Zomerjurkje (II)

‘Heb je Mannekino wel eens gelezen?’
‘Van Sybren Polet?’
‘Ja.’
‘Nee. Maar ik heb er wel goeie dingen over gehoord. Hoezo?’
‘Zomaar. Ik vroeg me af… je had het er net in de winkel toch over dat die verkoopster een beetje gele tanden had?’
‘Ja.’
‘Waarom vind je dat lelijk?’
‘Dat zei ik niet.’
‘Maar je liet het wel merken.’
‘Door mijn lichaamstaal?’
‘Ja en door je gezichtsuitdrukking en door de toon waarop je je vraag stelde.’
‘Waar. Mmm. Nou: witte tanden zijn gezond, zwarte tanden representeren verval en uiteindelijk de dood. En gele tanden zijn witte tanden die bezig zijn zwart te worden.’
‘Ah, dus eigenlijk is je ethestische oordeel geënt op je angst voor de dood?’
‘Nou, ik maak bezwaar tegen de metafoor van het enten, maar verder heb je gelijk. Vind je dat gek? En is mijn smaakoordeel minder valide als er een verband is met doodsangst en levensdrift?’
‘Nee, dat geloof ik niet. Maar ik vind het opmerkelijk dat een zevenjarige al zo met de dood bezig is, je zou –'
‘Martijn?,’ zei de moeder van Elvira, ‘Shut. The. F***. Up. Elvira? Drink je melk op. Nu!'