niet onbesproken (I)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


André Keikes besprak De lange adem voor Tzum.

wind

‘Door het testosteron heb je plotselinge uitbraken van hitte, een puberaal uitbotten, waarbij je seksualiteit neerdaalt uit het labyrint van je geest en uitwaaiert als een populier in een warme wind.’

Maggie Nelson, De argonauten (2016;p.113), vertaald uit het Engels, The Argonauts (2015), door Nicolette Hoekmeijer.

De wind steekt opnieuw op, uit een andere hoek, op pagina 149 van hetzelfde boek:

‘Het schrijven, niet alleen van dat boek maar ook van een niet-gepland vervolg, greep ik aan om die knoop te ontwarren en de losse strengen te laten meenemen op de wind.’

ongrijpbaar

‘Ik wil het mysterie rondom RARA wel in stand houden. Dat kan omdat ik kunst maak, ik hoef niet alles bloot te leggen. Als journalist of historicus kun je zo niet te werk gaan. Dan moet je verhaal causaal, lineair en verifieerbaar zijn. Niet elk verhaal is daar bij gebaat. Het ongrijpbare van RARA maakt dat er ook dreiging vanuit gaat,’ zegt kunstenaar Pieter Paul Pothoven in een mooi interview met en van Bianca Stigter, in NRC.

Niet causaal, niet lineair. Ongrijpbaar.

Het doet denken – om van activisme via beeldende kunst naar literatuur te bewegen –  aan die boutade van een Amsterdamse boekverkoopster: Leesbaarheid is een rechts begrip.

‘je longen binnenste buiten op je overhemd’ – de lange adem (II)

‘Jeugdige auteurs, leer dit van mij! Luistert naar iemand met ervaring (in september a.s. vier ik, D.V. mijn twaalf en halfjarig jubileum in de letteren)…

      Zelfs als je zó hard hebt gebruld, dat je longen binnenste buiten op je overhemd hangen,

      zelfs al maak je het nog driehonderdduizend maal bonter dan ik,

      al beledig je volksgroepen en gehele volken bovendien

      tot je niet meer in Tilburg kunt wandelen of uit alle zesendertig kloosters van die vrome stad worden mitrailleurs op je afgeschoten,

      dan heb je het nog lang niet bont genoeg gemaakt,

      dan heb je nog 1 miljoen tweehonderdduizend decibels te zacht gebruld!

      De schoolmeestersstok moet eraan te pas komen en daarmede de trouwe lezer maar alles geduldig uitgelegd. Want het is beter helemaal geen boek te schrijven, dan toe te staan verkeerd te worden begrepen!

      Blij te moe de keel dus geschraapt!’

Willem Frederik Hermans[1], Polemisch mengelwerk, opgenomen in Mandarijnen op Zwavelzuur (1976 [1964]; p.142).

 

In Polemisch mengelwerk – in 1952 afgedrukt in literair tijdschrift Podium – bespreekt Hermans besprekingen van zijn roman Ik heb altijd gelijk in, onder meer, Elseviers Weekblad (‘Elseviers Pleeblad’[2]), Haarlemse Courant, Trouw, Critisch Bulletin, De Groene.

Of bespreken… eigenlijk is ’t meer weghonen. Ook interpreteert hij zijn eigen werk om te laten zien hoe ver de beroepslezers ernaast zaten. Zo onderhoudend-verongelijkt als Multatuli is hij daarbij nergens, maar zo gênant als bij Malcolm Lowry – wiens kleingeestige apologie, gericht aan de beoogd uitgever, voor Under the Volcano (1947), die vaak in de vorm van een nawoord aan die roman wordt toegevoegd en waarin M.L. moduleert tussen kruiperigheid en borstklopperij, mij tot op heden van het lezen van Lowry’s klassieker heeft afgehouden - wordt het evenmin.

Hermans’ lompe, apodictische toon doet de(ze) hedendaagse lezer denken aan die van onderbuiksprekers als Wilders en Trump en is daardoor/desondanks vermakelijk. Voegt Hermans’ interpretatie van Ik heb altijd gelijk iets toe aan het kunstwerk Ik heb altijd gelijk? Mmm. Nee. Als je de roman hebt gelezen, is het heus aardig om kennis te nemen van Hermans’ eigen tekstverklaring, maar concludeer je tegelijk dat het impliciete soms beter impliciet blíjft.

Wat je, zoals vaak bij Hermans, vooral bijblijft van zijn Polemisch mengelwerk is dat de schrijver te stoer is om ooit ergens op te hopen, dat hij zich nooit door iets of iemand zal laten teleurstellen.

