Posts tonen met het label zomergasten 2039. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zomergasten 2039. Alle posts tonen
'Can organic feed the world?' - Michael Pollan versus Louise O. Fresco
Leuk filmpje – special feature: de tractor tussen 1.m40s en 1.m50s. Alsmede de zon van maïs.
Those who run seem to have all the fun - goede raad van de Baardstaart
Met Joyce, één van mijn medewerksters, had ik het vanmorgen over de komende wereldtour van Madonna. Joyce, zelf nadert ze de vijftig, vond dat MDNA (1958) na Music (2000) wel zo'n beetje met optreden had mogen stoppen. 'Het is toch geen gezicht, zo'n oude vrouw op het podium,' zei ze.
Wat hebben vrouwen toch tegen vrouwen?
Of roepen mannen die de standaard wat naar boven bijstellen evenveel weerstand op?
Wij van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom zijn tótáál vóór Madonna.
Goede raad van de Baardstaart: Tu dois toujours danser, il faut danser.
Wat hebben vrouwen toch tegen vrouwen?
Of roepen mannen die de standaard wat naar boven bijstellen evenveel weerstand op?
Wij van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom zijn tótáál vóór Madonna.
Goede raad van de Baardstaart: Tu dois toujours danser, il faut danser.
De balans (I/III)
‘Marginalisering van kwaliteit lijkt me wel het laatste waar critici aan mee zouden moeten werken. Dat hoeven ze ook niet te doen: de markt kan dat prima zelf,’ schrijft Jeroen Mettes op pagina 168 van Weer- standsbeleid.Volgens de lezers van De Volkskrant is The King's Speech de beste film van 2011.
Volgens de lezers van De Volkskrant is The King's Speech de beste film van 2011.
Volgens de lezers van De Volkskrant is The King's Speech de beste film van 2011.
Ik ga deze post bekopen met weken van intense zelfhaat, maar voor het algemeen belang onderdruk ik voor één keer mijn minachting voor lijstjes en ben ik zelfs zo crypto-fascistisch om mijn selectie te rangordenen.
Want eerlijk gezegd: ook de lijstjes van de VK-beroepskijkers zijn een tikje vervreemdend.
‘Wat zijn dan de beste films van 2011?’
‘Komen ze.’
'...'
'...'
‘Wou je nog wat zeggen?’
‘Eh, ja: de nummers negen en tien zijn eigenlijk gewoon vulsel.’
De beste films van 2011 volgens directie en medewerkers van Martijn Knol Punt En El slash Martijn Knol Punt Blogspot Punt Kom:
10)L’arnacoeur.
9) La vida de los peces.
8) Women are heroes.
7) Drone.
6)Kyteman, now what?.
5) The Turin Horse, Béla Tarr.
4)Melancholia.
3) The tree of life.
2) Somewhere (‘zomerweer,’suggereert de spellingscontrole - nou, graag!).
1) Le gamin au vélo.
Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Tegensputteren uitsluitend via: spam [ apenstaartje ] martijn knol punt en el.
‘Een verrassende winnaar.’
‘Ja, dat vind ik zelf ook. Eigenlijk leveren films met kinderverdriet altijd kitsch op. Een kind is voor auteurscinema wat een mooie vrouw voor Hollywooddrama is… en als je in beide filmleagues wilt meespelen dan cast je kinderen én een mooie vrouw.’
‘Zoals Terrence Malick doet in Tree of life?’
‘Precies.’
‘Waarom Le gamin?’
‘Omdat het de beste film is die ik in 2011 heb gezien.’
‘?’
‘Er zitten mindere scènes in… de verhaallijn van dat boefje dat een slechte invloed heeft op protagonist Cyril is naar mijn smaak niet helemaal goed gedaan, te veel naar Amerikaanse studio-snit, maar het soortelijk gewicht van de beste scènes is zo verschrikkelijk hoog. Wat ik vooral zo knap vind van de regisseurs (Jean-Pierre en Luc Dardenne) is dat ze erin slagen geluk te filmen zonder het in kitsch te veranderen.’
‘Be specific.’
‘Eerst het ongeluk... De wachtkamerscène… het jongetje, Cyril, Thomas Doret, is op bezoek in het appartementencomplex waar zijn vader vroeger woonde... terwijl hij door de gangen rent wordt hij achtervolgd door een bewaker van het opvangtehuis waar hij (Cyril) is ondergebracht en uit is ontsnapt omdat hij bij zijn vader wil zijn… als hij op zijn vlucht een wachtkamer induikt op de benedenverdieping van het complex, klampt hij zich met dierlijke honger vast aan Samantha (Cecile de France), de kapster die daar op een stoel zit te wachten en Cyril later zal adopteren.’
