grote vakantie - vrijheid (VI)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste Grote Vakantie sinds het verschijnen van De lange adem

'Ik ga op reis en ik neem mee...'

De nieuwe Knol – daar neem je vrij voor.

De lange adem (2020) is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

kleren van kunstenaars

‘Who is art for? And who is excluded? ‘I grew up a 45-minute train ride from New York,’ Perry [kunstenares Sondra Perry, M.K.] said. ‘I never went to galleries, I never went to museums until I started going to art school. It was a discomfort. I didn’t know what that world was. I couldn’t imagine going in with my ill-fitting jeans and ill-fitting bra, and just a T-shirt and a dusty-ass sweater that had holes in it and going into a gallery in Chelsea?’ She was talking of the neighbourhood in New York that’s home to the most monied commercial galleries. ‘This world revolves so much around class and money and status and access.’

    By contrast, Perry has her work available to view for free on her website.’

Charlie Porter, What Artists Wear (2021;p.314-315).

Een leuk, warm, meeslepend, zij het soms ook wat al te modieus journalistiek modieus/journalistiek/politiek/gemakzuchtig/hagiografisch/eenduidig* boek. Het belandde op mijn nachtkastje dankzij een enthousiaste boekhandelaarsbespreking op de website van de hoofdstedelijke (keten)boekhandel Athenaeum

*Noot

Doorhalen wat niet van toepassing is/Omcirkel wat je van toepassing acht.

engagement

Na het succes van De lange adem wil ik graag iets terugdoen voor de samenleving. Daarom heb ik me laten fotograferen met dit T-shirt. 

Graag gedaan, Nederland!

Wil jíj jezelf naar de goede kant van de geschiedenis consumeren? Steun dan de auteur die het goede steunt: koop De lange adem!

nagedachte

Ik dacht een post te maken, een geintje, waarin ik spot met commercialisering in de letteren, met cultureel ondernemerschap, met opportunistisch engagement van Bekende Nederlanders en Nederlanders met de ambitie dat te worden, en een beetje met mijzelf. Maar snap ik mijn eigen ironie* wel?

Mmm.

Misschien niet.

Bij nader inzien lijkt mijn spot met de literaire wereld me een voorwendsel om lucht te kunnen geven aan mijn ernstige zorg om de natuur. Nostalgie speelt ook een rol: ik verlang terug naar de tijd dat onze milieuproblemen zo overzichtelijk waren schenen als het Waddengebied.

Ironie is een instrument dat zich lastig laat bespelen. Soms klinkt je trompetje opeens als een elektrische gitaar.

In de vijfde klas van de lagere school had ik een bebaarde meester die, boven zijn spijkerbroek en sandalen, een T-shirt van de Waddenvereniging droeg. Hij studeerde biologie en is later een klusbedrijf begonnen. Moge Gods zegen op zijn werken rusten én op de werken van zijn nageslacht. Ik begreep destijds, in de vijfde, weinig van activisme en veronderstelde dat je schone lucht, eerlijke welvaartsverdeling en veiligheid gerust aan de grote mensen kon overlaten. Wees wijs met de Waddenzee. Misschien was mijn dwarse schoolmeester de eerste die me, terecht, dankzij de tekst op zijn T-shirt, aan het twijfelen bracht.

*noot

'Dat ironie niet altijd door iedereen wordt begrepen, is een van de charmes van het stijlmiddel. Ironie spreekt over de hoofden van de naïevelingen heen tot een groepje van connaisseurs. Met een geslaagde ironische opmerking bevestig je je lidmaatschap van de kliek van uitverkorenen ten koste van de anderen, wier anders-zijn en passant nog maar eens ten overvloede wordt gedemonstreerd, hetgeen de goede verstaanders bevestigt in hun saamhorige uitzonderlijkheid en in hun culturele verfijning. Sympathiek is het allemaal niet, maar daarvoor is taal ook niet bedoeld.'