Hermans vergelijkt zichzelf in zijn bespreking herhaaldelijk met een schoolmeester. Ik geloof dat hij ook ergens heeft gezegd dat het voor een auteur vernederend is z’n eigen werk moet te moeten uitleggen - sinds het inkloppen van het woord ‘uitleggen’ ben ik een paar uur op zoek geweest naar het interview waarin hij die bekentenis doet, tevergeefs… zo vliegt de woensdag, nee donderdag inmiddels, wel voorbij, zeg.

Waar was ik? Uitleggen. Punt.

Zelf ben ik niet van plan om in de blogstukjes die ik de komende tijd zal tikken De lange adem te gaan ‘analyseren’. Ik sta, wat faam betreft[3], dan ook een fikse reeks treden onder Willem Frederik Hermans. Was ik ook maar misverstaan! Dan kon ik ook jammeren en kankeren over zuinige en/of achterlijke besprekingen!

Hermans’ exegese werd ingegeven door geldingsdrang. Zelf neem ik een wat ontspannener standpunt in, vrees ik: met een handjevol lezers ben ik eigenlijk al gelukkig. Boeken die ertoe doen komen vanzelf bovendrijven[4]. Dus wordt je boek niet opgemerkt, dan is ’t gewoon niet goed genoeg, moet je volgende keer een beter boek schrijven. Of moet je de Tijd de tijd geven.

Wat ik hier desalniettemin probeer: mijn karakter natuur veranderen. Of dan toch minstens mijn gedrag. Eerste opdracht: inzien dat miskenning mijn niche is! Ach, ach… zie mij, arme ik… die een blog nodig heeft om aandacht voor z'n boek te vragen…

Zou ik deze reeks zijn begonnen als De lange adem vanzelf veel besproken en goed verkocht werd? Zou ik 't bloggen hebben ingezet als de Van maker naar lezer subsidie niet bestond?

Ik denk 't niet.

Maar er zitten al zoveel jaren in De lange adem… ik heb, met plezier en uit eigen vrije wil, al zoveel offers gebracht, die paar weken of maanden bloggen kunnen ’r ook nog wel bij… Zoveel derden – mensen van de uitgeverij, haar relaties - hebben zich kosten, tijd en moeite getroost om De lange adem de winkels, de wereld in te krijgen…

Daarbij: er bestaat een select en substantieel publiek van een paar duizend lezers voor mijn nieuwe boek, dat denk ik oprecht, en ’t lijkt me zonde als we er jaren over doen die kleine schare te bereiken. Bovendien geloof ik, of gelooft De lange adem, dat de romankunst een plek verdient in de mening- en cultuurvorming in een open samenleving. En ik heb weinig zin om als een Sonja Prins tot na mijn dood te gaan zitten/liggen wachten op de Johan Sonnenschein op het witte paard. Kun je - als auteur - je eigen leesgemeenschap forceren?

We zullen zien.

Of ik hier iets zinnigs – laat staan iets wervends - over ‘de nieuwe Knol’ te melden heb, zal moeten blijken[5]. Dankzij dit stukje begint ’t me in ieder geval te dagen dat ik blog om te spelen; om De lange adem ‘te verwerken’; en om de auteur van die roman te vernielen, vernieuwen - en zo ruimte voor andere avonturen te scheppen.

Wat betreft Ik heb altijd gelijk[6]Ik las ’t boek in het voorjaar van 1990, want hoewel - om de massacultuur even buiten beschouwing te laten - Nabokov, Multatuli (vooral de wild waaiende, uitwaaierende Multatuli van De ideeën), Ovidius, Spinoza, Shakespeare en Wolkers[7], mijn grote liefdes waren, verwijlde ik als scholier ook graag in het agressieve, desperate universum van W.F. Hermans. Van mijn destijdse leeservaring van Ik heb altijd gelijk herinner ik me weinig, behalve dan dat ik een soldaat, zoals Lodewijk Stegman, de protagonist van IHAG, een interessant personage vond, de oprichting van een politieke partij interessante stof.

----

Binnenkort: René Magritte

Ook binnenkort: Fernando Pessoa

En: The Great Dutch Novel (Rovers) & De Filosofische Roman (Februari)



[1] Voor wie Willem Frederik Hermans een onbekende is: hij was de Nederlandse Michel Houellebecq van de twintigste eeuw. De associatie met de Franse literatuur is toepasselijk – vooral Ik heb altijd gelijk maakt hem ook wel tot de Nederlandse Louis-Ferdinand Céline. Voor wie die naam iets zegt…

[2] Niks mis met woordspelingen en naamgrappen. Op zijn beurt werd W.F. Hermans door de Donald Duck ooit opgevoerd als W.F. Zeurmans.

