vrijheid












De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

gelucht

‘Ik heb de dingen liever zelf in de hand. Daarom heb ik mijn leven op zo’n manier ingericht dat het zich voor het grootst mogelijk deel afspeelde in de gewijde tempel van de geest waar de stemmen van de oude dichters al eeuwen op dezelfde toon fluisteren, waar ik mij thuis voel en waar ik de volledige controle heb. De vluchtige veranderlijkheid van de werkelijke wereld buiten mijn studeerkamer heb ik slechts gadegeslagen als toeschouwer op mijn wandelingen door onze stad en verder zo veel mogelijk genegeerd. Althans, dat was zo totdat ik de liefde van mijn leven ontmoette. Ik besef dat ik mij hier in mijn cel niet in een positie bevind om met enige geloofwaardigheid vol te houden dat ik de controle over mijn leven heb behouden. Maar daar kom ik nog op.’

Ilja Leonard Pfeijffer, Peachez, een romance (2017;p.71-72)

Het proza en de poëzie van Ilja Leonard Pfeijffer lees ik doorgaans kort na verschijnen. Zijn boeken zijn snoepgoed. Peachez bleef een paar jaar liggen omdat ik wat uitgekeken ben op het Lolita/solipsisme thema. De kleine roman bleek echter zeer geschikt als lockdown lectuur. De Humbert van dienst doet, in afwachting van zijn proces en veroordeling, zijn relaas vanuit een Argentijnse gevangenis:

‘Mijn cel heeft geen raam. Het enige moment dat ik de hemel en daglicht zie, is tijdens het ene uurtje per dag dat ik word gelucht, zoals dat heet, alsof ik in mijn huidige hoedanigheid van uitschot van de maatschappij te vergelijken ben met een beschimmeld en ondergezeken matras dat dient te worden blootgesteld aan de weldadige verfrissing van de buitenlucht om de ergste stank te laten vervliegen alvorens te worden geëxamineerd op eventuele verdere bruikbaarheid.’ (Ibid.;p.24).

De reden voor zijn detentie is de grappige verrassing van de verteller.

In het Trump tijdperk was de witte westerse schrijver ondervertegenwoordigd in mijn leesdieet; met de komst van Kamala Harris en Joe Biden – en met het hopelijk definitieve wegsmelten van de achterban van de extreemrechtse thrillseeker Baudet - sta ik me weer meer witte titels toe.

opstand

ik heb genoeg van dominees

en van hun poëzie

 

o, onderbetaalde postbezorger

breng me per dieselbus

een boombelastende bestseller

van zo’n internetgigant

met van die mooie grote dozen

 

bederf mijn bestaan

vragen, antwoorden






 

Daniëlle Bronsgeest maakte een interview over De lange adem voor Zin.

koffers gevuld met geld

‘In 1992 [werd] de zomerhoofdprijs in bankbiljetten uitgekeerd. Het ging om één miljoen gulden. Dit keer werd er wel gefilmd. De winnares moest letterlijk baden in het geld, hadden ze bedacht tijdens een brainstorm in Aalsmeer. De winnares was naar een kuuroord gelokt omdat ze zogenaamd een verwenweekend voor twee had gewonnen. Of ze even met haar vriend kon uitproberen of het bad groot genoeg was? vroeg de gastvrouw van het kuuroord.

     Toen de twee – aangekleed – in bad zaten, vloog de deur open en stapte presentator Henny Huisman binnen, gevolgd door mannen met koffers gevuld met geld. Die werden leeggeschud boven het stel. De winnaars zwommen in het geld. Een droom van een plaatje voor een loterij.

     Overigens begon daarna het echte werk: de biljetten bij elkaar zoeken en tellen. Uren waren ze bezig geweest. Het geld moest namelijk terug naar de bank, omdat de echte prijs alleen maar kon worden overgeboekt.’

Ineke Holtwijk, De mannen van de droomfabriek, Het verhaal achter het succes van de Postcode Loterij (2015; p.133).

Novamedia, het bedrijf achter de Postcode Loterij, was van 2014 tot en met 2020 eigenaar van Uitgeverij Wereldbibliotheek. Onlangs verkocht Novamedia Wereldbibliotheek, en enkele andere uitgeverijen, aan het Vlaamse Lannoo. 

In de literaire kritiek komen de eigendomsstructuren van uitgeverijen zelden aan de orde. Toch kun je ze niet afdoen als buitenliterair. Onderling spreken auteurs er vaak over.

Noot

Ineke Holtwijk schreef De mannen van de droomfabriek op verzoek van Novamedia; de auteur ontving daarvoor, zoals ze opmerkt in haar epiloog (p.368), vijfenzestigduizend euro van het bedrijf.

de lange adem - een hoofdstedelijke flashback

Een – al dan niet ‘feestelijke’ – boekpresentatie is een partijtje/bijeenkomst in een boekwinkel of zaaltje waar een middelmatige auteur zich, ten overstaan van vrienden en familie, door een geaffilieerde, middelmatige collega laat verzekeren dat zijn middelmatige, jongste product een meesterwerk is.

