo, dat was weer lachen.’ Maar de meesten slepen zich na HLWVKVV niet meer naar hun bureau. Ze blijven liever een beetje in het restaurant hangen – blikje uit de automaat, beetje kletsen, beetje flirten, bellers wegdrukken, morgen is er weer een dag.
Betoogje: ik vind ook dat commerciële radiostations veel auditieve milieuvervuiling veroorzaken. Toch is het heus geinig Schopenhauer te lezen terwijl diens wereldbeeld op de achtergrond wordt ingekleurd door een weeklagende Trijntje – ' I didn’t see it coming, baby' – Oosterhuis. Bovendien is Jeroen van Inkel weliswaar commercieel, conservatief en sentimenteel, hij is ook slim, oorspronkelijk en snel associërend; de diskjockey heeft een groter en waarachtiger empatisch vermogen dan de gemiddelde niet-diskjockey.
‘Heel herkenbaar stukkie! Ik denk soms bij mezelf: godverdomme, Sjaak, het kostte bloed zweet en tranen om dit bedrijf met je eigen poten op te bouwen, maar je hebt ’r een lesje menselijk gedrag bijgekregen waarvoor een ander een complete bibliotheek psychologie bij elkaar zou moeten studeren. Hè? Dat is toch zo? Je leert met een eigen toko meer mensenkennis dan iemand die z’n hele leven met vragenlijsten langs de deuren loopt. Is gewoon zo. Punt.’
Topinamboer
Terwijl ik vers opgedolven aardperen schoonspoelde onder het kraantje naast de sloot, dacht ik aan Johan Simons' regie van Aischylos'Oresteia (b.c.457) die ik een jaar of zes geleden zag. Van de marathonvoorstelling herinner ik me veel leem, een sterke Bokma, een indrukwekkende en mooie Heebink en ook, (ahum) vooral, de sublieme topinamboersoep die in één van de pauze's werd geserveerd. Inmiddels kan ik die topinamboersoep zelf ook maken (het zit 'm in de sjalotjes en de bleekselderij). En jij kan het ook. Ook zonder tuin, want aardperen kun je gewoon bij de natuurwinkel kopen. Volg dit recept en culinair geluk wordt jouw deel.
'Tyn?'
'Vragen?'
'Opmerkingen. Ik vind het een beetje een saai stukje geworden, eerlijk gezegd. Die natuurlyriek vind ik wel leuk, je schrijft altijd fijn over je tuin en over planten en bloemen enzo, maar alles bij elkaar vind ik dit stukje zo… ik weet niet… geremd. Correct.’
‘Dat neem je terug, klootzak!’
‘Hahaha! Dat is al beter.’
‘Ha,ha!’
‘…’
‘Zal ik ’t opnieuw doen, maar dan als TV-kok?’
‘Je kunt ’t proberen.’
‘Begin maar.’
‘Nou, Tyn… wat ga je vandaag voor ons koken? Die rare aardappels die je hier hebt liggen beloven alvast weinig goeds… het lijken wel mislukte oliebollen met al die griezelige uitsteeksels.’
‘Dit zijn topinamboers. Uit eigen tuin.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha!’
‘Tik ‘m aan!’
'...'
[ high five: kats! ]
‘Topinamboer dus. Wat ga je d’r mee doen? Ze zijn vast niet bedoeld om aan fraaie linten in je woonkamer op te hangen?’
‘Haha!, neeee! We gaan ze opeten.’
‘Opeten? Dat komt goed uit in een kookprogramma, hahaha!’
‘We gaan er soep van maken. Topinamboersoep. Kijk, hier heb ik alle ingrediënten klaargelegd… die flikkeren we zo… huppakee in een grote pan en klaar is je soep! Hier proef maar.’
‘Dat doe je snel!’
‘Ik had het al een beetje voorbereid.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha,ha! Proef maar.’
‘Haha! Lekker zeg! Mmm! Dat smaakt goed.’
‘…’
‘Tyn?’
‘Mmm?’
‘Dit is TÓPinamboersoep. Hahahaha!’
‘Hahahahahahahahahahahaha!’
‘Wat kun je eigenlijk goed koken. Daar zou je iets mee moeten doen, haha. Zou je geen TV-kok willen worden? Hahahaha!’
‘Haha, goed idee, hahaha. En wat kan jij eigenlijk goed kletsen! Zou je geen sidekick willen worden? Hahahaha.’
‘Sidekick? Hoe kom je op het idee? Hahahaha.’
‘Tik ‘m aan!’
[ high five: kats! ]
[ por ]
‘Is dit trouwens een speciale horecakeuken?’
‘Nee hoor, dit is gewoon een huis-, tuin en keukenkeuken.’
‘Dus Badr Hari mag hier wel een broodje komen happen?’
‘Van mij wel, haha.’
‘Hahahaha!’
