this was a city of cinéphiles

‘The next afternoon, on a bright and beautiful Sunday, we sat on the grass in the Jardin des Tuileries with a copy of Pariscope and planned how we would spend the rest of the day. Matthew was transfixed by the listings magazine, unable to believe the number and variety of films being screened. Feeling very worldly, I explained to him that this was perfectly normal for Paris: this was a city of cinéphiles (the word tripped off my tongue elegantly) and there was no better place in the world to catch up on foreign films or revival of classics.’

Jonathan Coe, Mr Wilder & Me (2020;p. 201-202)

Een heerlijke, nostalgische roman – zeker voor wie van films houdt. Je leesclub kan dit boek links laten liggen: het is licht, lekker escapistisch en er valt weinig over (na) te praten. De vertelster, een componiste van Griekse komaf, is duidelijk de creatie van een wat tuttige Britse auteur, de verwikkelingen in de roman zijn niet al te geloofwaardig, de psychologie is luchtig en life affirming. Maar who cares? Net als Coe’s vorige boek – Middle Engeland (2018) - leest Mr Wilder & Me prettig weg en bewijst het dat commerciële fictie met een literaire toets uitstekend kan concurreren met modern entertainment als lineaire televisie, Netflix en human interest interviews.

meer bomen, minder asfalt (VII)

Tegenover het park lag een café dat vanuit een luikje bekers koffie verkocht. Ik ging in de rij staan. Achter mij spraken een man en een vrouw over het bericht dat de NOS onlangs bracht: witte Mercedes rijdt woonhuis in, duwt bewoner met bankstel en al de huiskamer door, de keuken in.

‘Dan schrik je je toch te pletter?,’ zei zij, 'als zo'n auto je huis in komt?'

‘Ik dacht meteen: als er 'n fatsoenlijke boom in die voortuin had gestaan, dan was 't nooit gebeurd,’ antwoordde hij.

      Jahaa… het is wel zo!

      En dat is nog maar één reden om beuken, eiken, linden, platanen te planten!

De afgelopen twintig jaar heb ik overal in Utrecht bomen, struiken, gras- en kruidenveldjes zien verdwijnen. Er zijn nieuwbouwwijken, kantoren, hotels, appartementencomplexen en parkeerhavens voor in de plaats gekomen. Bewoners van oudere bestaande villa’s, bungalows en benedenwoningen blijven heesters, coniferen en gazons vervangen door tegels.

Het klimaat De wereld verandert omdat mensen wíllen dat het klimaat de wereld verandert.

Versmal de A27!

vrijheid (IV)











 

de nieuwe Knol – vrijheid, blijheid, broederschap

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

'geen slecht idee' – meer bomen, minder asfalt (VI)

‘Zelfs een appelboom kan wel honderd jaar oud worden, zodat de Cox die ik in 1936 geplant heb nog tot ver in de eenentwintigste eeuw vrucht kan dragen. Een eik of een beuk kan honderden jaren leven en voor duizenden, misschien zelfs tienduizenden mensen een lust voor het oog zijn voordat hij uiteindelijk tot timmerhout wordt verzaagd. Ik wil niet suggereren dat iemand al zijn verplichtingen tegenover de maatschappij kan inlossen met een persoonlijk plan voor herbebossing. Toch zou het misschien geen slecht idee zijn om iedere keer dat je iets antisociaals doet, daarvan een aantekening in je dagboek te maken en daarna, in het geschikte seizoen, een eikel in de grond te duwen.’

George Orwell, Een goed woordje voor de dominee van Bray (1946), vertaald uit het Engels door Olaf Brenninkmeijer, opgenomen in Waarom ik schrijf, verhalende essays (2020;p. 290-291).