[3] Onlangs, half september, zag ik in de heerlijke schouwburg van Groningen een heerlijke Coronaconference van Freek de Jonge. De lichten in de – van epidemiewege - voor nog geen kwart gevulde zaal doofden. Freek kwam op, het publiek applaudisseerde. ‘Mmm,’ zei Freek, ‘Dat klinkt een beetje magertjes… niet helemaal zoals ik gewend ben… Komt niet door u, hoor, het komt door de mensen die er níet zijn.’

[4] ’I have this unbelievably like five-year-old’s belief that art is just absolutely magic. And that good art can do things that nothing else in the solar system can do. And that the good stuff will survive, and get read, and that in the great winnowing process, the shit will sink and the good stuff will rise.’

David Foster Wallace in: Although Of Course You End Up Becoming Yourself: A Road Trip with David Foster Wallace, David Lipsky, Broadway Books, New York, (2010; p.91).

[5] Is er ook een afbreukrisico? Vast. Bezorgpizza Blogproza is slordiger, minder doordacht dan Serieuze Fictie op Papier. Maar soms moet men: een gokje wagen.

[6] Uit een toespraak die er niet van kwam: ‘Wat wij moeten doen, dat is het opheffen van de Nederlandse staat, wij moeten ons aansluiten bij een groter collectivum. Wij moeten ons aansluiten bij een collectivum dat wij met geestdrift en eerbied kunnen dienen, wij moeten al onze energie gebruiken tot het stichten van een Verenigd Europa.’ 

Willem Frederik Hermans, Ik heb altijd gelijk (1984 [1951];p.153).

[7] ‘Feedback: volgende keer minder name dropping.’

‘En minder Engels?’

‘Ook geen slecht idee.’

gek (III)


 

‘Einstein. Churchill. Shaw.

All of whom went out of their way to meet Charlie Chaplin.’

 

David Markson, Vanishing Point (2004), in: This Is Not a Novel and other novels (2016;p.236).

 

‘Persoonlijk hou ik meer van Buster Keaton.’

‘Ik geef ’t door aan de beeldredactie.’

 

Foto (IMDB): Buster Keaton in The Balloonatic (1923).

Van maker naar lezer – De lange adem (I)

Hallo?

 

Hallo?

 

Ben ik in beeld?

 

Hallo? Kunt u mij horen?

 

Testing. Testing.

 

Verstaat u mij?

 

Hallo?

 

de nieuwe Knol – een fraai leesproduct voor herfstige herfstdagen van een cultureel ondernemer pur sang

Binnenkort: Lessen van Hermans.

Tyns Geheimtipp











 

Verschenen bij Wereldbibliotheek.

geduld, uithoudingsvermogen, trouw

‘Ik had een gunstige tijd voor mijn bezoek gekozen, zei hij, want toevallig was dit de korte periode dat de jacaranda’s in bloei stonden. Ze vormden er een markant onderdeel van het stadsgezicht, omzoomden in grote hoge colonnes de boulevards en de lanen en sierden de vele beroemde pleinen. Toch bloeiden ze slechts een paar weken uitbundig en dan toonden ze prachtige luchtige wolken van lichtende paarsblauwe trossen, die op de wind deinden, bijna als water, of sterker nog: als muziek, alsof de mooie paarse bloemetjes de afzonderlijke noten waren die in koor een ruisende geluidsgolf vormden. Die bomen hadden uitzonderlijk veel tijd nodig om te groeien, zei hij, en de torenhoge exemplaren in de stad waren tientallen, nee, honderden jaren oud. Er waren wel mensen die probeerden om ze in hun eigen tuin te kweken, maar tenzij je het geluk had er een geërfd te hebben, was het vrijwel onmogelijk om dit schouwspel op eigen terrein te reproduceren. Veel van zijn vrienden – slim, ambitieus en met gevoel voor schoonheid – hadden een jacaranda in hun nieuwe tuin geplant alsof die natuurwet om de een of andere reden niet voor hen gold en zij de boom door middel van hun wilskracht konden laten groeien. Na een paar jaar raakten ze gefrustreerd en klaagden ze dat hij amper een paar centimeter hoger was geworden. Maar zo’n boom had wel twintig, dertig, veertig jaar nodig om te groeien en zijn pracht tentoon te spreiden, zei hij glimlachend; als je dat tegen ze zegt reageren ze ontzet, misschien wel omdat ze zich niet kunnen voorstellen dat ze zo lang in hetzelfde huis of in hetzelfde huwelijk blijven, en ze gaan hun jacaranda bijna haten, zei hij, en soms graven ze hem uit om hem te vervangen door iets anders, omdat hij herinnert aan de mogelijkheid dat geduld, uithoudingsvermogen, trouw – eerder nog dan ambitie en verlangen – uiteindelijk vruchten afwerpen. Het is bijna een tragedie, zei hij, dat dezelfde mensen die in staat zijn naar de jacaranda te verlangen en de schoonheid ervan in te zien, niet in staat zijn er zelf een op te kweken.’