‘Klinkt tamelijk gewoon.’
‘Ja, dat is dus zo goed. Als je niet oplet zou het je zomaar kunnen ontgaan dat je naar een meesterwerk zit te kijken. En dat Cyril op Samantha's pad komt terwijl zij in de wachtkamer zit is natuurlijk ook geen toeval, en dat Cyril en Samantha elkaar 'beter' maken ook niet. De twee andere grootmeestersequenties vind je net voor de wat mindere slotscène, dat zijn de fietssequentie die je op de filmposter ziet en de aansluitende picknick.'
‘Leg uit.’
'Samantha en Cyril fietsen over een weg van kinderhoofdjes (de steentjes bedoel ik, niet dat de film hier opeens moduleert tot horror of surrealiteit) en tijdens hun tocht stoppen ze even om van fiets te ruilen en dat - je in elkaars positie verplaatsen, opgroeien - is een beeldschone, subtiele inleiding op wat we in de volgende scène te zien krijgen. In die aansluitende scène zien we namelijk een kleine picknick waarbij Samantha en Cyril het over een BBQ hebben waar ook een vriendje van Cyril en nog een leeftijdgenootje bij zullen zijn. Cyril vraagt dan in ernst aan Samantha of ze ook iemand moeten uitnodigen voor haar.’
‘Ik heb Le gamin nog niet gezien, dat ga ik dit weekeinde zeker doen. Maar als ik hem nou niet goed vind?’
‘Smaken verschillen.’
In het kader van het cultureel ondernemerschap nederlands schrijftalent wordt deze blogpost nu kort onderbroken voor een reclameboodschap die is toegesneden op uw interessegebied:
Tabula rasa b.v. en Schone Lei Producties wensen u een beeldschoon 2012.
Ook in dit nieuwe jaar zijn wij uw betrouwbare partner in poster-communicatie!
Einde van de reclameboodschap in het kader van het cultureel ondernemerschap nederlands schrijftalent.
Wat Le gamin beweert: geen groter geluk dan een gevoel van veiligheid en vertrouwen. En wie dat kwijt is kan het terugvinden. Hoewel Le gamin au vélo geen onoplosbare morele of psychologische verwarring oproept, en ondanks de protagonist: een kind, is het toch echt een film voor volwassenen.
Moreel gezien zijn de extradiëgetische dilemma’s hier veel interessanter (extradiëgetisch niet in de literatuurwetenschappelijke betekenis, ik bedoel: buiten de vertelling gelegen): is het eigenlijk oké om een kind te casten? In een gesprek met Coen van Zwol (NRC, 21/07/2011) zeiden de regisseurs over hun hoofdrolspeler: ‘Thomas is wonderbaarlijk geconcentreerd, serieus en vastberaden voor een jongen van zijn leeftijd. Hij realiseerde zich heel goed dat het succes van deze film op zijn schouders lag, maar leed daar niet onder.’
Hij leed er niet onder.
Fijn.
Maar zou de realisering dat ‘het succes van deze film op zijn schouders lag’ misschien verklaren waarom hij zo ‘geconcentreerd, serieus en vastberaden’ was ‘voor een jongen van zijn leeftijd’?
Maar hé: het doel heiligt de middelen.
Ook een interessante 'extradiëgetische' kwestie: al die prettige, beschaafde toeschouwers die samen betrokken naar de gebeurtenissen op het doek kijken, fietsen op weg naar de bios en later, na bij een witte wijn nog wat gepraat te hebben over de film en over knusse ditjes en datjes, met een grote boog om de probleemwijken heen terug naar huis. Hoe groot is het effect van films als Le gamin eigenlijk? Is fictionaliseren hier het agenderen van misstanden en leed of verplaats je die door er film van te maken vooral naar een ander ontologisch niveau? Het sprookje van de armoede. Het sprookje van de verwaarlozing. Het sprookje van de onderdrukking.
Maar laat ik mijn eigen feestje niet verkloten: Le gamin au vélo is de beste film van 2011.
Coming soon: balans II, balans III.
Affiche 'Le gamin au vélo': wikipedia.
