Bely

We dronken koffie in Springhaver, het ging deze keer meer over lezen dan over schrijven. Ik vertelde dat ik vorige week een stapel Petersburg's had zien liggen, de roman van Andrej Bely die volgens Nabokov tot de vier grootste prozateksten van de twintigste eeuw hoort. 'Ik stond een tijd met een exemplaar in mijn handen, maar dat heb ik weer teruggelegd,' zei ik. 'En nu heb ik spijt.'
'Denk je dat ze op zijn?'
'Zou kunnen. Misschien niet.'
'Ik wil ook wel een exemplaar.'
Opeens hadden we haast. Glazen werden leeggedronken, rekeningen voldaan - zonder onze fietsen van het slot te halen (de kettingen knapten spontaan door de krachten die erop werden uitgeoefend) raceten we door de binnenstad, via straatjes en steegjes bereikten we de Oude Gracht. Er lag nog een grote stapel van de grote roman op één van de tafels van de ramsjketen. In de rij voor de kassa sloeg ik Petersburg open. De ondertitel van Hoofdstuk zes (p.235) luidt:

waarin de gebeurtenissen
van een grauw dagje
worden verhaald


Andrej Bely, Petersburg (1922), Vertaald en van een nawoord voorzien door Charles B. Timmer. In 2008 Uitgegeven en in 2012 verramsjt door: Uitgeverij Atlas.