Ilja Leonard Pfeijffer, Ondraaglijke lichtheid, over het nut en nadeel van de ironie voor het leven, (2019;p.43)

’n allemachtig mooi stukje werk

‘Toen roeiden we rustig en op ons gemak naar het eiland waar m’n vlot lag; en we konden ze horen schreeuwen en brullen naar mekaar de hele oever stroomop en stroomaf, tot we zo ver weg waren dat de geluiden vervaagden en wegstierven. En toen we op het vlot stapten, zeg ik: ‘Ziezo, ouwe Jim, je bent weer een vrije man, en ik wed dat je nooit geen slaaf meer zal zijn.’

      ‘En ’n allemachtig mooi stukje werk was ’t ook, Huck. ’t Was prachtig bedacht en ’t was prachtig gedaan, en d’r is geen mens nie wat zo’n verdraaid en fantastisch plan op touw kan zetten.’

      We waren allemaal zo blij als wat, maar Tom was het allerblijst, want die had een kogel in z’n kuit.’

Mark Twain, De avonturen van Huckleberry Finn (2019 [1885];p.351-352). Vertaald uit het Engels door Eugène Dabekaussen en Tilly Maters.

De vroegste Great American Novel uit de literatuurgeschiedenis is een pleidooi voor vrijheid: slavernij moet worden afgeschaft, niemand zou zich moeten laten opsluiten in de beschaving. De natuurbeschrijvingen zijn verrukkelijk.

eerder: de avonturen van tom sawyer.

baas in beeld in boek


 

 

 

 

 

 

 

 

Tot 3 oktober 2021 te zien in München: New Times.

Tot 21 november 2021 te zien in Venetië: Second Act.  

Afbeelding: Maarten Baas, Paddington Clock (2021)/New Times catalogus.   

‘Is ’r ook nog ’n expo die een beetje in de buurt ligt, of hoe zit ’t?’

‘Tot 15 augustus 2021 in Oosterhout: Growing Goals.’

wandelen met wortel

‘Omdat ik vroeger iedere zomer opnieuw met mijn vader en moeder op wandelvakantie ging naar Schotland of Ierland, waar ik aan een tuigje aan een of andere rotspartij hing of waar we vaker simpelweg wekenlang door de regen liepen en van camping naar camping trokken zodat ik om de dag afscheid moest nemen van nieuwe vriendjes, had ik een hekel gekregen aan wandelen. We liepen rond alsof we in een natuurdagboek liepen. Alle leden van het gezin droegen een verrekijker. We hadden professionele schoenen, lichtgewicht attributen. We bekeken uitzichten, lichtinvallen en grote en kleine dieren. We namen de tijd voor alles wat er in de natuur te zien [was, M.K.], maar nooit voor een stad, nooit voor de andere mensen op de camping, nooit voor een pretpark of een wildwaterbaan. En ik haatte het. Zoals andere mensen een afkeer hebben van havermout, omdat het slechte herinneringen met zich meebrengt, de geur van ruzie en haast, van ongeconcentreerde liefde, hield lopen voor mij een bepaalde vorm van verlies in, met elke stap liep ik verder van iets vandaan waar ik liever had willen blijven.’

Maartje Wortel, De groef (2021;p.19/20)

De groef gaat - met ommetjes in het hoofdstedelijke Oosterpark als aanleiding - over vriendschap, liefde en routines in tijden van desintegratie en richtingloosheid. De vertelster mag dan de weg kwijt zijn, haar relaas is prima te volgen. ‘De anderen denken dat ik gewoon maar wat loop, maar ik wil koffie met een vos op de beker en ik weet waar ik die kan krijgen.’(p.68). De groef is een heerlijke, swingende tekst, misschien wel de beste die ik van Wortel heb gelezen.

lees ook: meer bomen, tackelen

vrijheid (V)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zijn de winkels weer open? De lange adem kopen!