Somsing's rong
Sinds Woody Allen's Midnight in Paris weten we hoe ontzettend romantisch de Franse hoofdstad kan zijn. Als je er maar oog voor hebt! Toch lijkt het me nuttig de weergaloze lichtstad in het hart van Europa en een van haar bezienswaardigheden - te weten de Eiffeltoren (voor Parijzenaars en francofielen een begrip, laat tijdens een gesprek nonchalant het begrip la tour Eiffel maar eens vallen en vele glimlachen van herkenning zullen je deel zijn) - hier nog eens onder de aandacht te brengen via het filmpje Une journée à Paris.
Sorry, dit is een beetje flauw.
Even opnieuw:
Toen ik een tijdje geleden over ballonen schreef (hier en hier) wist ik dat ik in het voorjaar van 2009 een commercial had gezien die ook een beetje met Le ballon rouge speelde. Vandaag schoot de herinnering omhoog, als een ballon voor mijn part. Het is een promotiefilmpje van Van Cleef & Arpels dat destijds, volgens mij, alleen op internet te zien was. Daarom ook duurt het een volle minuut.
Eerst kijken, dan praten, dan nog een keer kijken.
Oké?
Gaan we. Eerst kijken:
Er is een hoop in dit filmpje waarover we het niet hoeven hebben: het lachwekkend lelijke sierraad waarmee het besluit, het slechte acteer- & regisseerwerk, überhaupt de keuze voor modellen in plaats van voor acteurs, de wat goedkope, kale chic waarmee het filmpje is geproduceerd, de houterige choreografie/mise-en-scène, de 'betekenisvolle' ballonnen die er in bijna ieder shot bij zijn geduwd. En de kussende etalagepopachtige zombies aan het eind laten we ook beter onbesproken (evenals het koude gebrek aan chemie tussen die twee... hun lippen vriezen nog net niet aan elkaar, maar verder denk je alleen maar: verstandshuwelijk!, verstandshuwelijk!, verstandshuwelijk!... zij valt eigenlijk op ruige buitenmannen en die jongen is nog helemaal niet toe aan een vriendinnetje, die is nog veel te druk met zijn andere hobby's (zoals het uitzoeken en omknopen van sjaaltjes)).
Wel heel interessant is het camerastandpunt: steeds op grote afstand van de protagonisten, vooral voor een commercial. Dat is bewust: we moeten ons identificeren met de leefstijl van de personages, niet met hun individuele gevoelens en verlangens.
De camera beweegt maar in een paar shots en des te beter, want in een minuut krijgen we 23 knips en, aan het eind, een overvloeier te verwerken. De allereerste instelling, de kus en het staren naar die bekende toren zijn met steeds 6 seconden per instelling het langst (respectievelijk 0.00–0.06, 0.46-0.52 en 0.53-0.59).
Nog interessanter: het camerastandpunt begint van boven de hoofdrolspelertjes, waardoor dit filmpje een terugblikgevoel krijgt, bijna van een uitgetreden geest, een overleden volwassene die zijn leven nog één keer voorbij ziet komen of als geest zijn of haar eigen verleden bezoekt, maar hoe dan ook iets van een reminiscentie. Alleen al de manier waarop de jongen en het meisje in het openingsshot vanuit de schaduw het licht in lopen geeft de sensatie met een opgeroepen herinnering te maken te hebben. Let daarbij vooral op de ballonnen: op 0.04 sec, als de tros in de volle zon komt, strijkt het licht er zo snel overheen dat het net is of er in de ballonnen lampjes aangaan.
Terzijde: zie de kale bomen, het keiharde licht en de lange schaduwen! Jammer voor Van Cleef & Arpels. Die zomercommercial hadden ze een half jaar eerder moeten opnemen, maar toen had iedereen vast nog allerlei andere dingen (projecten, deadlines) aan zijn (m/v) hoofd. Deze spot had je echt in de zomer moeten maken. Desnoods in de herfst. Dat deed Dior beter.
Na lang overleg waren we - of: was ik om de conventionele opvattingen over identiteit, karakter en persoonlijkheid aan te houden - eruit dat dit een slecht filmpje is dat we desondanks goed vinden. Hoe komt dat?
