wandelen met wortel

‘Omdat ik vroeger iedere zomer opnieuw met mijn vader en moeder op wandelvakantie ging naar Schotland of Ierland, waar ik aan een tuigje aan een of andere rotspartij hing of waar we vaker simpelweg wekenlang door de regen liepen en van camping naar camping trokken zodat ik om de dag afscheid moest nemen van nieuwe vriendjes, had ik een hekel gekregen aan wandelen. We liepen rond alsof we in een natuurdagboek liepen. Alle leden van het gezin droegen een verrekijker. We hadden professionele schoenen, lichtgewicht attributen. We bekeken uitzichten, lichtinvallen en grote en kleine dieren. We namen de tijd voor alles wat er in de natuur te zien [was, M.K.], maar nooit voor een stad, nooit voor de andere mensen op de camping, nooit voor een pretpark of een wildwaterbaan. En ik haatte het. Zoals andere mensen een afkeer hebben van havermout, omdat het slechte herinneringen met zich meebrengt, de geur van ruzie en haast, van ongeconcentreerde liefde, hield lopen voor mij een bepaalde vorm van verlies in, met elke stap liep ik verder van iets vandaan waar ik liever had willen blijven.’

Maartje Wortel, De groef (2021;p.19/20)

De groef gaat - met ommetjes in het hoofdstedelijke Oosterpark als aanleiding - over vriendschap, liefde en routines in tijden van desintegratie en richtingloosheid. De vertelster mag dan de weg kwijt zijn, haar relaas is prima te volgen. ‘De anderen denken dat ik gewoon maar wat loop, maar ik wil koffie met een vos op de beker en ik weet waar ik die kan krijgen.’(p.68). De groef is een heerlijke, swingende tekst, misschien wel de beste die ik van Wortel heb gelezen.

lees ook: meer bomen, tackelen

vrijheid (V)


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zijn de winkels weer open? De lange adem kopen!

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

mevrouw allende

‘Op mijn vijftiende keerde ik me voor altijd af van de Kerk, niet omdat ik niet in God geloofde – dat kwam later – maar door het machismo dat inherent is aan elke religieuze organisatie. Ik kan geen deel uitmaken van een instituut dat me ziet als een tweederangspersoon en dat wordt geleid door gezaghebbers, altijd mannen, die met dogmatische dwang hun regels opleggen en zelf onschendbaarheid genieten.’

Isabel Allende, Wat wij willen (2021;p.28). Vertaald uit het Spaans [Mujeres del alma mía (2020)] door Rikkie Degenaar.

Zonder de bestsellers/verkoopsuccessen van Isabel Allende en Elena Ferrante had mijn uitgever het zich vermoedelijk niet kunnen veroorloven om mijn onverkoopbare teksten te laten drukken. Van Ferrante heb ik bijna alles gelezen, aan Allende was ik nog nooit toegekomen. Wat wij willen werd de eerste kennismaking. Zelf noemt de auteur het boek ‘een informeel praatje’ (p.154). Ze vertelt over haar leven en werk en gaat daarbij in op emancipatie, armoede en kansen(on)gelijkheid; haar relaas lijkt aanvankelijk wat stichtelijk en vrijblijvend - tot Allende een fundación blijkt te hebben opgericht waarmee ze achtergestelde vrouwen helpt hún daden bij háár woorden te voegen.

Jonge vrouwen uit Holland zullen dit milde, sympathieke boek misschien afdoen als ‘boomerfeminisme’, maar ik vrees dat veel van Allende’s generatiegenoten (V/M) haar nog best radicaal vinden. Zelf heb ik in ieder geval met plezier naar de auteur geluisterd.

Dank u wel, mevrouw Allende!

beckett

‘Als we niets te zeggen hebben, zei Camier, laten we dan niets zeggen.

We hebben dingen te zeggen, zei Mercier.

Waarom zeggen we ze dan niet? zei Camier.

Dat kunnen we niet, zei Mercier.

Laten we dan zwijgen, zei Camier.

Maar we proberen het, zei Mercier.

We zijn zonder ongelukken en kleerscheuren weggekomen, zei Camier.

Zei ik het niet? zei Mercier. Ga verder.’

 

Samuel Beckett, Mercier en Camier (2021;p.94).

 

Beckett schreef zijn roman in 1946 in het Frans, vertaalde hem in de jaren zeventig - na het winnen van de Nobelprijs - naar het Engels en bewerkte hem daarbij ingrijpend. Jona Hoek zette de Engelse tekst om in het Nederlands.

Ik had me ingesteld op een curiositeit. Maar Mercier en Camier is een volwaardig, leuk, Modernistisch leesavontuur. Twee mannen bewegen zich onbegeesterd door de stad en over land – het boek gaat dan ook, enkele Pythoneske/Tarantineske geweldsuitbarstingen ten spijt, over stilstand.

Het elitaire taalgebruik in Mercier en Camier is een genoegen, verteller en vertaler kiezen hun woorden precies en putten daarbij uit een rijk vocabulaire, ik spotte weinig courante zeldzame lettercombinaties als: deboucheren, vrijloop, emasculatie, veeprikker, man-stupreren, mictie, universaliën(strijd), vox inanis, somp, archaeus, putrefactie, bigeminie, geminaal, destrorsum.

Geminaal komt van het Latijn voor tweeling: gemini. De rest mag je zelf opzoeken.

Voorplat: Koppernik.

versoepeling

Een versoepeling die ik mijzelf na meer dan een jaar uitsluitend per plastic pinpas te hebben betaald toesta: contant afrekenen.