Rachel Cusk, Kudos (2018;p.146-148). Vertaling: Marijke Versluys

de comeback van Knol - een aankondiging

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De lange adem ligt in de boekwinkel en Martijn Knol in zijn hangmat.

Eind goed, al goed?

Nee, ieder einde is een nieuw begin en nu de dagen korter, kouder & natter worden, is er pas echt sprake van een Rentrée Littéraire. Voor lezers én voor schrijvers (die ook lezers zijn, trouwens).

Alors, op maandag 12 oktober begint Martijn Knol – of liever: begin ik, want ik zit dit gewoon zelf te tikken, in de derde persoon enkelvoud, als één of andere fokking narcistische idioot - weer met bloggen. Over zijn, mijn roman De lange adem, de totstandkoming ervan, ideeën erachter en over van alles wat er losser of vaster mee in verband staat.

Slecht nieuws voor iedereen die een hekel heeft aan de teksten van Knol, maar het om de één of andere vage reden toch niet kan laten ze te lezen.

Goed nieuws voor Knol aficionado’s! Zijn comeback is daar. En hier.

Na een paar jaar de studeerkamergeleerde te hebben uitgehangen, vindt hij het welletjes. Tijd om de ivoren toren te verlaten en de bestsellerlijsten te gaan bestormen. Lezers knuffelen, polonaises lopen met glunderende boekverkopers. Want dankzij Knols literaire onschendbaarheid kan dat - ook in tijden van corona - allemaal ongehinderd doorgang vinden. Als vanouds.

Advies: zorg dat je De lange adem half oktober hebt gelezen, dat maakt de nieuwe blogjes leuker interessanter dan wanneer je er maar een beetje achteraan komt sukkelen.

Nou, mooie herfst gewenst, met lekker veel regen.

Zullen we dan nu afsluiten met een succesimperatief? Lees ze!

de nieuwe Knol – omdat ieder einde een nieuw begin is

‘De term comeback gebruik je toch als iemand in 't verleden heel succesvol is geweest?’ 

‘Zeker. En? Wat is je vraag?’

‘…’

‘Was dat echt je vraag? Of wil je eigenlijk iets anders weten?’

‘Dat was serieus mijn vraag. Maar ik heb ’r nog een.’

‘Brand los.’

‘Waarom heb je niet even een niet-medisch mondkapje opgedaan?’

‘Op de foto?’

‘Ja.’

‘Ik denk niet dat eventuele - en eventueel schadelijke - aerosolen, die door een niet-medisch mondkapje niet worden tegengehouden, de kijkende lezer via het beeldscherm alsnog kunnen besmetten.’

‘Het gaat om het gedragseffect!’

 
Binnenkort: Over De lange adem (I)

Portret auteur: courtesy Studio Autofoto.

Soundtrack: Get me a car, get me a limousine / And take me out to the music scene / On second thoughts I saw this thing on the news / Kids getting killed for the shoes that they chose / Sometimes life's meant to pass you by / We're all so small look at the size of the sky.

Noot voor lezers

In sommige boekhandels moet je, met alle respect, behoorlijk wat troep andere meesterwerken (sorry, hoor) opzij duwen om een exemplaar van De lange adem te kunnen bemachtigen. Jammer. En eigenlijk niet de bedoeling. Maar laat je niet ontmoedigen! Nooit! Vraag boekverkopers je de roman aan te wijzen of reiken – mochten De lange adem’s net zijn uitverkocht, dan zijn de nieuwe exemplaren waarschijnlijk al onderweg. Een exemplaar reserveren is dan altijd: verstandig.

Noot voor boekhandelaren

Boekhandelaren van Nederland: weest geen dief van Uw eigen omzet en zorgt dat U - in al Uw filialen - ettelijke exemplaren van deze grote roman gestapeld op voorraad hebt: De lange adem.

 

de nieuwe Knol – gouden handel

‘Ik heb het achterplat van De lange adem gelezen, maar eerlijk gezegd lijkt het boek me niet zoveel aan.’

‘Pardon?’

Een soms hilarische, soms ernstige, altijd vervelende roman. Waarom zou ik een vervelend boek kopen? Daar heb ik ’r al meer dan genoeg van!’

‘Niet vervelend. Wervelend. Een altijd wervelende roman.’

‘O, wervelend! In dat geval snel ik spoorslags naar de dichtstbijzijnde boekwinkel! Wervelend is mijn favoriete lievelingsgenre!’

gek (II)

'Nancy Barron, a madwomen at the poorhouse farm in Concord.

Immortalized because Emerson could hear her endless screaming from his study.'


David Markson, This Is Not a Novel (2001), in: This Is Not a Novel and other novels (2016;p.59).