Het filmpje wordt gered door het onderliggende idee: dat iedereen is voorbestemd zijn oudere zelf te worden. Dat je je hele leven verandert en tegelijk dezelfde blijft - die verwarrende, universele metamorfose is hier gecomprimeerd en tegelijk verhalend uitgedrukt. Het kind dat wij waren blijft ons altijd voor de voeten lopen, zoals we als kind soms al het gevoel hadden te worden gecommandeerd door de volwassene die we geworden zijn. De kracht van deze minuut is daarmee dus ook de spanning tussen het relatief onvergankelijke (gebouwen, conservatieve mode, wereldsteden, onveranderlijke menselijke verlangens) en de sterfelijkheid van het individu.
Het beste moment: het meisje dat de jonge vrouw die zij zelf geworden is passeert. Allebei in regenjas, allebei in panty, maar het meisje op platte schoenen, de vrouw op hakken. Een mooi, bijna huiveringwekkend moment. In deze sequentie wordt wel goed gespeeld, vooral door de aarzeling die uit de lichaamstaal van beiden spreekt. Wil ik jou wel worden? Wil ik jou wel geweest zijn? Kun je je voorstellen dat ik ooit jou was? Kun jij je voorstellen dat je op weg bent mij te zijn? Dacht jij dat ik jóu wilde worden? Dramatisch: de regie volgt de jonge vrouw, voor het meisje zijn the fifteen seconds of fame voorbij.
Nou ja, kijk zelf nog maar een keer:
Nu valt me opeens op dat de wat oubollige beeldtaal (bleke kleuren, statische cameravoering) wordt opgepept door de lekkere soundtrack. Waarom is het nummer van The chase (uit Marseille) geen megahit geworden? Kampvuurgitaartje, handengeklap (sixties! kinderliedjes!), het ruisen van de maracas, een achter de schuiven vervormd kopstemmetje. Dat elektronische orgel dat aan het einde van het lied bijna als een accordeon klinkt. Heerlijk ook dat Franse accent waarmee de lyrics worden vertolkt: eh, woet joe belief sat somsing is rong zat it koeld bie reiht?. En wat mooi en griezelig en mooi griezelig aan dat liedje is: vanaf 0.31 komt de tweede stem erbij, alleen het is geen achtergrondzangeres of koortje die/dat meezingt, nee het is een opgenomen en elektronisch bewerkte afsplitsing van de leadzangeres, akoestisch gebeurt dus hetzelfde als visueel: zoals kind/puber en puber/jongvolwassene steeds samen in beeld verschijnen, zo is ook het zingen een gespleten eenheid. Somsing's rong en daardoor wordt een diepere waarheid uitgedrukt.
Nog één keer kijken dan. Of liever: luisteren.
'Wat wilde je vragen?'
'Waarom geef je zo af op die acteurs? Jij lijkt wel een beetje op die gozer. Met je grote neus en je glimlachjes.'
'En bedankt.'
'Wie kaatst kan de bal verwachten, gozer.'
'Heb jij mij ooit op een heldere dag met een zwarte paraplu zien rondlopen?'
'Daar gaat het niet om.'
P.S. Vanaf het moment dat het jongetje het meisje aanraakt lijkt alles gepredestineerd. Iedere Freudiaan ziet dat er wel eerst twee blauwe ballonnen moeten rijpen voordat de romance werkelijk kan opbloeien. En dat allemaal tegen de achtergrond van het grootste fallussymbool van Frankrijk (kom op: aan het einde van het filmpje staan die twee gewoon zwijmelend naar een roestvrijstalen erectie te staren). Over de betekenis van dat petje en die paraplu mag in groepsverband worden doorgeassocieerd. Maar wie bloost moet drankjes halen.
P.P.S. Voor de echte kijknerds: op 0.02 tot 0.05 zie je in de linkerpoot van de toren een toeristenlift zakken.
Sorry, dit is een beetje flauw.
Even opnieuw:
Toen ik een tijdje geleden over ballonen schreef (hier en hier) wist ik dat ik in het voorjaar van 2009 een commercial had gezien die ook een beetje met Le ballon rouge speelde. Vandaag schoot de herinnering omhoog, als een ballon voor mijn part. Het is een promotiefilmpje van Van Cleef & Arpels dat destijds, volgens mij, alleen op internet te zien was. Daarom ook duurt het een volle minuut.
Eerst kijken, dan praten, dan nog een keer kijken.
Oké?