‘En als ik zou zeggen dat ie ’t niet zou mogen zou ie ’t ook doen, denk ik haha.’
‘Hahahaha!’
‘…’
‘Ik had ’m vanmortgen nog aan de telefoon.’
‘Badr Hari? Serieus?’
‘Ja. Ik zeg: hoe is het? Hij zegt: alive and, vooral, kicking.’
‘Haha!’
‘Hahahaha!’
‘Tik ‘m aan ouwe!’
[ high five: kats! ]
‘Nou die Estelle Gullit-Cruijff is in ieder geval consequent: ze valt stelselmatig op mannen die goed kunnen trappen.’
‘Eerst topscoorder Ruud Gullit en nu die Battle Harder.’
‘Haha!’
‘Hahahaha!’
‘En cut! Het staat erop, jongens. Goed gedaan. Flikker die soep maar weg, we hebben pizza’s besteld.’
‘Ging goed.’
‘Ja, ging lekker.’
‘Lekker, haha! Toepasselijk in een kookprogramma. Hahahaha!’
‘Hahahahaha!
‘We zijn gewoon echt grappig samen, misschien moeten we volgend jaar het boekenbal openen?’
‘Een tennisballenkanon met negerzoenen vullen, loop op de zaal richten en dan al die bleekscheten vol in hun bek blaffen.’
‘En met scherp schieten op het tuig van concernuitgeverijen.’
‘…’
‘Grapje!’
‘O, gelukkig… Ha,ha.’
‘Ha,ha,ha,ha!’
‘Hahahahahahaha!’
'Tyn?'
'Vragen?'
'Opmerkingen. Ik vind het een beetje een saai stukje geworden, eerlijk gezegd. Die natuurlyriek vind ik wel leuk, je schrijft altijd fijn over je tuin en over planten en bloemen enzo, maar alles bij elkaar vind ik dit stukje zo… ik weet niet… geremd. Correct.’
‘Dat neem je terug, klootzak!’
‘Hahaha! Dat is al beter.’
‘Ha,ha!’
‘…’
‘Zal ik ’t opnieuw doen, maar dan als TV-kok?’
‘Je kunt ’t proberen.’
‘Begin maar.’
‘Nou, Tyn… wat ga je vandaag voor ons koken? Die rare aardappels die je hier hebt liggen beloven alvast weinig goeds… het lijken wel mislukte oliebollen met al die griezelige uitsteeksels.’
‘Dit zijn topinamboers. Uit eigen tuin.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha!’
‘Tik ‘m aan!’
'...'
[ high five: kats! ]
‘Topinamboer dus. Wat ga je d’r mee doen? Ze zijn vast niet bedoeld om aan fraaie linten in je woonkamer op te hangen?’
‘Haha!, neeee! We gaan ze opeten.’
‘Opeten? Dat komt goed uit in een kookprogramma, hahaha!’
‘We gaan er soep van maken. Topinamboersoep. Kijk, hier heb ik alle ingrediënten klaargelegd… die flikkeren we zo… huppakee in een grote pan en klaar is je soep! Hier proef maar.’
‘Dat doe je snel!’
‘Ik had het al een beetje voorbereid.’
‘Ha,ha!’
‘Ha,ha,ha,ha! Proef maar.’
‘Haha! Lekker zeg! Mmm! Dat smaakt goed.’
‘…’
‘Tyn?’
‘Mmm?’
‘Dit is TÓPinamboersoep. Hahahaha!’
‘Hahahahahahahahahahahaha!’
‘Wat kun je eigenlijk goed koken. Daar zou je iets mee moeten doen, haha. Zou je geen TV-kok willen worden? Hahahaha!’
‘Haha, goed idee, hahaha. En wat kan jij eigenlijk goed kletsen! Zou je geen sidekick willen worden? Hahahaha.’
‘Sidekick? Hoe kom je op het idee? Hahahaha.’
‘Tik ‘m aan!’
[ high five: kats! ]
[ por ]
‘Is dit trouwens een speciale horecakeuken?’
‘Nee hoor, dit is gewoon een huis-, tuin en keukenkeuken.’
‘Dus Badr Hari mag hier wel een broodje komen happen?’
‘Van mij wel, haha.’
‘Hahahaha!’
‘En als ik zou zeggen dat ie ’t niet zou mogen zou ie ’t ook doen, denk ik haha.’
‘Hahahaha!’
‘…’
‘Ik had ’m vanmortgen nog aan de telefoon.’
‘Badr Hari? Serieus?’
‘Ja. Ik zeg: hoe is het? Hij zegt: alive and, vooral, kicking.’
‘Haha!’
‘Hahahaha!’
‘Tik ‘m aan ouwe!’
[ high five: kats! ]
‘Nou die Estelle Gullit-Cruijff is in ieder geval consequent: ze valt stelselmatig op mannen die goed kunnen trappen.’