De heldere, klassieke essays van George Orwell lezen zo makkelijk weg dat ze nauwelijks beklijven, althans: niet in mijn bewustzijn. Dit flard wist ik tijdig over te tikken… ternauwernood, nét voor de tekst weer was opgetrokken…

de corona persco’s

 






 

Zelf maken wij feestmomentjes van de corona persconferenties. We trekken ons juichpak aan – voor de hond hebben we een oude oranje sweater vermaakt tot blij blafpak – en ik serveer joekels van tompouces. Zo hangt om iedere uitzending een sfeer die het beste van koningsdag combineert met het beste van een finaleavond van het Nederlands elftal (het dameselftal, mind you). Top-gezelligheid! Bij ieder optreden van Rutte en het lagere kader blijkt er wel íets te vieren: winkelsluiting, horecasluiting, cultuursluiting, vervroeging van de avondklok wegens tegenvallende vaccinatiegraad of de inzet van een ander slim instrument waarmee we, in onze strijd voor de algehele volksgezondheid, een slag toebrengen aan dat Grote Boze Rotvirus. Iedere maatregel, alle mededelingen onthalen wij op luid applaus. Alleen samen krijgen we corona onder controle! Joehoe! Go, go, go!!! Mochten we het virus er tegen de herfst van 2026 min of meer onder hebben, dan gaan we deze periode nog heel erg missen, dat kan ik je verzekeren. Dus geniet ervan, zolang ’t kan.

Allemaal een fijne persco gewenst!!!!!!!!

Beeld: WK onesie.

ontsnapt

‘Roger de Vlaeminck vertelt een klassieke wieleranekdote: ‘Een keer hebben we ons in de Ronde van Lombardije verstopt achter een spoorberm. We hadden aan Merckx laten zeggen dat we ontsnapt waren. En Merckx maar rijden als een gek, op zoek naar ons, terwijl we achter het peloton reden. Hij ging zodanig rap, dat we bijna niet meer konden terugkomen. Toen het dan eindelijk gelukt was gingen we naast hem rijden: “Hé wel, jong, waarom zit je hier te rijden als een zot? Brandt het ergens?” Merckx was een heel serieuze, die kon daar niet mee lachen.’

Tim Krabbé, Een raadselachtige overwinning (1981), opgenomen in De veertiende etappe, 71 wielerverhalen waarin opgenomen 43 wielerverhalen (2015;p.54).

vrijheid (III)

 

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

 

de nieuwe Knol – totaal antiautoritair

 

Antiautoritair? Wat ’n flauwekul!... totaal nog wel!... Literatuur is toch per definitie totalitair? Of dictatoriaal? De schrijver of schrijveres bepaalt wat wij lezers lezen en ’t enige dat wij tijdens 't lezen kunnen doen is over de voorgeschreven regels achter de schrijver of schrijveres aansukkelen… Ja toch?’

‘Zeker... Ik heb in De lange adem steeds geprobeerd om ’t verhaal te onderbreken, maar na iedere interventie mijnerzijds ging de verteller - of de auteur, dat is ook steeds zo vaag - gewoon op de oude voet verder.’

‘O, was jij dat? Goed geprobeerd, krijger! Misschien moeten we de slogan onherstelbaar verbeteren… De nieuwe Knol: lezersparticipatie ho maar... Of: Inspraak? Schrijf maar op je dikke vette volgevreten leesbuik.’

‘Haha… De nieuwe Knol: totaal totalitair.’

daar lag kraai

 

‘GOOCHELEN IN DE HEMEL

 

Dus uiteindelijk was er niets.

Het werd in niets gestopt.

Er werd niets aan toegevoegd

En om te bewijzen dat het niet bestond

Platgedrukt als niets op niets.

 

Fijngehakt met een niets

Geschud in een niets

Volledig binnenstebuiten gekeerd

En uitgestrooid over niets –

Zodat iedereen kon zien dat het niets was

En dat er niets mee gedaan kon worden

 

En dus liet men het vallen. Aanhoudend applaus in de Hemel.

 

Het raakte de grond en brak open –

 

Daar lag Kraai, cataleptisch.’

 

Ted Hughes, Kraai, Uit het Leven en de Liederen van de Kraai (2020;p.103), vertaald uit het Engels [Crow. From the Life and Songs of the Crow (1970, 1972)] door Daan Doesborgh.