Gaan we. Eerst kijken:
Er is een hoop in dit filmpje waarover we het niet hoeven hebben: het lachwekkend lelijke sierraad waarmee het besluit, het slechte acteer- & regisseerwerk, überhaupt de keuze voor modellen in plaats van voor acteurs, de wat goedkope, kale chic waarmee het filmpje is geproduceerd, de houterige choreografie/mise-en-scène, de 'betekenisvolle' ballonnen die er in bijna ieder shot bij zijn geduwd. En de kussende etalagepopachtige zombies aan het eind laten we ook beter onbesproken (evenals het koude gebrek aan chemie tussen die twee... hun lippen vriezen nog net niet aan elkaar, maar verder denk je alleen maar: verstandshuwelijk!, verstandshuwelijk!, verstandshuwelijk!... zij valt eigenlijk op ruige buitenmannen en die jongen is nog helemaal niet toe aan een vriendinnetje, die is nog veel te druk met zijn andere hobby's (zoals het uitzoeken en omknopen van sjaaltjes)).
Wel heel interessant is het camerastandpunt: steeds op grote afstand van de protagonisten, vooral voor een commercial. Dat is bewust: we moeten ons identificeren met de leefstijl van de personages, niet met hun individuele gevoelens en verlangens.
De camera beweegt maar in een paar shots en des te beter, want in een minuut krijgen we 23 knips en, aan het eind, een overvloeier te verwerken. De allereerste instelling, de kus en het staren naar die bekende toren zijn met steeds 6 seconden per instelling het langst (respectievelijk 0.00–0.06, 0.46-0.52 en 0.53-0.59).
Nog interessanter: het camerastandpunt begint van boven de hoofdrolspelertjes, waardoor dit filmpje een terugblikgevoel krijgt, bijna van een uitgetreden geest, een overleden volwassene die zijn leven nog één keer voorbij ziet komen of als geest zijn of haar eigen verleden bezoekt, maar hoe dan ook iets van een reminiscentie. Alleen al de manier waarop de jongen en het meisje in het openingsshot vanuit de schaduw het licht in lopen geeft de sensatie met een opgeroepen herinnering te maken te hebben. Let daarbij vooral op de ballonnen: op 0.04 sec, als de tros in de volle zon komt, strijkt het licht er zo snel overheen dat het net is of er in de ballonnen lampjes aangaan.
Terzijde: zie de kale bomen, het keiharde licht en de lange schaduwen! Jammer voor Van Cleef & Arpels. Die zomercommercial hadden ze een half jaar eerder moeten opnemen, maar toen had iedereen vast nog allerlei andere dingen (projecten, deadlines) aan zijn (m/v) hoofd. Deze spot had je echt in de zomer moeten maken. Desnoods in de herfst. Dat deed Dior beter.
Na lang overleg waren we - of: was ik om de conventionele opvattingen over identiteit, karakter en persoonlijkheid aan te houden - eruit dat dit een slecht filmpje is dat we desondanks goed vinden. Hoe komt dat?
Het filmpje wordt gered door het onderliggende idee: dat iedereen is voorbestemd zijn oudere zelf te worden. Dat je je hele leven verandert en tegelijk dezelfde blijft - die verwarrende, universele metamorfose is hier gecomprimeerd en tegelijk verhalend uitgedrukt. Het kind dat wij waren blijft ons altijd voor de voeten lopen, zoals we als kind soms al het gevoel hadden te worden gecommandeerd door de volwassene die we geworden zijn. De kracht van deze minuut is daarmee dus ook de spanning tussen het relatief onvergankelijke (gebouwen, conservatieve mode, wereldsteden, onveranderlijke menselijke verlangens) en de sterfelijkheid van het individu.
Het beste moment: het meisje dat de jonge vrouw die zij zelf geworden is passeert. Allebei in regenjas, allebei in panty, maar het meisje op platte schoenen, de vrouw op hakken. Een mooi, bijna huiveringwekkend moment. In deze sequentie wordt wel goed gespeeld, vooral door de aarzeling die uit de lichaamstaal van beiden spreekt. Wil ik jou wel worden? Wil ik jou wel geweest zijn? Kun je je voorstellen dat ik ooit jou was? Kun jij je voorstellen dat je op weg bent mij te zijn? Dacht jij dat ik jóu wilde worden? Dramatisch: de regie volgt de jonge vrouw, voor het meisje zijn the fifteen seconds of fame voorbij.