Applaus! Een geënsceneerde signeersessie waarbij kennissen de rol van toegestroomd lezerspubliek spelen. Rode wangen, blije verwanten. Fotootje, drankje.

Kater.

Ik heb me er zelf ook schuldig aan gemaakt, aan eigengemaakte presentaties. Twee keer. Bij mijn tweede roman, Aphinar (2007), en bij mijn derde, Alles kan kapot (2011). Nooit spijt van gehad, nooit straf voor gekregen.

Dankzij COVID-19 hoefde deze nazomer geen presentatie voor De lange adem (2020) te worden overwogen. In plaats daarvan kon ik het boek gewoon even ophalen op de uitgeverij. Wel zo praktisch! Zeker zo feestelijk!

Op weg naar de hoofdstedelijke Van Eeghenstraat 93-95 zag ik overal zonnige voortekenen… Nabij Station Amsterdam Amstel fietste de zoon van Kees van Kooten… betekende dat dat mijn boek, waar bedoeld, zo grappig was als ik hoopte?… Dichter bij de uitgeverij kwam de grijze schrijver Rob van Essen me tegemoet rijden… ging mijn boek een grote commerciële prijs winnen?

En toen was de bestemming bereikt.

Boek gedrukt. Feestje gelukt. Fotootje maken – en weer naar huis.

Zeker, het heeft iets droefs, zo’n karige presentatie. Maar, al valt het genoegen van het schrijven zelf niet te overtreffen, reden tot vreugde is er eigenlijk pas als een boek wordt besproken, verkocht, gelezen, bekroond, gecanoniseerd, vergeten.

de nieuwe Knol – mag ik u voorstellen?

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

‘we bring our problems on ourselves.’ – rifkin’s festival (2020)

Film: Rifkin’s Festival (2020).

Script & Regie: Woody Allen.

Verhaal: Tja… zie talloze andere Allens.

Verhaal, tweede poging: Een filmdocent die is gespecialiseerd in (cinema)klassiekers wil eigenlijk een roman schrijven, jammer genoeg voldoen zijn teksten niet aan zijn eigen maatstaven. Hij vergezelt zijn vrouw, een filmpromotor, naar een festival in San Sebastián (Spanje) en ontdekt daar dat zijn huwelijk voorbij is en zijn leven zinloos. Rifkin, zo heet de filmdocent, herinnert zich een zelfmoordenaar uit zijn kindertijd – dan verschijnt de Dood aan hem om hem erop te wijzen dat het leven weliswaar betekenisloos is, maar dat je het zelf kunt vullen met bezigheden en relaties die het toch de moeite waard maken. En als Rifkin maar gezond eet en genoeg beweegt zal de dood hem nog even met rust laten.

I’m a middleclass Jew from Brooklyn,’ zegt Rifkin over zichzelf. En dat ‘middleclass’, geprivilegieerd, bedoelt hij verontschuldigend. Voor hem zijn de Grote Levensvragen belangrijker dan politiek, want in een ideale wereld worstel je nog altijd met existentiële problemen. Een opmerking die, desnoods hier, buiten de filmwerkelijkheid, een tegenwerping verdient: zolang niet iedereen de luxe heeft van die zingevingsvraagstukken is politiek toch echt nog relevant.

De vrouw van de protagonist, Sue – vertolkt door Gina Gershon, bekend van Paul Verhoevens Showgirls (1995) -, is wat in straattaal ‘een construct’ heet. Je vraagt je af hoe ze er voor haar plastische ingrepen uitzag. Waarom worden er geen grappen over haar voorkomen gemaakt? Rust er een taboe op Plastische Chirurgie Grappen en durft scenarist Allen dat niet te doorbreken? Of kennen de VS een nieuwe esthetische standaard en moet het oog voor de schoonheid van een versneden brandwondengezicht/borstpartij worden verworven en loop ik, geborneerde Europeaan, in dat opzicht gewoon achter? Ik kom er niet uit.

Rifkin is grappig neurotisch (‘I’m a bit of a neatfreak myself’), ik vind acteur Wallace Shawn een prima Woody Allen stand in.

Eindoordeel: zon, mediterraan voedsel en voorspelbare grapjes. Ideaal vertier voor tijden van maatschappelijke stagnatie. Jammer dat het nog even duurt voor de bioscopen weer open zijn.

Eindoordeel, tweede poging: Rifkin’s Festival heeft een flodderig scenario en scherpe, harde grappen zijn er niet meer bij, bij Allen. De film levert wel anderhalf uur fijne flauwekul en goed komisch acteerwerk. De pastiches op filmklassiekers maken dat de film zelf ook langer dan een paar jaar zal meegaan. Drie ontbrekende reservebanden (3/5).