‘Eerst topscoorder Ruud Gullit en nu die Battle Harder.’
‘Haha!’
‘Hahahaha!’
‘En cut! Het staat erop, jongens. Goed gedaan. Flikker die soep maar weg, we hebben pizza’s besteld.’
‘Ging goed.’
‘Ja, ging lekker.’
‘Lekker, haha! Toepasselijk in een kookprogramma. Hahahaha!’
‘Hahahahaha!
‘We zijn gewoon echt grappig samen, misschien moeten we volgend jaar het boekenbal openen?’
‘Een tennisballenkanon met negerzoenen vullen, loop op de zaal richten en dan al die bleekscheten vol in hun bek blaffen.’
‘En met scherp schieten op het tuig van concernuitgeverijen.’
‘…’
‘Grapje!’
‘O, gelukkig… Ha,ha.’
‘Ha,ha,ha,ha!’
‘Hahahahahahaha!’
Performatief afficheren
‘Maar het komt toch niet door brand dat ie zo hangt?’
‘Mijn theorie is dat bord en/of paal zijn geraakt, geschampt misschien, door een brandweerwagen die was uitgerukt om ergens een bosbrand te blussen.’
‘Jouw foto?’
‘Alle teksten en foto’s die ik hier publiceer zijn van mij. Tenzij anders vermeld.’
‘Hij is te donker.’
‘Wat staat er op dat bord?’
‘Pericolo!’
‘Weet je wat dat betekent?’
‘Dat ik er beter aan zou doen me iets te matigen met betrekking tot het plaatsen van kritische opmerkingen aangaande de inhoud en 'de vorm van de inhoud' van jouw blogje.’
‘Mijn theorie is dat bord en/of paal zijn geraakt, geschampt misschien, door een brandweerwagen die was uitgerukt om ergens een bosbrand te blussen.’
‘Jouw foto?’
‘Alle teksten en foto’s die ik hier publiceer zijn van mij. Tenzij anders vermeld.’
‘Hij is te donker.’
‘Wat staat er op dat bord?’
‘Pericolo!’
‘Weet je wat dat betekent?’
‘Dat ik er beter aan zou doen me iets te matigen met betrekking tot het plaatsen van kritische opmerkingen aangaande de inhoud en 'de vorm van de inhoud' van jouw blogje.’
This is love
Over popmuziek kun je lullen wat je wilt, maar als ik Will I Am & Eva Simons op de autoradio hoor, dan trap ik het graspedaal zo diep in dat mijn voorwielen van de grond komen. Blazen maar. Het hart kent geen maximumsnelheid.
Luister zelf maar hoe gruizig Will, op 0.30, de tweede helft van het woord 'inside' zingt (blues, soul) - en even later, op 0.39, idem met de tweede lettergreep van 'tonight'.
Morgen: Tony Kaye's Detachment (2011) en François Ozon's Dans la maison (2012).
'Kan helemaal niet.'
'Wat niet?'
'Dat van die voorwielen: die bak van jou heeft gewoon voorwielaandrijving.'
'Prima... maak er dan maar van: gaspedaal zo diep in dat mijn neus de binnenkant van de vooruit raakt. Of zoiets.'
'...'
'Het gaat om het idee, snap je?'
'Welk idee?'
Luister zelf maar hoe gruizig Will, op 0.30, de tweede helft van het woord 'inside' zingt (blues, soul) - en even later, op 0.39, idem met de tweede lettergreep van 'tonight'.
Morgen: Tony Kaye's Detachment (2011) en François Ozon's Dans la maison (2012).
'Kan helemaal niet.'
'Wat niet?'
'Dat van die voorwielen: die bak van jou heeft gewoon voorwielaandrijving.'
'Prima... maak er dan maar van: gaspedaal zo diep in dat mijn neus de binnenkant van de vooruit raakt. Of zoiets.'
'...'
'Het gaat om het idee, snap je?'
'Welk idee?'
Raamvertelling
‘Hoe gaat het met je nieuwe boek?’
‘Goed.’
‘Waar gaat het over?’
‘We volgen een glazenwasser die op een herfstige vrijdagochtend overal in de stad ramen gaat zemen. Op die manier worden we deelgenoot van allerlei levens, alsof we zelf op de ladder staan en overal naar binnen kijken. Ieder hoofdstuk gaat over een ander milieu.’
‘Heb je al een werktitel?’
‘Dit zijn de ramen.’
‘Goed.’
‘Waar gaat het over?’
‘We volgen een glazenwasser die op een herfstige vrijdagochtend overal in de stad ramen gaat zemen. Op die manier worden we deelgenoot van allerlei levens, alsof we zelf op de ladder staan en overal naar binnen kijken. Ieder hoofdstuk gaat over een ander milieu.’
‘Heb je al een werktitel?’
‘Dit zijn de ramen.’