Want munten en bankbiljetten zijn, via de staat, van ons allemaal, terwijl giraal geld van banken – lees: de markt, het bedrijfsleven - is.

Het lijkt me beter voor een samenleving als niet alle gangen van al haar leden altijd integraal zijn na te gaan.

this was a city of cinéphiles

‘The next afternoon, on a bright and beautiful Sunday, we sat on the grass in the Jardin des Tuileries with a copy of Pariscope and planned how we would spend the rest of the day. Matthew was transfixed by the listings magazine, unable to believe the number and variety of films being screened. Feeling very worldly, I explained to him that this was perfectly normal for Paris: this was a city of cinéphiles (the word tripped off my tongue elegantly) and there was no better place in the world to catch up on foreign films or revival of classics.’

Jonathan Coe, Mr Wilder & Me (2020;p. 201-202)

Een heerlijke, nostalgische roman – zeker voor wie van films houdt. Je leesclub kan dit boek links laten liggen: het is licht, lekker escapistisch en er valt weinig over (na) te praten. De vertelster, een componiste van Griekse komaf, is duidelijk de creatie van een wat tuttige Britse auteur, de verwikkelingen in de roman zijn niet al te geloofwaardig, de psychologie is luchtig en life affirming. Maar who cares? Net als Coe’s vorige boek – Middle Engeland (2018) - leest Mr Wilder & Me prettig weg en bewijst het dat commerciële fictie met een literaire toets uitstekend kan concurreren met modern entertainment als lineaire televisie, Netflix en human interest interviews.

meer bomen, minder asfalt (VII)

Tegenover het park lag een café dat vanuit een luikje bekers koffie verkocht. Ik ging in de rij staan. Achter mij spraken een man en een vrouw over het bericht dat de NOS onlangs bracht: witte Mercedes rijdt woonhuis in, duwt bewoner met bankstel en al de huiskamer door, de keuken in.

‘Dan schrik je je toch te pletter?,’ zei zij, 'als zo'n auto je huis in komt?'

‘Ik dacht meteen: als er 'n fatsoenlijke boom in die voortuin had gestaan, dan was 't nooit gebeurd,’ antwoordde hij.

      Jahaa… het is wel zo!

      En dat is nog maar één reden om beuken, eiken, linden, platanen te planten!

De afgelopen twintig jaar heb ik overal in Utrecht bomen, struiken, gras- en kruidenveldjes zien verdwijnen. Er zijn nieuwbouwwijken, kantoren, hotels, appartementencomplexen en parkeerhavens voor in de plaats gekomen. Bewoners van oudere bestaande villa’s, bungalows en benedenwoningen blijven heesters, coniferen en gazons vervangen door tegels.

Het klimaat De wereld verandert omdat mensen wíllen dat het klimaat de wereld verandert.

Versmal de A27!

vrijheid (IV)











 

de nieuwe Knol – vrijheid, blijheid, broederschap

De lange adem is verschenen bij Uitgeverij Wereldbibliotheek.

'geen slecht idee' – meer bomen, minder asfalt (VI)

‘Zelfs een appelboom kan wel honderd jaar oud worden, zodat de Cox die ik in 1936 geplant heb nog tot ver in de eenentwintigste eeuw vrucht kan dragen. Een eik of een beuk kan honderden jaren leven en voor duizenden, misschien zelfs tienduizenden mensen een lust voor het oog zijn voordat hij uiteindelijk tot timmerhout wordt verzaagd. Ik wil niet suggereren dat iemand al zijn verplichtingen tegenover de maatschappij kan inlossen met een persoonlijk plan voor herbebossing. Toch zou het misschien geen slecht idee zijn om iedere keer dat je iets antisociaals doet, daarvan een aantekening in je dagboek te maken en daarna, in het geschikte seizoen, een eikel in de grond te duwen.’

George Orwell, Een goed woordje voor de dominee van Bray (1946), vertaald uit het Engels door Olaf Brenninkmeijer, opgenomen in Waarom ik schrijf, verhalende essays (2020;p. 290-291).

De heldere, klassieke essays van George Orwell lezen zo makkelijk weg dat ze nauwelijks beklijven, althans: niet in mijn bewustzijn. Dit flard wist ik tijdig over te tikken… ternauwernood, nét voor de tekst weer was opgetrokken…

de corona persco’s

 






 

Zelf maken wij feestmomentjes van de corona persconferenties. We trekken ons juichpak aan – voor de hond hebben we een oude oranje sweater vermaakt tot blij blafpak – en ik serveer joekels van tompouces. Zo hangt om iedere uitzending een sfeer die het beste van koningsdag combineert met het beste van een finaleavond van het Nederlands elftal (het dameselftal, mind you). Top-gezelligheid! Bij ieder optreden van Rutte en het lagere kader blijkt er wel íets te vieren: winkelsluiting, horecasluiting, cultuursluiting, vervroeging van de avondklok wegens tegenvallende vaccinatiegraad of de inzet van een ander slim instrument waarmee we, in onze strijd voor de algehele volksgezondheid, een slag toebrengen aan dat Grote Boze Rotvirus. Iedere maatregel, alle mededelingen onthalen wij op luid applaus. Alleen samen krijgen we corona onder controle! Joehoe! Go, go, go!!! Mochten we het virus er tegen de herfst van 2026 min of meer onder hebben, dan gaan we deze periode nog heel erg missen, dat kan ik je verzekeren. Dus geniet ervan, zolang ’t kan.

Allemaal een fijne persco gewenst!!!!!!!!

Beeld: WK onesie.