Het verlaten van het filmhuis stemde me melancholisch – ik heb tientallen uren bioscoopplezier aan Allen beleefd, ik zal zijn films opnieuw gaan bekijken als ze opnieuw op het grote doek worden geprojecteerd, toch kan ik me niet voorstellen, zeker nu corona talloze filmopnames vertraagt of afstelt, dat er nog veel in première zullen gaan. De cineast (1935) wordt dit jaar 86.

Titel van dit blogje: Rifkin zit in de multimorbide leeftijdscategorie. Pijn in de borst drijft hem naar een Spaanse arts, Jo Rojas, met wie hij een paar afspraakjes maakt. Ze vertelt dat ze op de verkeerde mannen valt en doet dan de uitspraak boven deze tekst. Haar man, een alcoholische kunstschilder, lijkt een banale imitatie van Maria Elena (Penélope Cruz) en Juan Antonio (Javier Bardem), het veel interessantere, gekwelde kunstenaarskoppel uit Allen’s Vicky, Cristina, Barcelona (2008).

Beeld: IMDB.

meer bomen, minder asfalt (IV)


 

 

 

 

 

 

 

Fotograaf Werry Crone dacht voor Dagblad Trouw in de middag van 8 december 2020 bosman Simon Klingen vast te leggen, maar zonder het te weten vereeuwigde hij ook twee Grote Utrechtse Schrijvers – Martijn Knol (links), Stephan Enter (rechts) - tijdens een lichtvoetige boswandeling.

Hahaha! Grappig!

De foto verscheen afgelopen vrijdag, 8 januari 2021, bij een interview in de papieren editie van Dagblad Trouw. En is ook te vinden op de website van die krant.

Niña Weijers en Maartje Wortel doen hun patrouilles in een Amsterdams park; Stephan en ik nemen Amelisweerd voor onze rekening.

Overigens ben ik van mening dat de A27 moet worden versmald. Net als de A12.

En de lijst boombeschermers? Die blijft maar groeien: ikgadeboomin.

Met dank aan Mirte en Corrie die mij op de foto attendeerden.

‘Wat heb je in je handen?'

‘Op de foto?’

‘Ja. Zijn dat clandestien geplukte paddo’s?’

‘Dat zijn m’n handschoenen.’

‘Mmm. Wanneer bespreekt Trouw De lange adem eigenlijk? Of doen ze daar niet aan literatuur? Gebruiken ze je alleen als figurant op hun kleurenfoto’s?’

Foto©: Werry Crone, de rode pijlen behelzen een artistieke bewerking door Studio Martijn.

speculeren

‘Het schilderij waarover het nu gaat, biedt géén aanwijzingen voor een toeschrijving. Het is niet gesigneerd noch gedateerd. Er zijn geen andere versies of kopieën bekend. Er zijn ook geen gravures naar het werk gemaakt, of naar de grotere, oorspronkelijke compositie die het mogelijk vroeger heeft gevormd. Archiefbronnen ontbreken en het portret is bovendien nooit eerder vermeld in de moderne kunsthistorische literatuur. Met andere woorden: waar moet je beginnen wanneer je wilt bewijzen dat een schilderij werkelijk door Rembrandt is geschilderd?'

Jan Six, Portret van een jonge man (2019;p.105)

Destijds had ik de controverse rond de aankoop/toeschrijving van Portret van een jonge man, mogelijk een Rembrandt, een beetje gevolgd via de courant, maar het zien van Oeke Hoogendijks documentaire Mijn Rembrandt (2019) bracht me er pas toe het boekje van Jan Six over zijn koop te lenen bij de openbare bibliotheek.

Portret van een jonge man – fraai en toch betaalbaar geproduceerd, heerlijk geïllustreerd - is eigenlijk een prospectus, het staat vol welgevallige aannames, verleidelijke speculaties, autoriteitsargumenten en redeneringen die vanaf hun aanvang richting gewenste uitkomst leunen. Galerist Six zet uiteen dat het doek dat hij bij Christie’s kocht als ‘Circle of Rembrandt’ volgens hem door de meester zelf moet zijn vervaardigd. Dat is mogelijk, waarschijnlijk, aannemelijk. En uiteindelijk een bijna-feit.

Het lukte me geen alinea te vergeten dat oude meesters handelswaar zijn en dat het veel lucratiever en prestigieuzer is een eigenhandige Rembrandt door te verkopen dan een werk uit zijn studio/omgeving. Sterker: per regel groeide het vermoeden dat het – met een beetje goede wil & creativiteit – ook wel moet lukken Gezicht op Delft of La Gioconda of Guernica succesvol aan Rembrandt toe te schrijven. Ja, ik draaf door. Maar ik ben natuurlijk geen kenner van oude of jonge meesters. En al helemaal geen kunsthandelaar.

bestel het oeuvre

De lange adem (2020) is te koop/bestelbaar in iedere boekwinkel.

Wil je een papieren, nieuw exemplaar van De duiker (2003), Aphinar (2007), Alles kan kapot (2011) en/of Elders (2014) bekomen deelachtig worden? Stuur me dan een bericht.