De protagonist van Kraai, Kraai, lacht veel, aanvankelijk, dat verlicht echter niks, integendeel, het schrijnt. Kraai is een loodzware bundel over dood, duisternis en betekenisloosheid. En over liefde, ook. De tientallen gedichten zijn zo natuurlijk vertaald dat het vaak net is of je oorspronkelijke, Nederlandse poëzie leest, terwijl je op de linkerpagina toch de nuances van het Engelse origineel kunt bestuderen.

Kraai: fraai.

speekselbelletjes


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Ik was geen individu, ik was een voortzetting van Moeder en alle andere vrouwen, ik was een eerdrager van de familie door middel van m’n vagina, daarom zouden m’n verwekkers alles op alles zetten om me te krijgen waar ze me willen: een keurige, kuise vrouw die voldoet aan de regels van de gemeenschap. Iemand die op de achtergrond blijft, een dienstmeisje, een zachtmoedige hulpverlener en voetstuk van een man, van mannen, van de mannenwereld. Niet iemand met haar eigen meningen, eigen doelen, eigen problematiek en eigen engagement, ik was een baarmoeder, een warmgedraaide voeder, hoeder en moeder, ik had een faciliterende rol, al het andere was secundair.’

Lale Gül, Ik ga leven (2021;p.322)

Büsra, de vertelster van deze autobiografische roman, spreekt de lezer rechtstreeks aan – de facto praat ze tegen en in zichzelf. Ze noteert wat ze vindt, voelt, denkt en vertolkt zo de onvrede die tatta’s als ik onder veel hoofddoeken vermoeden. Ik ga leven is een zelfportret in taal, waarbij minder wordt getoond dan verteld. De stem van de heldin ís het portret.

De lompe, grove stijl waarin Gül haar boek heeft geschreven past bij het thema: jonge vrouw verbreekt de ketenen die haar aan haar milieu binden. Omslachtige formuleringen zouden veel boeken onleesbaar maken, maar voegen hier iets toe; de vaak machteloze omhaal van woorden doet denken aan de speekselbelletjes in de mondhoeken van mensen die schuimbekkend lucht geven aan diepe, ware woede. Zonder geweld geen vrijheid.

Volgens de binnenflap is Ik ga leven gebaseerd op het leven van de auteur, wat betekent dat de tragiek achter de tekst echt is. Triest. Maar van het boek zelf geniet je zoals sommige ouders kunnen genieten van de boze buien van hun puberkinderen. Ook maatschappelijk relevante literatuur is entertainment.

Met Gül/Büsra hoop ik het beste voor andere vrouwen die zich uit hun religieuze milieu willen bevrijden:

‘Ik las op Wikipedia dat de christenen vroeger ook een boerka hebben gekend, de huik. Ik kon nauwelijks geloven dat Nederlandse vrouwen ooit zo rondgelopen hebben, maar het gaf me wel hoop: blijkbaar kunnen zaken drastisch veranderen binnen een door en door pieuze maatschappij als je het gemiddelde onderwijsniveau opkrikt (en nog een paar andere variabelen als hervorming, democratisering en secularisering zouden ook geen overbodige luxe zijn).’ (Ibid., p.63)

Was ik programmeur van literaire avonden, dan zou ik een tweegesprek beleggen tussen Lale Gül en Stephan Enter (Pastorale) over verschillen en overeenkomsten tussen islamitische en calvinistische verstikking.

Mijn exemplaar van Ik ga leven kocht ik bij Boekhandel Bijleveld – onafhankelijk sinds 1865.

all fragments, all details

‘Dickens is obviously a writer whose parts are greater than his wholes. He is all fragments, all details – rotten architecture, but wonderful gargoyles – and never better than when he is building up some character who will later on be forced to act inconsistently.’

George Orwell, Charles Dickens (1940), een essay dat is opgenomen in All Art is Propaganda (2009;p.54).

Tja, heer Orwell, noteer ik in de kantlijn, de heer Dickens is misschien niet alleen creatiever dan uzelve, maar ook moderner, modernistischer.

Eerder: that's all there is?