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

mevrouw allende

‘Op mijn vijftiende keerde ik me voor altijd af van de Kerk, niet omdat ik niet in God geloofde – dat kwam later – maar door het machismo dat inherent is aan elke religieuze organisatie. Ik kan geen deel uitmaken van een instituut dat me ziet als een tweederangspersoon en dat wordt geleid door gezaghebbers, altijd mannen, die met dogmatische dwang hun regels opleggen en zelf onschendbaarheid genieten.’

Isabel Allende, Wat wij willen (2021;p.28). Vertaald uit het Spaans [Mujeres del alma mía (2020)] door Rikkie Degenaar.

Zonder de bestsellers/verkoopsuccessen van Isabel Allende en Elena Ferrante had mijn uitgever het zich vermoedelijk niet kunnen veroorloven om mijn onverkoopbare teksten te laten drukken. Van Ferrante heb ik bijna alles gelezen, aan Allende was ik nog nooit toegekomen. Wat wij willen werd de eerste kennismaking. Zelf noemt de auteur het boek ‘een informeel praatje’ (p.154). Ze vertelt over haar leven en werk en gaat daarbij in op emancipatie, armoede en kansen(on)gelijkheid; haar relaas lijkt aanvankelijk wat stichtelijk en vrijblijvend - tot Allende een fundación blijkt te hebben opgericht waarmee ze achtergestelde vrouwen helpt hún daden bij háár woorden te voegen.

Jonge vrouwen uit Holland zullen dit milde, sympathieke boek misschien afdoen als ‘boomerfeminisme’, maar ik vrees dat veel van Allende’s generatiegenoten (V/M) haar nog best radicaal vinden. Zelf heb ik in ieder geval met plezier naar de auteur geluisterd.

Dank u wel, mevrouw Allende!

beckett

‘Als we niets te zeggen hebben, zei Camier, laten we dan niets zeggen.

We hebben dingen te zeggen, zei Mercier.

Waarom zeggen we ze dan niet? zei Camier.

Dat kunnen we niet, zei Mercier.

Laten we dan zwijgen, zei Camier.

Maar we proberen het, zei Mercier.

We zijn zonder ongelukken en kleerscheuren weggekomen, zei Camier.

Zei ik het niet? zei Mercier. Ga verder.’

 

Samuel Beckett, Mercier en Camier (2021;p.94).

 

Beckett schreef zijn roman in 1946 in het Frans, vertaalde hem in de jaren zeventig - na het winnen van de Nobelprijs - naar het Engels en bewerkte hem daarbij ingrijpend. Jona Hoek zette de Engelse tekst om in het Nederlands.

Ik had me ingesteld op een curiositeit. Maar Mercier en Camier is een volwaardig, leuk, Modernistisch leesavontuur. Twee mannen bewegen zich onbegeesterd door de stad en over land – het boek gaat dan ook, enkele Pythoneske/Tarantineske geweldsuitbarstingen ten spijt, over stilstand.

Het elitaire taalgebruik in Mercier en Camier is een genoegen, verteller en vertaler kiezen hun woorden precies en putten daarbij uit een rijk vocabulaire, ik spotte weinig courante zeldzame lettercombinaties als: deboucheren, vrijloop, emasculatie, veeprikker, man-stupreren, mictie, universaliën(strijd), vox inanis, somp, archaeus, putrefactie, bigeminie, geminaal, destrorsum.

Geminaal komt van het Latijn voor tweeling: gemini. De rest mag je zelf opzoeken.

Voorplat: Koppernik.

versoepeling

Een versoepeling die ik mijzelf na meer dan een jaar uitsluitend per plastic pinpas te hebben betaald toesta: contant afrekenen.

Want munten en bankbiljetten zijn, via de staat, van ons allemaal, terwijl giraal geld van banken – lees: de markt, het bedrijfsleven - is.

Het lijkt me beter voor een samenleving als niet alle gangen van al haar leden altijd integraal zijn na te gaan.