Nou ja, kijk zelf nog maar een keer:
Nu valt me opeens op dat de wat oubollige beeldtaal (bleke kleuren, statische cameravoering) wordt opgepept door de lekkere soundtrack. Waarom is het nummer van The chase (uit Marseille) geen megahit geworden? Kampvuurgitaartje, handengeklap (sixties! kinderliedjes!), het ruisen van de maracas, een achter de schuiven vervormd kopstemmetje. Dat elektronische orgel dat aan het einde van het lied bijna als een accordeon klinkt. Heerlijk ook dat Franse accent waarmee de lyrics worden vertolkt: eh, woet joe belief sat somsing is rong zat it koeld bie reiht?. En wat mooi en griezelig en mooi griezelig aan dat liedje is: vanaf 0.31 komt de tweede stem erbij, alleen het is geen achtergrondzangeres of koortje die/dat meezingt, nee het is een opgenomen en elektronisch bewerkte afsplitsing van de leadzangeres, akoestisch gebeurt dus hetzelfde als visueel: zoals kind/puber en puber/jongvolwassene steeds samen in beeld verschijnen, zo is ook het zingen een gespleten eenheid. Somsing's rong en daardoor wordt een diepere waarheid uitgedrukt.
Nog één keer kijken dan. Of liever: luisteren.
'Wat wilde je vragen?'
'Waarom geef je zo af op die acteurs? Jij lijkt wel een beetje op die gozer. Met je grote neus en je glimlachjes.'
'En bedankt.'
'Wie kaatst kan de bal verwachten, gozer.'
'Heb jij mij ooit op een heldere dag met een zwarte paraplu zien rondlopen?'
'Daar gaat het niet om.'
P.S. Vanaf het moment dat het jongetje het meisje aanraakt lijkt alles gepredestineerd. Iedere Freudiaan ziet dat er wel eerst twee blauwe ballonnen moeten rijpen voordat de romance werkelijk kan opbloeien. En dat allemaal tegen de achtergrond van het grootste fallussymbool van Frankrijk (kom op: aan het einde van het filmpje staan die twee gewoon zwijmelend naar een roestvrijstalen erectie te staren). Over de betekenis van dat petje en die paraplu mag in groepsverband worden doorgeassocieerd. Maar wie bloost moet drankjes halen.
P.P.S. Voor de echte kijknerds: op 0.02 tot 0.05 zie je in de linkerpoot van de toren een toeristenlift zakken.
Exercices de style (II) - perspectief
Over professor Timofej Pnin, de antiheld van Vladimir Nabokov´s roman Pnin (1957), lezen we dat hij een ´hartstochtelijke verhouding´ onderhield met de wasmachine van Joan, zijn huisbazin. In de vertaling van Else Hoog (De Arbeiderspers 1987) volgt dan de volgende, verrukkelijke (om een uitgesproken Nabokov-adjectief te plaatsen) passageː
‘Hoewel het hem was verboden erbij in de buurt te komen, werd hij keer op keer betrapt op overtreding van het verbod. Alle fatsoen en voorzichtigheid liet hij varen en hij voedde het ding alles wat toevallig bij de hand was, zijn zakdoek, keukenhandschoenen, een stapel onderbroeken en hemden die hij uit zijn kamer had meegesmokkeld, alleen om het genot door die patrijspoort te kunnen kijken naar wat eruit zag als een eindeloze buiteling van dolfijnen die aan kolder leden.’
Een halve eeuw later werden deze regels verfilmd. Maar dan vanuit het perspectief van de wasmachine. Kijk maar:
Lees ook: Exercices de style (I).
‘Hoewel het hem was verboden erbij in de buurt te komen, werd hij keer op keer betrapt op overtreding van het verbod. Alle fatsoen en voorzichtigheid liet hij varen en hij voedde het ding alles wat toevallig bij de hand was, zijn zakdoek, keukenhandschoenen, een stapel onderbroeken en hemden die hij uit zijn kamer had meegesmokkeld, alleen om het genot door die patrijspoort te kunnen kijken naar wat eruit zag als een eindeloze buiteling van dolfijnen die aan kolder leden.’
Een halve eeuw later werden deze regels verfilmd. Maar dan vanuit het perspectief van de wasmachine. Kijk maar:
Lees ook: Exercices de style (I).
Exercices de style
Boven: een scène uit Mon oncle (1958) van Jacques Tati.
Onder: een fragment uit Bananas (1971) van Woody Allen.
Tati is fraaier, Allen effectiever.
Vorm of vent in de cinema.